Leerlingen komen minder snel op een hoger niveau

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker schrijft haar naam op de muur met afgestudeerden tijdens een rondleiding op haar oude middelbare school het Rijnlands Lyceum. Foto ANP / Jerry Lampen

Leerlingen blijven minder vaak zitten en halen sneller hun diploma. Ook gaan iets minder jongeren naar het vwo, dat blijkt uit het jaarlijkse Onderwijsverslag dat de Onderwijsinspectie vandaag presenteert.

De instroom in het wetenschappelijk onderwijs lijkt bovendien af te vlakken. Er stromen minder hbo’ers door naar de universiteit. En vwo-leerlingen hebben in 2013 iets vaker dan andere jaren gekozen voor een hbo- studie. “Het kan zijn dat deze studenten hebben geanticipeerd op de verwachte invoering van het studievoorschot. Ze wilden wellicht op safe spelen door voor een hbo-studie te kiezen”, vertelt Monique Vogelzang. Zij is sinds begin dit jaar de nieuwe inspecteur-generaal van het Onderwijs.

Grote verschillen

In het voortgezet onderwijs ziet de inspectie dat middelbare scholen strenger zijn geworden bij het bepalen van het schoolniveau van een kind. Dat levert voor een snellere schoolcarrière op, maar ook een kleine kentering in het hoogste schoolniveau. In 2010 ging 23,3 procent van de middelbare scholieren naar het vwo, in 2013 was dat 22,1 procent.

De striktere selectie ziet de inspectie overal terug. Middelbare scholen delen kinderen al bij binnenkomst direct in op een bepaald niveau. De brede brugklassen verdwijnen steeds vaker en de categorale scholen zijn met een opmars bezig. Dat leidt er ook toe dat het ouderwetse stapelen, van de mavo naar de havo, of van de havo naar het vwo, fors is afgenomen.

VO-raad wil meer maatwerk

Onderwijsorganisaties zijn bezorgd over de ontwikkelingen. Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) vindt dat scholieren op deze manier niet het hoogst haalbare uit zichzelf kunnen halen. “Scholen handelen risicomijdend en ontnemen daarmee kansen voor scholieren.”

Verus, de vereniging voor christelijk onderwijs, zegt dat de nadruk op efficiency en rendement van leerlingen is doorgeschoten.

“Het doel van onderwijs moet zijn om de talenten van leerlingen zoveel mogelijk te ontwikkelen, perspectieven te bieden en breed te vormen.”

Daarom pleit de VO-raad, de koepelorganisatie voor het voortgezet onderwijs, ook voor meer maatwerk en een flexibeler onderwijssysteem. Voorzitter Paul Rosenmöller wil zelfs dat er een zogenoemd maatwerkdiploma komt waar de verschillende talenten van een kind in staan.

In het Onderwijsverslag staat ook dat verschillen tussen scholen en opleidingen in Nederland groot zijn. Met name in het hbo valt dat op. Denk aan motivatie en tevredenheid van leerlingen, de kwaliteit van de lessen, het werkplezier van de leraren. Vogelzang:

“We zien dat sommige opleidingen prima in staat zijn om studenten klaar te stomen voor de arbeidsmarkt, terwijl andere scholen in dezelfde sector dat niet lijkt te lukken.”

Vooral onder lerarenopleidingen zijn de verschillen groot.

“Waar dat door komt, weten we niet. Dat gaan we onderzoeken.”