Trots overheerst bij aanhang Atlético

Atlético Madrid houdt na het gelijkspel tegen grote broer Real hoop op de halve finale. Veel passie compenseert het gebrek aan topkwaliteit.

In de roodwit gekleurde metro’s hing na afloop van de heenwedstrijd in de kwartfinales van de Champions League een gevoel van vreugde noch verdriet. Trots overheerste bij de fans van Atlético Madrid na de 0-0 tegen Real Madrid. Een stille en gepaste trots. Dat wel. De volksclub had weliswaar in een kolkend Vicente Calderón standgehouden tegen de grote broer uit de mondaine wijk Chamartín, maar ‘de koninklijke’ was superieur geweest. Volgende week volgt de return in het Santiago Bernabéu tussen de houder van de Champions League en de kampioen van Spanje.

Atlético Madrid-Real Madrid is een beetje als de stad tegen de wereld. In de dagen voor de 272ste derbi Madrileño liep de spanning langzaam op. Voorheen was Atlético vrijwel altijd op voorhand de underdog in de tweestrijd, die 144 keer in winst voor Real eindigde. Tussen 1999 en 2013 wist Atlético in een reeks van 25 duels niet één keer te winnen. De pijnlijkste nederlaag werd vorig jaar mei geleden in de finale van de Champions League. Atlético dacht de beker al binnen te hebben toen Sergio Ramos in de 93ste minuut de gelijkmaker binnenkopte. In de verlenging werd het 4-1 voor Real. „Minuto 93!”, schreeuwden hun supporters gisteren pestend.

Vloek

Sinds die finale is de vloek verbroken. Succestrainer Diego Simeone heeft de sleutel gevonden om de sterrenploeg van zijn collega Carlos Ancelotti te bestrijden. Tot gisteren wist Real Madrid zes keer op rij niet te winnen. Op zaterdag 7 februari voltrok zich de ultieme revanche aan de boorden van de Manzanares rivier. Atlético speelde de aartsrivaal volledig van de mat en won met 4-0. De fans, tot tranen toe geroerd, bleven minuten achtereen voor zich uitkijken of maakten foto’s van het scorebord. Cristiano Ronaldo vierde een paar uur later in mineur zijn dertigste verjaardag.

Natuurlijk deed Atlético er alles aan het gevoel van twee maanden geleden weer op te roepen. Voor de wedstrijd kreeg iedere supporter een banner met de tekst: Coraje y Corazón. De boodschap was eigenlijk overbodig. De spelers van Atlético tonen vrijwel altijd leeuwenmoed en strijden met hart voor de club. Dat wordt er wel ingepeperd door el cholo Simeone, die zelf als een ‘wildebras’ in twee periodes (1994-1997 en 2003-2005) de clubkleuren verdedigde. Vechten voor iedere bal, was zijn handelsmerk. Het huidige Atlético lijkt wat dat betreft precies op zijn ‘baasje’.

Atlético weet met een enorme dosis passie en inzet het gebrek aan topkwaliteit vaak te compenseren. De trouwe aanhang geldt daarbij in Vicente Calderón als een twaalfde man. De supporters leven met elk balcontact mee alsof ze zelf op het veld staan. Als je naar de namen kijkt die op de achterkant van hun shirts staan, dan trekt de historie aan je voorbij. Van Christian Vieri tot Radamel Falcao en van Diego Forlán tot Antoine Griezmann, iedere fan heeft zijn eigen voorkeur. Maar niemand is boven de club verheven. Atlético is wars van vedetten.

Contrast met Los Galácticos

Het contrast met Los Galácticos van Real Madrid is in alle opzichten groot. Daar vormen elf individuen het elftal. Ancelotti had er vooraf al fijntjes op gewezen dat zijn spelers in technisch opzicht superieur waren. Maar grote risico’s wilde de Italiaan vermijden. „Met twee gelijke spelen kan je ook door naar de halve finale”, zo stelde hij. Toch speelde Real Madrid zeker in de eerste helft om te winnen. En een zege zou verdiend zijn geweest, maar Gareth Bale, Karim Benzema noch Ronaldo kreeg de bal langs Jan Oblak.

Met de Sloveense doelman lijkt Atlético na David de Gea en Thibaut Courtois opeens weer over een topkeeper te beschikken. Hij kwam afgelopen zomer voor zestien miljoen euro over van Benfica, maar stond in de hiërarchie achter de Spanjaard Miguel Angel Moyá. Totdat Oblak in de achtste finales van de Champions League tegen Bayer Leverkusen na een blessure van Moyá zijn kans greep. De nummer 13 deed wat hij al dagelijks op de trainingen had laten zien: alles pakken.

Het was aan Oblak te danken dat Atlético nog mag hopen op een halve finale. Van anti-held tot redder in de Champions league. Het kan snel gaan. Oblak had er acht reddingen voor nodig om de serie van ongeslagen duels met Real Madrid naar zeven uit te breiden. Die nieuwe, eigen recordreeks zorgde voor een gepaste trots bij Atlético. Het werd in stilte gevierd.