Hoe kies je wél een goede bedrijfsnaam?

Foto AMC, bewerking NRC Q

Ooit begrepen waarom een start-up Jazoo heet? Of Plexxi? Ipipi? Waarschijnlijk waren alle simpelere namen al bezet. Het gaat namelijk vaak zo: de oprichter verzint een leuke naam, en ziet vervolgens dat er al een bedrijf bestaat met die naam. Weg domeinnaam. Dus komt er -ly achter de naam. Of een dubbele xx. Een cijfer in plaats van een letter.

“Ik word soms helemaal gek van de namen die bedrijven bedenken”, zegt de Amerikaanse merknaambedenker Alexandra Watkins, eigenaar van merknamenbureau Eat My Words en auteur van het boek Hello My Name Is Awesome.

“Vaak komen bedrijven aan met namen die niks betekenen, zoals Qdoba, Magoosh en Kiip, alleen maar omdat die domeinnaam nog beschikbaar was.”

Goed gevonden en, nou ja, iets minder goed gevonden bedrijfsnamen:

Lekker cyber

Bedrijfsnamen zijn trendgevoelig. Het begon ooit heel simpel: wie een zaak had vernoemde die naar zichzelf. Door globalisering en fusies moesten er ook internationaal klinkende namen komen: denk Arcadis, of Kendrion.

In de jaren tachtig en negentig was het een tijdje in de mode om met hoofdletters te werken: (PMSvW, KKBR). En tijdens de eerste internetbubbel wilden veel bedrijven ‘lekker cyber’ overkomen, en kwamen de cijfers in de naam (Tekst4you) en de e, als in eAnything.

Rond het jaar 2000 raakt het industriële in de mode. Bedrijven vestigen zich niet alleen in oude loodsen, maar heten ook ineens Tekstfabriek, of PR-Industries. Daarna volgt nog een periode waar alles met fruit, dieren of kleuren goed was en de éénlettergreepnamen: Bak, Rauw, Fris. Puur.

Hans Prummel van naambedrijf De Naamafdeling gebruikt als het even kan Nederlandse namen.

“Nederlands klinkt vaak minder sexy dan Engels, maar daardoor ook meer down-to-earth en direct.”

“Nu zitten we in een periode dat hipsternamen in zijn,” vertelt merkexpert Erwin Wijman. “Namen moeten humor hebben, zelfspot, en het liefst een beetje dubbelzinnig.” Dus kijk je naar films op Popcorn Time en heten communicatiebureaus Superhero Cheesecake of Sunshine and Sausages.

Scriptschrijvers kunnen er ook wat van: doe onze fictieve bedrijven quiz.

Aan de slag. De do’s:

1. Het moet iets zeggen over je merk
Maar wel op een een creatieve, suggestieve manier.
2. De naam moet een betekenis hebben
Dus niet een rare afkorting, of de naam andersom gespeld. De klant moet de naam lezen en denken: áh, ik snap ‘m.
3. Kies een naam die mensen voor zich kunnen zien
Het is fijn als ze meteen een beeld erbij hebben.
4. Geschikt voor uitbreiding
Dat je dus niet iets kiest als CoolCars: straks wil je ook wat anders dan auto’s verkopen.
5. Emotie = goed
Humor is aan te raden.

En dan de don’ts:

1. Expres verkeerd typen
De naam moet geen typefout lijken: dus geen q in plaats van een k of een dubbele oo.
2. Moeilijk te spellen
Dan kan niemand je vinden op Google. Of niemand je uitspreken.
Zie ook:


3. Wees geen na-aper
Als je grootste concurrent Freshberry heet, ga dan geen Freshkiwi heten.
4. Een grappige naam in het Latijn?
Ga ervan uit dat 1 procent van je klanten dat doorheeft, de rest ziet gewoon een onbekend woord.
5. Ga je internationaal?
Check of je naam niet iets vreemds betekent in een andere taal.
6. Gebruik nooit je eigen naam
Watkins: “Dat vinden mensen moeilijk te accepteren. Want ze zijn er aan gewend, ze vinden het mooi. Bovendien zegt de hele vriendenkring: superleuk, cupcakes van Katrien!” Niet doen dus, Katrien.
Tips uit: Hello my name is Awesome- How to create brand names that stick