Klimaat

Nederland diep verdeeld over energietoekomst

Groei en klimaatbeleid gaan prima samen, luidde de laatste stelling in de klimaatdialoog die de afgelopen maanden geregeld op dit blog is gevoerd tussen Jan Paul van Soest en Hans Labohm. Geldt dat ook voor het Nederlandse Energieakkoord? In deze voorlopig laatste ronde van de klimaatdialoog willen we dat akkoord onder de loep nemen. Is het een blok aan het been van de economie, of een serieuze poging om de al jaren moeizame energietransitie in Nederland vlot te trekken?
Labohm en Van Soest trappen af met een stelling en een toelichting daarop, en reageren vervolgens nog op de stelling van de ander.

Stelling Hans Labohm
De Duitse energietransformatie is het voorland van de toekomstige energiesituatie in Nederland. Evenals de Duitse Energiewende, zal ook het Nederlandse energieakkoord op een fiasco uitdraaien.

Het energieakkoord is onder een ongelukkig gesternte geboren uit een onderonsje tussen economisch belanghebbenden en groen–ideologisch bevlogenen. Degenen die de rekening moeten betalen – de burgers en energieconsumenten – waren daarvan buitengesloten. De kostenramingen – voor zover aanwezig – waren overoptimistisch. De toepassing van de Crisis– en Herstelwet om oppositie monddood te maken was een beschamend voorbeeld van ‘détournement de pouvoir’ (waarbij een wet wordt toegepast in een geval waarvoor deze niet is bedoeld). Evenals de Duitsland zullen de elektriciteitskosten ook bij ons stijgen, zal de concurrentiepositie van energie–intensieve bedrijven verslechteren met daaruit voortvloeiende verplaatsing van economische activiteiten naar het buitenland, zal de energiearmoede onder de bevolking toenemen, zal het verdienmodel van de elektriciteitsproducenten sneuvelen, zullen de kapitaalverliezen op bestaande elektriciteitscentrales de pan uit rijzen met gevaar voor hun overleven, en zal de leveringszekerheid van elektriciteit in gevaar komen, met stroomstoringen en maatschappelijke ontwrichting als gevolg.
Onder meer wegens het feit dat 100% fossiele reservecapaciteit beschikbaar dient te zijn, zal de uitstoot van CO2 niet of nauwelijks afnemen. Het klimaateffect van dit alles zal niet aantoonbaar zijn.
Waarom doen we het dan toch?

Stelling Jan Paul van Soest:
Het Energieakkoord is een interessante poging van een brede groep organisaties om gezamenlijk alternatieven te maken voor een al jaren falend energie- en klimaatbeleid. Dat de inhoud van het Energieakkoord niet veel beter is dan wat de overheid er tot dan van maakte komt vooral doordat ons land diep verdeeld is over de (energie)toekomst.

Sinds vooral het tweede Paarse Kabinet is het Nederlandse energie- en klimaatbeleid een treurigmakende lappendeken aan maatregelen en maatregeltjes, afspraken, hoofdinstrumenten en detailregelingen, die in de tijd nogal wisselen ook. Bij een structureel langetermijnbeleid (een naar pakweg €100/ton oplopende CO2-prijs) zouden tal van maatregelen op de vierkante millimeter kunnen vervallen. Maar ja: hele volksstammen willen daar niks van weten. Andere volksstammen echter willen toch progressie op klimaat- en duurzame energiegebied, en slagen er af en toe in een groen ogende maatregel politiek geaccepteerd te krijgen: een subsidie op zonnepanelen, fiscale aftrek voor elektrisch en hybride rijden, een isolatieprogramma. Een kabinetsperiode later wordt de helft van de maatregelen weer teruggedraaid.
Zo blijft het jojo-en en zigzaggen zolang verschillende waardensegmenten het in wisselende coalities beurtelings voor het zeggen hebben:
Met het Energieakkoord probeerde het ‘maatschappelijk middenveld’ te doen waar de politiek sinds Paars-II faalde: een set afspraken maken die een jaar of tien mee zouden kunnen, in plaats van met elke politieke dagkoers te veranderen.
Op de inhoud van het Energieakkoord is veel aan te merken. Maar wie weet kan het een opmaat zijn naar een eenvoudig energiebeleid waarin de maatschappelijke kosten aan de veroorzakende energiedragers worden toegerekend, en de markt verder uitzoekt wat de handigste oplossingen zijn.

