Jihadi’s handelen in dure oorbellen

Oprichter Al-Qaeda, ex-jihadist

De Arabische Golfstaten zeggen de financiering van terreur aan te pakken. Maar de geldstromen zijn moeilijk te stoppen.

Een vrouw in de Verenigde Arabische Emiraten bespreekt haar aankoop in een juwelier in Dubai. Met de smokkel van dure juwelen worden jihadistische groepen in Irak en Syrië gefinancierd. Foto Kamran Jebreili/AP

Ze worden Jihad Ladies genoemd: vrouwen die op verzoek van hun man voor honderdduizenden dollars aan juwelen kopen, met cash geld. „Niemand vindt het raar dat vrouwen uit de Golf een dik pak bankbiljetten op de toonbank leggen – nog steeds gebruikelijk hier – en ook in Londen verbaast dat niemand meer.”

Aan het woord is Aimen Dean (36), geboren in Saoedi-Arabië, medeoprichter van Al-Qaeda, sinds 1999 ex-jihadist.

De vrouwen hangen de juwelen om en nemen met hun man het vliegtuig, bijvoorbeeld naar Pakistan. Daar verkopen ze de sieraden en wordt het geld door iemand opgehaald. Dean: „Geen haan die ernaar kraait, een vliegveldbeambte ziet het verschil tussen echt en nep niet, zeker niet met die Swarovski-kristallen van tegenwoordig.” Bovendien rust er geen verbod op reizen met peperdure oorbellen.

En dit is maar één manier om geld bij jihadisten te krijgen. Dean, die nu een adviesbureau in Dubai runt, kent ze allemaal. In zijn kale kantoor in een glimmende toren in Dubai toont hij – druk pijlen en cirkels tekenend op een whiteboard – hoe het werkt. „Ik heb familieleden die jihadi zijn, we praten gewoon met elkaar.”

Na zijn Al-Qaeda-tijd werkte Dean naar eigen zeggen jarenlang voor de Britse inlichtingendienst MI6. Hij zou zijn geïnfiltreerd in Al-Qaeda. Hij gaf er onlangs openheid over bij de BBC. Het valt allemaal niet te controleren, en het is enigszins lastig te geloven dat hij door Al-Qaeda én MI6 met rust wordt gelaten. „Laten we zeggen dat ik de nodige bescherming heb.” Liever praat hij over geldstromen.

„Ik was tijdens de oorlog in Tsjetsjenië, op mijn achttiende, verantwoordelijk voor de financiën van een ziekenhuis in Azerbajdzjan. We vroegen een Saoedische liefdadigheidsorganisatie om geld voor vijfhonderd tenten.” Daarin zouden slachtoffers van een overstroming moeten worden opgevangen. „Het geld ging naar Al-Qaeda, niemand die het controleerde.”

Verplichte aalmoes

Dat strookt met bevindingen van de Financial Action Task Force (FATF, een internationaal samenwerkingsverband van overheden ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering), dat in 2014 een rapport uitbracht met daarin ruim honderd voorbeelden van liefdadigheidsinstellingen die – soms met, soms zonder medeweten van donateurs – worden gebruikt om geld door te sluizen naar dubieuze doelen. Vaak onder het mom van humanitaire hulp in oorlogsgebieden. En gulle gevers genoeg, vooral in de Golfstaten.

Een van de vijf pilaren van de islam is de zakat, een soort verplichte aalmoes. Dat geld – 2,5 procent van iemands bezit – mag niet willekeurig worden uitgedeeld; volgens de shari’a zijn er acht toegestane bestemmingen. Dat zijn vooral groepen armen en behoeftigen, ook de jihad en jihadstrijders staan op de lijst. Ten tijde van het Ottomaanse Rijk was de inning en besteding van zakat centraal geregeld, nu laten veel islamitische landen dat over aan geestelijken en liefdadigheidsorganisaties. Er is weinig overheidscontrole op.

