En Caroline luncht achter de pc

De taak van verpleegkundigen is door ingrijpende hervormingen belangrijker geworden. Van hen voelt 80 procent zich zwaarder belast dan vorig jaar, blijkt uit een enquête van hun beroepsvereniging. Een dag mee met Caroline Smeets. „Ik heb soms het gevoel dat ik meer met wiskunde bezig ben, dan met zorg.”

Verpleegkundige Caroline Smeets fietst naar cliënten in Zuid-Beijerland. Voor het buitengebied gebruikt ze de auto. Foto Rien Zilvold

6.30 uur

De wekker van Caroline Smeets (32) gaat af. Douchen, aankleden, dochter (4) naar de buitenschoolse opvang en op naar kantoor. Ontbijt onderweg in de auto.

7.45 uur

Mails bekijken: een reactie van het WMO-loket (de gemeente) over de aanvraag van thuisbegeleiding, een bevestiging van een afspraak met de dementieverpleegkundige en tussendoor een vraag van een collega. Een cliënt wordt wat vergeetachtig. Wat te doen? Langsgaan, denkt Smeets. Ze gaat morgen zelf wel even kijken. Nog een korte mail naar haar regiomanager en dan op de fiets de wijk in. Zuid-Beijerland is niet zo groot, dus veel cliënten wonen vlakbij. Voor buitenwegen gebruikt Smeets de auto.

8.30 uur

De eerste stop is bij een nieuwe cliënt: een vrouw met een ernstige spierziekte. Ze werd verzorgd door haar echtgenoot, maar die kan het in zijn eentje niet langer aan. Het team van Smeets moet een deel van de zorg overnemen. Smeets: „We zien veel overbelaste mantelzorgers, vooral als cliënten zieker worden. Het is voor mensen vaak heel moeilijk hun dierbaren achteruit te zien gaan en ze tegelijkertijd te verzorgen.” Smeets moet nu bepalen hoeveel uur zorg de vrouw krijgt – het ‘indiceren’. In een gesprek van ongeveer een uur gaat ze alle mogelijkheden langs. „Zijn er misschien familieleden die wat taken over kunnen nemen?” Zelf zal ze voortaan om de week langskomen.

9.30 uur

Volgende huisbezoek. Een meneer die net uit het ziekenhuis is ontslagen. Hij heeft een pomp voor zijn medicatie en een wond op zijn lichaam. Smeets bekijkt en bespreekt de situatie. De wond is goed genezen, een wondverpleegkundige is niet nodig.” De man moet een week later weer naar het ziekenhuis. Hij wil graag zelf leren de wond te verzorgen. „Dan kom ik tegen die tijd nog wel een keer langs.”

10.00 uur

Een gesprek met een ernstig zieke man die weet dat hij niet meer beter wordt. Het is een nieuwe cliënt, dus Smeets moet beslissen op hoeveel uur zorg hij recht heeft. Ze verzorgt de man ook meteen. „Dan zie ik veel meer. Tijdens het wassen kan ik tegelijk de huid bekijken. En zie ik hoe iemand ademt en beweegt.” Intussen probeert ze zoveel mogelijk over de cliënt te weten te komen. „Hoe erg is de pijn? Bent u benauwd?”

Voor zulke intensieve gesprekken neemt ze de tijd. „Bij nieuwe cliënten moet ik eerst vertrouwen opbouwen. Ik stap zomaar iemands privéleven in. Dat is wennen.”

11.00 uur

Snel naar een AIV, een advies-, instructie- en voorlichtinggesprek – een kort consult voor chronisch zieken om kennis en vaardigheden een beetje bij te spijkeren. Helaas, niemand thuis: de cliënt is de afspraak vergeten.

11.15 uur

Terug op kantoor: nieuwe mails. En een whatsapp-bericht van een collega („hoe zit het vandaag met de overdracht?”), een belrondje langs haar team („even afstemmen: wie is bij welke cliënt?”), een telefoontje van de beroepsvereniging waarin ze actief is („kun jij binnenkort ergens training geven?”).

11.30 uur

Even overzicht proberen te krijgen. Hoeveel nieuwe cliënten zijn erbij gekomen? Hoeveel mensen weten nog niet hoeveel zorg ze de komende periode krijgen?

12.00 uur

Lunchen doet Smeets meestal achter haar computer. Soms ook met een collega of de roostermaker. Kunnen ze meteen even overleggen over het rooster en de routes van de komende weken. Wie weinig tijd heeft, gebruikt deze het liefst zo efficiënt mogelijk.

12.30 uur

Heen en weer naar de hospice, een instelling die zorg geeft aan stervenden, om wat ‘indicaties’ aan te scherpen. De meeste cliënten die daar liggen, hebben gecompliceerde problemen en veel zorg nodig. „Dat vergt veel overleg met de verpleegkundigen die er werken.” Ze blijft maar kort.

13.00 uur

De regiomanager belt. Ja, de hoeveelheid werk is groot en druk is hoog, dat weet de regiomanager ook. Richt je nu vooral op de indicaties, luidt het advies. Eigenlijk moet voor 1 mei voor alle oude en nieuwe patiënten duidelijk zijn hoeveel zorg zij krijgen.

15.00 uur

Het verpleegkundig spreekuur begint. Iedereen met vragen mag zonder afspraak even het kantoor binnenlopen. Het spreekuur is dit jaar opgezet door Smeets. „Als ik de wijk inging, waren er altijd heel veel mensen met vragen, bij het buurtcentrum of de soos bijvoorbeeld. Maar er is nog nooit iemand op het spreekuur gekomen.” Tijd voor promotie is er door de indicatie nog niet geweest.

16.00 uur

Tijd voor de administratie. Voor alle cliënten moet er een zorgplan komen. Daarin staat exact beschreven welke patiënt welke zorg krijgt, en hoeveel tijd daarvoor nodig is. Smeets moet opletten dat ze niet te veel of te weinig tijd inplant. Zeker te veel tijd inplannen mag niet van de zorgverzekeraar. Voor het aantrekken van steunkousen staat bijvoorbeeld tien minuten. Dat mag dus niet vijf minuten langer duren. „Ik heb soms het gevoel dat ik meer met wiskunde bezig ben, dan met zorg.”

17.00 uur

Op de fiets naar een familiegesprek. Doel: een goede verdeling maken tussen inzet van verpleegkundigen, familieleden en vrijwilligers bij de zorg voor een vrouw die eigenlijk naar een verpleeghuis moet. „Door de inzet van al die mensen kan ze nog thuis wonen.”

17.30 uur

Terug op kantoor schrijft ze snel een blog voor de site van Careyn, de zorgorganisatie waarvoor Smeets werkt. „We hebben een tekort aan mensen, ik moet toch een beetje mijn vak promoten.”

18.00 uur

Computer uit. Thuis even een boterham smeren en dan door naar een vergadering bij de gemeente. Smeets is sinds kort raadslid. Kan ze meteen de zorgtaken die naar de gemeente zijn gegaan een beetje in de gaten houden. „Maar dat doe ik gewoon privé hoor, omdat ik het leuk vind.”

21.30 uur

Thuis. Morgen weer een dag.