Sterren die regisseren: niet per se ijdel

Russell Crowe is met ‘The Water Diviner’ niet de eerste acteur die in de regiestoel gaat zitten. Dat kán een meesterwerk opleveren.

Vader en zoon in betere tijden, voordat junior vertrekt naar WO I

Van Charlie Chaplin tot Angelina Jolie: de filmgeschiedenis kent vele acteurs die de overstap maakten naar de regiestoel. Alleen al deze maand gaan er twee debuutfilms van acteurs in première: Russell Crowes The Water Diviner en Ryan Goslings Lost River. De films van Crowe en Gosling werden gemengd ontvangen, of ze ooit nog een tweede zullen maken is dus de vraag. Ben Affleck, Mel Gibson, Kevin Costner, Tommy Lee Jones, Clint Eastwood, Sarah Polley, Sofia Coppola en George Clooney is die overstap wel gelukt. Niet zozeer de eerste film, maar de vraag of er ook een tweede volgt, is cruciaal.

Acteurs die gaan regisseren worden vaak ijdelheid en zelfoverschatting verweten. Een verwijt dat meer opgaat voor popsterren die gaan regisseren dan voor acteurs. Denk aan Madonna. Het is bovendien een raar soort ‘schoenmaker blijf bij je leest’-argument. Waarom zou een acteur geen goede film kunnen maken? Er zijn bovendien genoeg voorbeelden van regisserende acteurs wier films geheel vrij van narcisme zijn. Zo wilde Robert Redford per se zelf niet meespelen in Ordinary People (1980), hoewel de studio die zijn regiedebuut financierde erom smeekte. Een logische gedachte, want Redford was – en is – een grote ster die zalen weet te vullen. Redford hield echter voet bij stuk en bleef achter de camera. Het resultaat mocht er zijn: Ordinary People won vier Oscars, waaronder het beeldje voor beste regie. Ook Timothy Hutton, een van zijn drie hoofdrolspelers, won een Oscar. Het ontlokken van uitstekende acteerprestaties aan een cast kun je in veel gevallen natuurlijk wel overlaten aan een regisserende acteur.

Ook een middelmatig acteur kan een prima regisseur worden. Zie Ben Affleck. Net als Redford bleef hij welbewust achter de camera bij zijn veelgeprezen debuut Gone Baby Gone. Pas bij zijn box-officehit Argo stapte hij voor de camera. Bij die film was hij producent, regisseur en acteur. Wijst dat op ijdelheid of juist op iemand die simpelweg de touwtjes stevig in handen wil houden? Dan kun je natuurlijk à la Kevin Costner ook je hand overspelen. Costner werd door meervoudig Oscarwinnaar Dances with Wolves een gevierd man, maar viel weer even hard met het ambitieuze SF-spektakel The Postman, een immense flop. Daarna likte Costner jarenlang zijn wonden en maakte toen maar weer een western, Open Range.

Ook arthousefilms kennen talloze voorbeelden van acteurs die gingen regisseren. Zo protesteerde John Cassavetes met zijn eigen rauwe films expliciet tegen de gladde Hollywoodproducties waar hij als acteur vaak in zat. Regisserend acteurs zijn ook geen exclusief Hollywoodfenomeen, elk land heeft zijn voorbeelden, zie Richard Attenborough (Engeland), Agnès Jaoui (Frankrijk), Roberto Benigni (Italië) en onze eigen Fons Rademakers.

Misschien zijn de eenmaligen wel het meest intrigerend: de acteurs die slechts één film als regisseur afleverden. Films die flopten maar nu vaak cultappeal hebben – Marlon Brando’s freudiaanse wraakwestern One-Eyed Jacks – of zelfs als een meesterwerk gelden zoals The Night of the Hunter van Charles Laughton. Over meesterwerken gesproken: Citizen Kane van Orson Welles, vaak uitgeroepen tot beste film aller tijden, is ook gemaakt door iemand die zowel acteur als regisseur was.