We leren het verleden te voelen, niet te bevragen

Eline (8) is een truttig kind. Aldus haar ouders, vrienden van mij. Ze is gauw bang, schrikt van enge beelden. Maar podiumvrees heeft ze niet. Onlangs speelde ze een paar keer mee in de opera-opvoering van Macbeth. In een witte nachtjapon schreed ze over het podium, achter haar ruzieden de volwassenen. Om eer, uit wraak. Er vloeide bloed, een stuntvrouw vloog in de fik. De ouders van Eline hoopten dat haar ervaring achter de schermen misschien ook haar truttigheid zou verhelpen. De making of haalt de angel uit de horror: wanneer ze ziet hoe ellende met make-up wordt aangebracht, weet ze ook dat het er weer af kan. Kinderen zijn vooral bang omdat ze de voorbijgaande aard van het heden niet begrijpen.

Nieuwsuur poneerde zaterdag een vraag: Hoe moet je, zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog, de herinneringen aan de jodenvervolging levend houden? Ze berichtten over een 3D-reconstructie, een virtuele tour door het concentratiekamp Bergen-Belsen. Je moet de iPad voor je uithouden, als ‘een telescoop op het verleden’.

Zo’n app met 3D-beeld moet je naar binnen zuigen. Even kun je je eigen lichaam en werkelijkheid vergeten: het filmpje vormt een afgesloten gebied. Je leert het verleden te voelen, niet te bevragen. Want wanneer we ergens in worden gezogen, is er geen ruimte voor reflectie. Dat is waarom we liefde blind noemen, of waarom je tijdens een sportwedstrijd op de geoefende intuïtie van het lichaam vaart. Maar zulk gemak hoort niet bij herdenken.

Een didactische methode – een verhaal voor de klas, een virtuele vertelling – kan het denken stimuleren, maar het vervangt niet het denken zelf. De ‘herdenkingsapp’ geeft een bepaalde duur aan het kwaad: wanneer je de iPad uitzet, is het weg. Die vorm lijkt op cartoons of computergames waarin geweld geen reële gevolgen heeft. Een karakter wordt neergeslagen, maar staat in het volgende plaatje weer overeind of heeft meerdere levens. De virtuele verbeelding van kamp Bergen-Belsen wekt zo’n zelfde verhouding tot geweld op: het filmpje eindigt en de ellende is voorbij. We leren geweld alleen in zijn vrijblijvende vorm kennen.

In 2002 naaide artiest Mike Parr zijn lippen dicht en brandmerkte hij zijn dijbeen om aandacht te vragen voor de miserabele situatie van bootvluchtelingen in Australische detentiecentra. Het werk, Close the Concentration Camps, was extreem, maar gebrekkig, vindt ook Parr: een simulatie marginaliseert de werkelijkheid altijd. Bij een reconstructie staat de authentieke ervaring van de toeschouwer voorop.

Parr liet zich aftuigen en nog was het niets vergeleken bij de onvrijwillige werkelijkheid van vluchtelingen. Hoe ver willen we gaan voor een immer halfbakken versie van de realiteit?

Misschien kunnen we beter ons falend begrip vieren dan te streven naar succesvol herdenken.