Onduidelijkheid over bed, bad en brood-verplichting

Exterieur van een voormalige basisschool uitgeprocedeerde asielzoekers worden opgevangen. Het gaat om een sobere bed, bad en brood-opvang van de gemeente Amsterdam. Foto: ANP Remko de Waal

De top van beide coalitiepartijen voert in het Torentje overleg over wat het kabinet aanmoet met de opvang van illegale vreemdelingen. Hoe lang dat zou gaan duren, is onduidelijk. Afgelopen dagen spraken premier Rutte, PvdA-leider Diederik Samsom, vicepremier Asscher en VVD-fractievoorzitter Zijlstra al vaker met elkaar over de kwestie. VVD en PvdA hebben over dit dossier principieel andere opvattingen.

Aanleiding voor het beraad is de resolutie die het Comité van Ministers van de Raad van Europa vandaag heeft aangenomen. Die resolutie laat het aan Nederland over wat er met de opvang gebeurt. Die uitspraak was in politiek Den Haag langverwacht – toenmalig staatssecretaris Fred Teeven van asiel zei dat het kabinet pas een besluit zou nemen nadat de Europese ministers zich hadden uitgesproken.

Geen expliciete uitspraak over verplichting

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa doen geen expliciete uitspraak over de vraag of Nederland ‘bed, bad en brood’ moet bieden aan illegalen. De resolutie die de ministers vanmiddag hebben aangenomen, lijkt voor tweeërlei uitleg vatbaar.

In het besluit staat dat de ministers kennis nemen van de bezwaren van de Nederlandse regering tegen de verplichting om vluchtelingen op te vangen. Tegelijk schrijft de Raad “uit te kijken naar een rapportage” van Nederland over “welke mogelijke ontwikkelingen op dit onderwerp dan ook”.

In november vorig jaar oordeelde een ander onderdeel van de Raad van Europa, het Europees Comité voor Sociale Rechten, dat Nederland ook mensen zonder verblijfsvergunning een ‘bed, bad en brood’ zou moeten bieden. Ongeacht hun verblijfsstatus en ongeacht de vraag of iemand meewerkt aan terugkeer naar zijn of haar land van herkomst.

Interpretatie

Volgens emeritus hoogleraar Arbeidsrecht Teun Jaspers volgen de ministers nu toch het oordeel van het Comité. “Het Comité van Ministers kan Nederland niet vervolgen”, legt Jaspers uit. “De ministers onderschrijven het oordeel van het Europees Comité van Sociale Rechten over de schending van het Europees Sociaal Handvest en verwachten nu actie van Nederland.” Jaspers is verbonden aan het Europa Instituut. Eerder was hij lid van het Comité van Onafhankelijke Deskundigen van het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa.

In de praktijk betekent de uitspraak volgens Jaspers dat de praktijk die de voorbije maanden in diverse gemeenten is ontstaan niet kan worden verboden. Dat beleid zal door de rijksoverheid moeten worden ondersteund, eventueel ook financieel.

Onder druk van diverse gerechtelijke uitspraken krijgen illegalen in diverse gemeenten momenteel nachtopvang. Dagopvang hoeven de gemeenten volgens Jaspers niet te bieden, behalve als “de omstandigheden overdag zo slecht zijn dat het inhumaan zou zijn om mensen op straat te laten zwerven”.

“Dat kan bijvoorbeeld in de winter zijn, als het heel koud is.”

Nederland voerde afgelopen maanden in Straatsburg de lobby dat die uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten de reikwijdte van de Europese afspraken over mensenrechten te buiten gaat. Mensen zonder legale verblijfsstatus zouden niet onder het Europees Sociaal Handvest vallen, heeft Nederland steeds gezegd. De gezamenlijke ministers erkennen nu dat dit “complex” ligt.

Splijtzwam

Naar de uitspraak van de ministers, die samen de politieke ‘afdeling’ van de Raad van Europa vormen, is in Den Haag maandenlang uitgekeken. Het kabinet liet het definitieve besluit over de opvang van illegalen ervan afhangen.

Coalitiepartijen VVD en PvdA hebben de afgelopen dagen al onderhandeld over de interpretatie die het kabinet aan het conceptbesluit van de Raad van Europa zou moeten geven. De VVD is tegen opvang van illegalen omdat dat een aanzuigende werking op andere migranten zou hebben. De PvdA vindt een basale vorm van opvang wel zo humaan – ook voor hen die geen verblijfsstatus hebben.

In aanloop naar de politieke uitspraak van vandaag oordeelde de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep, eind vorig jaar dat Nederland opvang moet regelen. Die uitspraak geldt tot twee maanden na vandaag. Door die gerechtelijke uitspraak zei toenmalig staatssecretaris ook dat hij kosten die gemeenten voor zulke opvang zouden maken, zou vergoeden. Om hoeveel geld dat zou gaan, bleef steeds onduidelijk.