Trofie con Salsa di Erbe e Noci

Trofie zijn kleine deegspiraaltjes, een soort minifusilli. Deze specialiteit uit Ligurië wordt ter plaatse vaak met pesto alla genovese gegeten. Om zelf verse pasta te maken heb je geen pastamachine nodig, alleen een glad aanrecht, een deegroller en een scherp mes. En vooruit, een beetje geduld. Antonio Carluccio laat in zijn pastaboek zien hoe je fusilli met de hand maakt door ze om een dikke breinaald te wikkelen. Bij de kleinere trofie zal dat dan wel een haaknaald zijn. Dat lijkt me een leuk zondagmiddagproject, eventueel met hulp van behendige kindervingertjes. Gelukkig zijn trofie in Nederland ook kant en klaar (via internet) in gedroogde vorm te koop. Dan staat dit heerlijke pastagerecht in een kwartiertje op tafel en is het geschikt voor een doordeweekse dag.

Kook de trofie in ruim, kokend water met zout in 12-14 minuten (het is lang, ik weet het, AC) al dente. Wrijf intussen de walnoten met de kruiden, zout en knoflook in een vijzel met de stamper tot een romige substantie. Meng de olie en 60 g pecorino erdoor tot het een mooie saus is. Giet de trofie af en bewaar een paar eetlepels kookwater om ze door de saus te roeren. De saus hoeft alleen warm te worden, hij mag niet koken, en dat lukt met het hete kookwater. Bestrooi de pasta met de overgebleven pecorino en eventueel basilicum.