Leerlingen komen niet meer zo snel op een hoger niveau

Het percentage kinderen dat naar vwo en universiteit gaat daalt, zo blijkt uit het jaarlijkse verslag van de Inspectie.

Verschillen tussen scholen zijn groot

Leerlingen blijven minder vaak zitten en halen sneller hun diploma. Dat is goed nieuws. Maar er is ook een nadeel: iets minder leerlingen gaan naar het vwo. Dat blijkt uit het jaarlijkse Onderwijsverslag dat de Onderwijsinspectie vandaag heeft gepresenteerd.

Middelbare scholen zijn steeds strenger bij het bepalen van het schoolniveau van een kind, zo blijkt. Ze zijn steeds voorzichtiger met hun verwachtingen. Dat levert de leerling een snellere schoolcarrière op, maar het leidt dus ook tot iets minder plaatsingen op het hoogste schoolniveau.

De striktere selectie van middelbare scholen zie je overal terug, zegt Monique Vogelzang. Zij is sinds begin dit jaar inspecteur-generaal van het onderwijs. „Zo zie je dat middelbare scholen kinderen bij binnenkomst al bij een bepaald niveau indelen. De brede brugklassen met meerdere niveaus verdwijnen steeds vaker. En de categorale scholen zijn juist met een opmars bezig.”

Dat leidt ertoe dat kinderen minder snel op een lager niveau belanden. Op een categorale school is immers geen lager schooltype voorhanden. Maar, zegt Vogelzang, het zorgt er ook voor dat leerlingen niet ‘opstromen’. Dat opstromen, dat gebeurt sowieso een stuk minder. Het ouderwetse stapelen, van mavo naar havo, of van havo naar vwo, is fors afgenomen. „Leerlingen van het vmbo-t gaan sneller naar het mbo en havisten naar het hbo.”

Vogelzang wil de ontwikkelingen kritisch volgen. Aan de ene kant zie je dat het maximale onderwijsniveau na jaren van groei is gestabiliseerd, zegt ze. „Dat dat gebeurt, is logisch.” Maar het Nederlandse onderwijssysteem is volgens haar ook een stuk minder flexibel geworden. „En willen we dat? Krijgen kinderen dan nog wel genoeg kansen? Denken we nog aan de laatbloeiers? En geven we de best presterende leerling wel voldoende mogelijkheden? Of laten we die te vaak op safe spelen? Allemaal vragen om in de gaten te houden.”

Strikter

Scholen zeggen vaak dat ze strikter zijn geworden omdat ze door de inspectie worden afgerekend op zogenoemde „afstromers” – leerlingen die afzakken naar een lager niveau. Vogelzang: „Natuurlijk heeft ons toezicht effect. Maar we belonen scholen ook voor kinderen die juist opstromen.” Categorale scholen spelen volgens haar in op de wens die veel ouders hebben voor hun kind: snel een goed diploma halen.

In het Onderwijsverslag staat ook dat de instroom in het wetenschappelijk onderwijs lijkt af te vlakken. Er stromen minder hbo’ers door naar de universiteit. En vwo-leerlingen hebben in 2013 iets vaker dan andere jaren gekozen voor een hbo-studie. „Het kan zijn dat deze studenten hebben geanticipeerd op de verwachte invoering van het studievoorschot. Ze wilden wellicht op safe spelen door voor een hbo-studie te kiezen.”

Het mbo doet het goed, blijkt uit het verslag. Niettemin neemt de kans op een baan voor mbo’ers af; dat heeft vooral met de economische ontwikkelingen te maken. Ook voor hbo’ers zijn de kansen op de arbeidsmarkt verslechterd. Toch ligt dat niet alleen aan de conjunctuur, zegt Vogelzang. „We zien dat sommige opleidingen prima in staat zijn om studenten klaar te stomen voor de arbeidsmarkt, terwijl andere scholen in dezelfde sector dat niet lijkt te lukken.” Vooral onder lerarenopleidingen (pabo’s) zijn de verschillen groot. „Hoe dat komt, gaan we onderzoeken.”

Het valt de inspectie sowieso op dat de verschillen tussen scholen en tussen opleidingen in Nederland groot zijn. Denk aan motivatie en tevredenheid van leerlingen, de kwaliteit van de lessen, het werkplezier van de leraren. „Variëteit in het onderwijs is goed”, zegt Vogelzang. „Maar we moeten wel nadenken over wanneer we de verschillen acceptabel vinden en wanneer niet meer.”

Onderwijsinstellingen moeten veel bij elkaar kijken, vindt Vogelzang. „Dat is leerzaam. Scholen hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden.”