Raakt de vreemdeling weer op drift?

Moet Nederland opvang bieden aan illegalen? Vandaag komt hier een langverwachte uitspraak over. Gemeenten zijn er al druk mee.

De Pauluskerk in Rotterdam. De opvang van afgewezen asielzoekers in die stad wordt door links en rechts geprezen. Foto Robin Utrecht

De beelden van rondzwervende vreemdelingen uit Amsterdam die afgelopen dagen weer in de media rondgingen, zijn de uitzondering geworden. Want de meeste andere gemeenten hebben inmiddels hun weg gevonden in de omgang met vreemdelingen zonder papieren, ongedocumenteerden.

Vandaag doen de 47 ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa een uitspraak over de opvang van illegalen waar politiek Den Haag maanden op heeft gewacht. Handelde Nederland inderdaad in strijd met mensenrechten door die mensen géén opvang te bieden? Punt is wel: dit is de politieke ‘afdeling’ van de Raad van Europa, die in 1949 is opgericht om de democratie en mensenrechten binnen Europa te stimuleren. De kans is reëel dat het geen meedogenloze uitspraak voor Nederland zal zijn.

Maar een ander onderdeel van die Raad, het Europees Comité voor Sociale Rechten, oordeelde in november vorig jaar al dat Nederland deze mensen ‘bed, bad en brood’ zou moeten bieden. Ongeacht hun verblijfsstatus.

Toenmalig staatssecretaris Fred Teeven (VVD), verantwoordelijk voor asiel, kocht tijd voor de verdeelde coalitie: eerst moesten de Europese ministers maar hun gezamenlijke oordeel geven, zei hij. Zijn partij vindt dat aan opvang de voorwaarde van meewerken aan terugkeer verbonden moet zijn. De PvdA vindt het humaan om hoe dan ook in een basisvorm van opvang te voorzien.

Leefgeld en vooral veel praten

In de tussentijd gingen gemeenten aan de slag met opvang voor die groep mensen zonder verblijfsstatus. Dat konden ze doen vanwege een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter die oordeelt over sociale voorzieningen. Die bepaalde in december vorig jaar dat de Nederlandse overheid een basale vorm van opvang moet regelen voor de illegalen.

Elke gemeente werkte dat anders uit. Groningen heeft de opvang helemaal uitbesteed aan een stichting. In Hilversum verschilt de aanpak per individu. De meeste vreemdelingen krijgen naast opvang – die bestaat uit een avondmaaltijd, bed, ontbijt, kleding – ook hulp van ambulante hulpverleners. Zij maken een plan van aanpak en brengen voor de vreemdelingen hun „hulpvraag in kaart”. Maar in een ander geval verstrekte Hilversum leefgeld: 45 euro per dag.

Rotterdam geeft het goede voorbeeld. Dat is zowat onbetwist, want zowel Teeven als de advocaat van veel van de ongedocumenteerden heeft de aanpak van de stad geprezen. In de Pauluskerk zijn tweeëntwintig plekken voor uitgeprocedeerde asielzoekers. En er is vooral ruimte voor gesprekken: wat wil je met je leven? Biedt het leven in Nederland je genoeg perspectief zonder een legale status, of is terugkeer misschien toch beter? Ongedocumenteerden over wie de mensen van de Pauluskerk zich ontfermen, besluiten geregeld om Nederland toch te verlaten.

In Utrecht mogen vreemdelingen behalve van de nacht- ook van dagopvang gebruik maken. Ze krijgen een begeleider met wie ze kunnen bespreken of er niet toch nog iets met een verblijfsvergunning te regelen valt. En zo nee, wat er dan nog overblijft aan mogelijkheden. Elke maand is er een updategesprek tussen begeleider en gemeente.

Zo geven gemeenten dus ook al enige invulling aan de oproep van vluchtelingenorganisaties om illegalen een meer structurele vorm van opvang te bieden en niet alleen dat acute dak boven hun hoofd en iets te eten.

Maar: de hoogste bestuursrechter gaf een deadline mee. De opvang is aan de overheid verplicht gesteld tot twee maanden na de uitspraak van de Europese ministers. Als coalitiepartijen VVD en PvdA na vandaag geen – of een voor de illegalen negatief – besluit nemen, begint dus over twee maanden het hele juridische circus voor deze mensen opnieuw.