Zo wemelt het in Koeweit van de liefdadigheidsprojecten. Er zijn instellingen die samenwerken met de Verenigde Naties, maar er zijn ook tientallen WhatsApp-groepjes die zelf geld inzamelen. „Hier, deze zielige kinderen hebben we met zijn allen geholpen”, zegt een Koeweitse docente. Ze laat een foto zien van Jemenitische kinderen die blij tassen vol kleding omhooghouden. Niet iedereen doet mee. „De liefdadigheidsinstellingen zamelen bakken met geld in zonder dat iemand weet waar dat heen gaat. Nou, ik geef geen cent”, zegt Muna al-Fudhai, columniste.

Sinds het begin van de oorlog in Syrië 2011 zijn volgens onderzoekers alleen al in Koeweit honderden miljoenen dollars ingezameld. Niemand weet hoeveel in verkeerde handen is terechtgekomen. Ex-jihadi Dean weet wel hoe dat geld er kwam – niet via de bank. Na de aanslagen van 9/11 is het toezicht op financiële instellingen flink aangescherpt. Fondsenwervers en terreurleiders weten dat ze er niet tegenop kunnen, en vliegen nu onder de radar.

Keep it simple stupid

Dat gaat volgens Dean volgens het KISS-principe: ‘Keep It Simple, Stupid’. Het geld voor tenten zou nu niet meer via de bank worden overgemaakt, maar in contanten worden aangeleverd. Ronselaars geven nieuwe rekruten cash mee. „Niet meer dan 10.000 dollar, met dat bedrag mag je bijna overal door de douane.” Met duizenden rekruten gaat dat hard. „Het voordeel van veel mensen met kleine bedragen; als er een gepakt wordt, is de schade klein.”

Dan is er nog hawala, een informeel grensoverschrijdend betaalcircuit waarbij geld zich niet fysiek verplaatst. Iemand in Dubai die geld wil overmaken aan een ontvanger in Irak gaat naar een lokale hawala-agent, de hawaladar. Die geeft hem een geheime code. In Irak kan de ontvanger met die code zijn geld ophalen bij de lokale agent. De agenten kennen elkaar en verrekenen de onderlinge schuld. Deze methode wordt minder populair. „De hawaladars hebben veel jihadi’s verraden.”

Toch moeten banken nog steeds opletten. „Neem een Japanse bank die een bepaalde autofabrikant financiert. Als die fabrikant op zijn beurt weer onderdelen aan garages in Irak verkoopt, kan dat heel goed een door IS gerunde garage zijn. Banken moeten hun klanten dus eigenlijk constant om gedetailleerde informatie vragen, maar dat kost tijd en geld.”

IS is een verhaal apart. Moeten de ‘klassieke’ organisaties als Al-Qaeda het hebben van externe geldschieters en crimineel verkregen geld, IS heeft een derde inkomstenbron uit (geconfisqueerd) land, grondstoffen en bedrijven die het de voorbije jaren massaal opkocht. „De organisatie heeft een eigen centrale bank, Bait al-Mal, die belastingen int, geld munt en binnenkort zelfs met een microfinancieringsprogramma komt”, zegt Dean.

Dat programma is een intelligente zet. Arme sympathiserende gezinnen krijgen nu nog financiële bijstand van IS. Als ze met behulp van een kleine lening een bedrijfje kunnen opzetten, hoeft dat op den duur niet meer. „Daar win je zieltjes mee. En het geld dat niet meer naar het gezin hoeft, kan worden gebruikt voor de oorlogsinspanning. Het is heel geraffineerd.”

Het valt allemaal moeilijk te controleren, dat is uiteraard de hele opzet van jihadistisch financieren. Maar de verhalen stroken met berichten in de regionale media. Zo werden er enkele maanden geleden bij een lokale IS-cel in Koeweit geldpersen in beslag genomen die IS-geld zouden drukken. Goed politiewerk, vindt Dean, maar niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. „De geldstromen zijn uiteindelijk niet te stoppen. Om terrorisme te bestrijden moet je een einde zien te maken aan de rekrutering.”