En het begon niet in een garage

Wil je net als Apple, Google en Amazon een miljoenenbedrijf oprichten? Dan schiet je niet zoveel op met een garage. Je moet vooral de goede mensen kennen. En geld hebben.

Hier begonnen studievrienden William Hewlett en David Packard 76 jaar geleden een eigen bedrijf, Hewlett-Packard. Foto AFP

De 300.000 mensen die nu bij HP werken, hadden nooit in het eerste kantoor van het technologiebedrijf gepast: een piepkleine garage in het Californische plaatsje Palo Alto.

Studievrienden William Hewlett en David Packard begonnen 76 jaar geleden een eigen bedrijf, Hewlett-Packard. Vanuit de garage naast Packards woning bouwden ze hun eerste product: een oscillator, een apparaat om trillingen mee op te wekken. Hun eerste klant was Walt Disney Studios, dat het apparaat gebruikte voor Fantasia (1940), een van de eerste films met geluid in stereo. HP groeide snel, Hewlett en Packard vonden al snel een groter pand. Inmiddels heeft het bedrijf een omzet van 111 miljard dollar.

Het verhaal van HP is een klassieker in Silicon Valley: van bedrijf in een garage tot een miljardenbedrijf. Ook Apple (1976), Google (1998) en Flipboard (2010) werden opgericht in garages – en dat zijn alleen bekende voorbeelden. Garages hebben in de techwereld zo’n bijzondere status dat Amazon-oprichter Jeff Bezos voor zijn bedrijf per se een pand met een garage wilde. Zo kon hij pochen dat hij ook een garagestart-up had, net zoals legendarische ondernemers in Silicon Valley. Dat die garage uiteindelijk werd gebruikt als recreatieruimte, maakte Bezos niet uit – zolang hij maar kon zeggen dat er een garage bij zat.

Het perfecte plaatje

Beginnen in een garage wekt bewondering. Want niet iedereen heeft het lef om een eigen bedrijf op te zetten, onder omstandigheden die nog zo pril en onzeker zijn dat er niet eens geld is voor een eigen kantoor. Het beeld van jongens die in een garage iets nieuws beginnen heeft een onweerstaanbare romantiek.

Niet gek dus dat garages in Silicon Valley een bijzondere rol krijgen toegedicht. Google kocht in 2006 de garage waar oprichters Larry Page en Sergey Brin in 1998 het bedrijf begonnen, als onderdeel van hun erfgoed. Ook voor Apple vormt het verhaal van de oprichting in de garage een belangrijk onderdeel van de identiteit van het bedrijf – onafhankelijk, tegendraads en creatief. De garage in het ouderlijk huis van Steve Jobs waar het bedrijf is opgericht, werd in 2013 op de monumentenlijst geplaatst.

Ook de garage van HP staat op de monumentenlijst. Een bordje voor de garage meldt: ‘Geboorteplaats van Silicon Valley’. HP liet de garage in 2006 voor een onbekend bedrag in originele staat terugbrengen. Op de universiteit Stanford is in de technische faculteit zelfs een levensgrote replica van de HP-garage gebouwd, om studenten te inspireren zelf een bedrijf te beginnen. Binnenin hangt een bordje met de vraag: ‘Wat zou jij willen doen?’

Maar de garage is niet het geheim

Wat is toch de aantrekkingskracht van garages? Pino Audia, hoogleraar management en organisatie aan de Amerikaanse universiteit Dartmouth, noemt de garage hét symbool van de do it yourself-mentaliteit in Silicon Valley. „De garage staat voor innovatie, vrijheid, onafhankelijkheid, hard werken om je dromen te realiseren”, vertelt hij. Het is de Silicon Valley-variant van de American dream: iedereen kan het maken, van krantenjongen tot miljonair, van garagestart-up tot miljardair.

Het idee dat succesvolle bedrijven ontstaan in garages is echter misleidend, zegt Audia. Het wekt de indruk dat bedrijven worden opgericht door briljante individuen, die afgezonderd van de buitenwereld opereren. „Onderzoek wijst echter uit dat toegang tot kennis, kapitaal en contacten de sleutel vormt tot succesvol ondernemerschap”, aldus Audia. Het verhaal dat succesvolle bedrijven in garages ontstaan, noemt hij daarom een mythe. Zelfs bedrijven die een tijd vanuit een garage werkten, hadden een voorgeschiedenis van kennis, kapitaal en contacten.

Neem bijvoorbeeld Hewlett en Packard. Het grootste deel van de ontwikkeling van de oscillator vond niet plaats in de garage, maar op de universiteit Stanford, waar de twee studeerden. Hoogleraar Frederick Terman suggereerde hun om de oscillator – Hewletts afstudeerproject – verder te ontwikkelen tot een commercieel product. Ondernemers in de buurt leenden de twee apparatuur en gaven hun advies. Nadat Hewlett en Packard uit de garage groeiden, kregen ze via Terman zelfs een kantoor op grond van Stanford. Het hoofdkantoor van HP is daar tot op heden gevestigd.

Ook Apple-oprichters Steve Jobs en Steve Wozniak hadden al kennis en contacten, die goed van pas kwamen toen ze met Apple begonnen. Jobs werkte bij gamebedrijf Atari, Wozniak bij HP. Via contacten bij Atari wist Jobs de eerste investering voor Apple binnen te harken.

En wat deden die twee nou eigenlijk in de garage naast Jobs ouderlijk huis? In feite niet zo veel. Wozniak vertelde onlangs tegen Business Insider: „We maakten er geen ontwerpen, we ontwikkelden er geen prototypes, we draaiden er geen productie. Het was gewoon een plek waar we ons thuis voelden en graag waren.” Het verhaal dat Apple in een garage is opgericht, noemde Wozniak „een beetje een mythe”.

De garage-mythe is schadelijk, volgens Audia. Het geeft beginnende ondernemers een valse voorstelling van ondernemerschap – een garage is niet genoeg. Eric Isaacs, directeur van het onderzoekslab Argonne National Laboratory van de universiteit van Chicago, gaat nog een stapje verder: de garage-mythe is volgens hem een argument om te bezuinigen op wetenschap. Als snelle jongens in garages de wereld veranderen, waarom zouden we dan nog publiek geld stoppen in wetenschap? Maar: „HP had niet bestaan als de oprichters geen toegang hadden gehad tot de uitstekende onderzoeksfaciliteiten uit de omgeving”, schrijft Isaacs in een artikel in Slate.

Mariana Mazzucato, hoogleraar economie aan de University of Sussex, laat in haar veelbesproken boek The Entrepeneurial State zien dat publiek geld een grote rol speelt bij het financieren van onderzoek, waarvan pas later commerciële toepassingen ontstaan.

Alles wat de iPhone slim maakt – de GPS, het touchscreen, de spraakherkenningstechnologie van Siri en internet – is te herleiden tot onderzoek dat in gang is gezet door de overheid, aldus Mazzucato. Zo plaatst ze het beeld van de garage-ondernemer in perspectief: ondernemers zijn geen eenzame uitvinders, maar staan op de schouders van reuzen.