Reactie Hans Labohm:

Voor een beleid dat zulke ingrijpende maatschappelijke implicaties heeft als het energieakkoord, zou dit akkoord meer hebben moeten zijn dan slechts een ‘interessante poging van een brede groep organisaties om gezamenlijk alternatieven te maken voor een al jaren falend energie– en klimaatbeleid’, zoals Jan Paul van Soest dat noemt. Degenen die de rekening moeten betalen – burgers en energieverbruikers – waren daarbij niet uitgenodigd. ‘No taxation without representation.’ Bovendien is het erg onverstandig om de samenleving met tientallen miljarden kosten op te zadelen, zonder dat men een helder beeld heeft van wat men met het betreffende beleid bereikt.
Dat beleid zou moeten zijn gebaseerd op een soliede wetenschappelijke basis en een degelijke kosten/baten–analyse. De informatieverschaffing daarover aan de politiek en bevolking zou betrouwbaar hebben moeten zijn geweest, zonder slinkse ‘verkooppraatjes’, die men eerder verwacht van tweedehandsautoverkopers dan van de overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap. Maar nee, niets van dat alles!
En was ons energiebeleid tot dusver falend? Onzin! De levering was verzekerd en de prijs was betaalbaar. Op deze twee belangrijke punten leidt het energieakkoord tot een verslechtering in vergelijking met de huidige situatie.
Wanneer er langdurige en grote verschillen in opvattingen en belangen zijn in onderhandelingssituaties komt het vaak voor dat men ten einde raad maar genoegen neemt met een overeenkomst die volkomen losgezongen is van de – inmiddels vergeten – oorspronkelijke doelstellingen: in dit geval het afremmen van die verschrikkelijke opwarming van de aarde door vermindering van de antropogene uitstoot van CO2 (die maar steeds niet erg wil lukken). Een triomf van irrationaliteit!

Reactie Jan Paul van Soest:

Ik heb Hans Labohm er al verschillende malen op gewezen dat zijn beeld dat de Energiewende een kostbaar fiasco is niet klopt. Ik blijf niet bezig.
Voor nu volstaat te zeggen dat er grote verschillen zijn tussen de Energiewende en het Nederlandse energieakkoord.
De Duitse Energiewende betreft een toekomstgerichte, consistente beleidslijn die breed wordt gedragen. Zo’n 87% van de bevolking staat erachter, en ook zware industrie is positief omdat door de dalende groothandelsprijzen dankzij zon en wind de concurrentiepositie verbetert.
De financiering van hernieuwbare energie was tot nu de kern van de Wende, maar om de CO2-doelen te realiseren wordt aanvullend beleid voorbereid. Er ligt een interessant voorstel om een CO2-norm aan kolencentrales op te leggen. Het VK heeft met zijn bodemprijs voor CO2 al zo’n instrument om een falende emissiehandelssysteem te corrigeren. VK en Duitsland snappen: voor een transitie naar een koolstofarm energiesysteem is een stevige koolstofprijs onontbeerlijk.
In Nederland is het SER-Energieakkoord vooral een reactie geweest op een energiebeleid dat in de afgelopen jaren het investeringsklimaat voor koolstofarme opties om zeep heeft geholpen. Inhalen kost tijd, en aan een koolstofprijs zijn we nog amper toe. Maar de kern blijft: er is een nieuwe coalitie van organisaties die weet dat het oude energiemodel niet houdbaar is, en die nieuwe wegen zoekt. Aan dat idee moet de achterhoede kennelijk nog even wennen.

Ook deze keer treedt Gerbrand Komen op als moderator. Hierbij een eerste korte reactie van hem:

Bij de eerdere dialogen had ik de hoop dat Hans Labohm en Jan Paul van Soest iets van elkaar zouden leren. Dat viel tegen. De heren waren er, in mijn perceptie, vooral op uit om hun eigen visies te verdedigen, en minder bereid om die bij te stellen. Dat wil niet zeggen dat de dialogen nutteloos waren. Het is immers al heel wat als twee mensen met verschillende visies op beschaafde wijze in gesprek zijn. Bovendien heb ik er zelf wel degelijk iets van opgestoken.
Off-line heb ik gediscussieerd met Hans Labohm, die verbaasd reageerde op mijn constatering dat hij meer als ambassadeur opereert dan als ‘discussiant in de academische traditie’. Uiteindelijk hebben we daarbij een soort consensus bereikt, die er op neer komt dat je niet iedereen moet geloven en dat ook wetenschappers zich kunnen vergissen, maar dat het belangrijk is om uitspraken zo te formuleren dat ze in principe – nu of later – geverifieerd kunnen worden, dat je bij onderbouwing zorgvuldig en nauwkeurig moet citeren uit betrouwbare referenties, en dat je gebruik moet maken van de best beschikbare bronnen. Zo nodig zal ik hem en Jan-Paul daar nu aan gaan herinneren.
Verder zal ik Paul Luttikhuis regelmatig aansporen om off-topic zaken buiten de deur te houden.

Die laatste opmerking probeer ik ter harte te nemen.

Dialoog

Op zoek naar de grenzen van twijfel en zekerheid over het klimaat.

Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.