Geef iedereen het recht op parodie

In de Verenigde Staten mag auteursrechtelijk beschermd werk vrij worden gebruikt, in naam van de kunst (of de porno-industrie). Deze rechten zouden wij ook moeten hebben, betoogt Florian Cramer.

Onlangs kreeg het Rotterdamse kunstpodium Roodkapje post van een advocaat. De inhoud: een gepeperde rekening. Voor hun jaarprogramma ‘Roodkapje Radicals’ adverteerden de curatoren met een bewapende jihadstrijder op een nepaffiche van H&M. Het was bedoeld als een letterlijke verbeelding van het begrip radical chic, als speelse relativering van hun eigen programma. Maar voor H&M was dit schending van het merkrecht. Toen Roodkapje de factuur van de H&M-advocaat kreeg, trokken zij het affiche in.

Dit is geen bijzondere gebeurtenis. Geregeld krijgen kunstenaars rechtszaken aan hun broek. In 2011 begon Louis Vuitton een zaak tegen de kunstenares Nadia Plesner nadat zij een schilderij maakte van een uitgehongerd Soedanees kind met een Louis Vuitton-tas in zijn handen. Het kledingmerk verloor de zaak uiteindelijk, maar het gedoe kostte de kunstenares een jaar. In 2008 stopten de advocaten van Amazon.com ‘Pirates of the Amazon’, een ludiek project van twee Rotterdamse mediadesignstudenten die via een browser-plugin pagina’s van Amazon automatisch aan corresponderende downloadpagina’s van de Pirate Bay koppelden.

Waarom zijn logo’s ineens heilig?

Er is rechtsonzekerheid in onze hedendaagse beeldcultuur. Als kunstenaar weet je niet meer waar je aan toe bent, en dat is kwalijk. Waarom worden logo’s van bedrijven nu ineens als heilig beschouwd, net als in de middeleeuwen schilderijen in een kerk, het intellectuele eigendom als nieuwe theologie?

Ik ben lector bij de Rotterdamse Willem de Kooning Academie. De makers van ‘Pirates of the Amazon’ waren mijn studenten, de mensen van Roodkapje ken ik goed. Maar dat is niet de reden dat ik aan hun zijde sta. Ik doe dat ook niet vanwege de zogeheten ‘vrijheid van kunst’, het recht waarbij een kunstenaar gevrijwaard is van censuur en dat in sommige landen (Duitsland, Oostenrijk) in de grondwet is opgenomen. Ik vind namelijk dat kunst geen wettelijke privileges zou moeten hebben, want privileges horen niet bij een democratische samenleving. Er bestaat wel het recht op vrije meningsuiting. Dit is geen privilege. Volgens mij hoort een recht op parodieën daarbij – voor iedereen, niet alléén voor kunstenaars.

Kunstvrijheid zorgde ervoor dat kunstenaars bijna nauwelijks ruzie over merkenrecht kregen. In 1919 knipte de dadaïst Kurt Schwitters het woordje ‘merz’ uit het logo van de Duitse Commerzbank, plakte het in een schilderij en noemde zijn kunst in het vervolg ‘Merzkunst’. Hij wordt nu als voorloper van de Pop Art beschouwd – een kunststroming die in de jaren zestig commerciële ontwerpen schaamteloos pikte: denk aan Campbell’s Tomato Soup en de Brillo Boxes van Andy Warhol.

Ook in de jaren tachtig kon dat nog wel, maar met het nieuwe millennium veranderde het klimaat. Zo werd de Amerikaanse kunstenaar Richard Prince – beroemd om zijn fotografische reproducties van Marlboro-affiches – vanwege schending van het auteursrecht voor de rechter gesleept door Patrick Cariou, de oorspronkelijke fotograaf van de Marlboro-cowboy.

Waarom sleepte men in het verleden Kurt Schwitters niet voor de rechter, maar doen bedrijven dat nu wel met andere kunstenaars? Wat zeker een rol speelt, is dat Schwitters, Warhol en de meeste Pop Art-kunstenaars bewust niet kritisch met logo’s en reclamebeelden omgingen. Vandaag spelen er nog twee factoren: het internet en verschillen in het auteursrecht tussen Europa en Amerika.

In de tijd voor het internet was de meeste kunst institutioneel verzuild. Ze stond grotendeels op haar aparte plek in musea en galerieën, los van de publieke ruimte en massamedia. Afbeeldingen stonden in specialistische boeken en tijdschriften, altijd met het duidelijke label ‘kunst’. Maar nu kan het H&M-jihadplaatje van Roodkapje direct naast de officiële reclamefoto’s opduiken als je ‘H&M’ in Google Image Search intoetst. Daarom zijn bedrijven alert geworden op elk inofficieel gebruik van hun merken en identiteit. Of je nu een logo gewoon voor de lol photoshopt en op de sociale media deelt, of dit met activistische of artistieke doeleinden doet – wettelijk is er geen verschil. Toegestaan is het in geen van de twee gevallen, tenminste niet in Nederland.

In de Verenigde Staten is de praktijk van het intellectuele eigendom problematisch, onder meer door een wildgroei van patenten. Maar juist in het auteursrecht is Amerika progressiever: er is een breed concept van ‘fair use’, wat inhoudt dat onderdelen van een auteursrechtelijk beschermd werk vrij mogen worden gebruikt. Dankzij fair use mag Richard Prince zijn Marlboro-cowboy verder exposeren. En nog belangrijker: er wordt een uitzondering voor parodieën gemaakt. Zodra een werk een parodie is, is het nauwelijks in strijd met het auteursrecht van het origineel. De H&M-parodie van Roodkapje zou daar nooit aanleiding tot juridisch bezwaar hebben gegeven.

Pornoversies van Hollywood-blockbusters

Dit recht heeft ook zijn bizarre aspecten. Al sinds jaar en dag produceert de Amerikaanse porno-industrie haar eigen versies van Hollywood-blockbusters. Van Whore of the Rings, Raiders of the Lost Arse, Pulp Friction en Womb Raider tot Captain America XXX: dankzij het recht op parodie zijn deze pornoversies ook zonder toestemming van de Hollywood-filmstudio’s legaal.

Fair use en recht op parodie zijn in de VS geen privileges van kunstenaars, maar ze gelden voor iedereen. Deze rechten moeten ook Europeanen hebben. In de twintigste eeuw was de scheiding tussen kunst en overige beeldcultuur al twijfelachtig. Dadaïsten, Pop Art- en andere kunstenaars maakten geen verschil meer tussen kunst, populaire en alledaagse beeldcultuur. Nu, in het tijdperk van de globalisering en van media zoals Google Image Search, is deze scheiding helemaal aan het verouderen. Het gaat niet meer om autonomie of vrijheid van kunst – categorieën uit de negentiende eeuw. Het gaat om algemene vrijheid van beeld en overige media, voor iedereen. Dus ook voor Roodkapje, en jouw recht om Gooische Mannen XXX te maken.