Prachtig aangeklede draak van formaat

De Jongh en Rademaker foto Angela Sterling

Het Nationale Ballet is een repertoiregezelschap en verzamelt dus choreografieën die een belangrijke plaats innemen in de danshistorie. Mede daarom is het discutabel of er een noodzaak was een duur, avondvullend ballet te verwerven dat bij de première in 1978 al oubollig was. Want hoewel La Dame aux Camélias van John Neumeier een publiekslieveling is, neemt het vooral binnen Neumeiers oeuvre een bijzondere plaats in: het is een van zijn beste werken. Het is ook een draak van formaat.

Wel een prachtig aangeklede draak: 450 kostuums passeren de revue als Het Nationale Ballet de roman van Alexandre Dumas navertelt, over de Parijse courtisane met het hart van goud, die zich opoffert voor haar geliefde.

In Neumeiers rijkelijk lange enscenering gebeurt dat op prachtige muziek van Chopin, die de choreograaf vaak niet lijkt te horen, en met een melodramatische acteerstijl die lachkriebels veroorzaakt. Ook omdat de choreografie soms eerder complex dan lyrisch is.

Maar met name in de tweede akte zijn de dansen afwisselend en goed gekarakteriseerd, en in de grote duetten voor Marguerite (Igone de Jongh) en Armand (Marijn Rademakers) begint de emotie steeds verder uit te stijgen boven de veeleisende techniek van opeenvolgende, ingewikkelde lifts. Ademloze romantiek verandert in diepe wanhoop, terwijl de tuberculeuze Marguerite steeds bleker kleurt en uiteindelijk eenzaam sterft. De Jongh triomfeert: van huis uit geen dramatische danseres, trekt zij La Dame naar een hoger niveau.