‘Vertrouwen in Bremer is tot dieptepunt gedaald’

Cultuurwethouder Rotterdam

De wethouder wil vooral dat het museum weer snel „kennis en kunde” terug krijgt.

Wethouder Visser

Hij is „geschrokken maar ook een beetje pissig”, zegt de Rotterdamse cultuurwethouder Adriaan Visser (D66). Het rapport over het Wereldmuseum bevestigt wat velen al vreesden: het museum functioneert op geen enkele manier zoals het zou moeten.

„Het zijn stevige conclusies”, zegt Visser. „Mevrouw Luiten heeft een onafhankelijk onderzoek verricht waarin niemand wordt gespaard, ook wij als gemeente niet. Als wethouder Cultuur lees ik de conclusies met pijn in het hart. Het is heel ernstig dat het museum in zo’n kwetsbare positie is terechtgekomen.”

Wat betekent dit voor de positie van museumdirecteur Stanley Bremer?

„Het is niet aan mij om nu een stevig gesprek met Bremer te voeren. Dat moet de nieuwe raad van toezicht doen; we hebben het museum immers verzelfstandigd. Gistermiddag zijn de eerste twee leden benoemd, die heb ik uitgebreid gesproken. Zij zullen de andere leden benoemen. Het is dus ook niet aan mij om een oordeel te vellen over de positie van Bremer. Maar als u mij als wethouder vraagt naar mijn vertrouwen in hem: dat is tot een dieptepunt gedaald.”

Van welke conclusies in het rapport bent u het meest geschrokken?

„Ik geloof niet dat ik één specifiek ding kan noemen. Mevrouw Luiten heeft gekeken naar de uitoefening van de museale functie, de bedrijfsvoering en de wijze waarop er met de financiën is omgegaan. Er is sprake van een combinatie van problemen.”

Is het museum nog te redden?

„Er moet veel gebeuren. Als eerste moet er gezorgd worden dat er weer voldoende kennis en kunde in huis komt om de museale functie uit te voeren. Dat is essentieel, dat vind ik voor de stad nu het belangrijkste. Daarnaast is het museum geïsoleerd geraakt van andere musea in de stad en in het land. Die verbinding moet zo snel mogelijk weer tot stand worden gebracht. Er is ook een financieel probleem. Dat kan groter worden. Ook daar zal de raad van toezicht naar kijken.

„Alles hangt samen met hoe de collectie wordt beheerd. Het depot aan de Metaalhof was opgezegd, maar de collectie moet daar voorlopig blijven. Dat kost geld. Het museum had dat niet ingecalculeerd.”

Het rapport is ook kritisch over de rol van de gemeente.

„In 2005 is het museum verzelfstandigd, daarna is er door de gemeente fors bezuinigd op het Wereldmuseum. Men hoopte dat er met meer ondernemersgeest zou worden gewerkt. Dat heeft verkeerd uitgepakt. Daar wil ik overigens niet de conclusie uittrekken dat ondernemerschap bij musea en in de culturele wereld per definitie verkeerd is. Ik zie ook genoeg musea, bijvoorbeeld in Amsterdam, die dat wel heel goed doen.”