Tjeerd Gerritsen wint Wim Sonneveldprijs

De jury wees Tjeerd Gerritsen gisteravond aan als winnaar van de Wim Sonneveldprijs. Men had genoten van de „onderkoeldheid” van de liedjeszanger.

foto Sanne Rosbag

Het Amsterdam Kleinkunst Festival is gisteravond gewonnen door Tjeerd Gerritsen. In de finale versloeg hij Marjolein de Graaff en Elke Vierveijzer. Behalve de Wim Sonneveldprijs, de juryprijs, won Gerritsen ook de Publieksprijs.

Tjeerd Gerritsen (1983), die in 2007 afstudeerde aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie, was volgens de jury zelfverzekerd en boeiend van begin tot eind: „Hij heeft inhoud, puntgave liedjes en geestige verhalen die hij op aangename en zeer relaxte wijze met ons deelt. Zijn taalgebruik is krachtig en intelligent. Hij is een vakkundig muzikant en tekstschrijver.” Van zijn „onderkoeldheid” had de jury genoten. „Hier staat duidelijk een oudere jongere met levenservaring: met gaaf gitaarspel zingt hij over zijn twijfels, zijn wanhoop, maar ook over zijn zekerheden.”

Gerritsen had een veelbelovende start waarin hij zijn oude ik een ontmoeting liet hebben met een nieuw ik, dat zei hem te gaan ontgroeien. Dat leidde tot een intrigerend surrealistisch gesprekje tussen twee ikken. Maar die opzet verwaterde al in het half uur van zijn optreden. Bij een van zijn praatjes – ironische verhalen over domme en ongerichte woede, verpakt in onder meer een lang sprookje over rupsen – nam zijn andere ik het nog wel over, maar tot een betekenisvolle confrontatie kwam het niet meer.

Zijn slimme liedjes zingzegt Gerritsen op de droge toon van Spinvis, maar ook Gerritsen overtuigt minder als hij echt moet gaan zingen. Hij is ook lid van Het Nieuwe Lied, het losvaste collectief van singer-songwriters dat steeds meer naam maakt.

De afgelopen jaren is de cabaretliefhebber door de festivals verwend met winnaars die overdonderende talenten waren en die je meteen een grote toekomst toedichtte; cabaretiers als Tim Fransen, Patrick Laureij, Yentl & De Boer, Thijs van de Meeberg. Het enthousiasme van de jury ten spijt: Tjeerd Gerritsen schaart zich niet ogenblikkelijk onder hen.

Hij kan zich nog ontwikkelen, maar dat geldt ook voor de nummer twee: Marjolein de Graaff. Na een aarzelend begin waarin ze geen grap wist te maken van haar zogenaamd gebrek aan voorbereiding, liet ze in geestige liedjes haar zuivere stem horen en verraste met vooruitblikken op toekomstige programma’s. Ze liet ook horen een krachtige sopraan te zijn, maar meer dan een gimmick is dat nog niet. De jury prees haar „subtiele grapjes” en „uitstekende timing”, maar tekende aan dat Marjolein de Graaff zelfbewuster en gevaarlijker moet worden.

Dat gold de gehele finale: prille talenten die nog aan de veilige kant bleven. Of er een professionele toekomst voor hen is weggelegd in het cabaret is de vraag.