Een jihadist praat ze makkelijker uit de kleren

In Amsterdam en Rotterdam stonden mannen voor de rechter op verdenking van terrorisme. Niks terreur, legden hun advocaten uit, hooguit stoerdoenerij.

Hoe gevaarlijk zijn mensen die dwepen met de jihad? Daar draaide het om bij zeven terrorismezaken die gisteren voor de rechter kwamen. Het ging om pro-formazittingen, waarin advocaten de rechter vroegen hun cliënt vrij te laten in afwachting van de inhoudelijke behandeling.

Voor de Rotterdamse rechtbank verscheen Mohamed B., een 27-jarige Marokkaan die volgens het Openbaar Ministerie (OM) een aanslag in Nederland wilde plegen. Volgens zijn advocaat was dat grootspraak. Zijn cliënt zou zich stoer hebben voorgedaan op internet.

In de zwaarbewaakte rechtbank in Amsterdam-Osdorp stonden zes leden van een vermeend Haags jihadnetwerk terecht. Ook hier stelde de verdediging dat de verdachten slechts hun mening hebben gegeven op internet, terwijl het OM hen ziet als terroristen. Het netwerk, waarvan alleen hoofdrolspelers Azzedine C. en Rudolph H. kwamen opdagen – de rest wilde niet komen of vecht in Syrië – wordt verdacht van het ronselen van jongeren voor de oorlog in Syrië.

De verdediging maakte ’t het OM gisteren niet makkelijk. De advocaten betoogden dat er vrijwel geen bewijs is dat de verdachten jongeren hebben geronseld. Eén getuige zegt dat hij door de verdachten is gehersenspoeld, maar hij zou psychische klachten hebben en is inmiddels van zijn verklaring teruggekomen.

Het OM heeft „gewoon niks, of bijna niks” aan bewijs, zei advocaat André Seebregts van jihadverdachte Azzedine C. Hij vroeg de rechter PvdA-parlementariër Ahmed Marcouch te horen, omdat het Kamerlid tegen bewoners in de Haagse Schilderswijk zou hebben gezegd dat C. op korte termijn zou worden gearresteerd – wat ook gebeurde. De advocaat wil weten of de politie hierover gelekt heeft aan Marcouch. Dat zou betekenen dat de belangen van zijn cliënt zijn geschaad.

Het OM wil niet dat de verdachten in vrijheid hun proces mogen afwachten. Daar zijn de beschuldigingen te zwaar voor. De officier van justitie wees op een filmpje waarin de verdachten opriepen tot de jihad in Syrië én haalde een afgetapt telefoongesprek aan waarin C. zou hebben gezegd dat hij de strijd in Irak toejuicht en dat „executies” daar bijhoren. De rechter neemt komende dinsdag een beslissing.

Ook in de zaak van Mohamed B., verdacht van voorbereiding van een aanslag, schetste de officier gisteren een beeld van een extremist die niet voortijdig vrij mag komen. Op sociale media zwoer B. de eed van trouw aan terreurgroep Islamitische Staat. En hij vroeg om informatie om een flessenbom te maken. Hij noteerde in een schrift het recept voor een bom.

De rechter oordeelde dat B. in hechtenis blijft. Volgens zijn advocaat was B., die illegaal in Nederland verbleef en weinig vrienden had, vooral verveeld. En wat doe je dan? Dan versier je vrouwen via internet. B. richtte zich op Facebook tot vrome moslima’s en deed zich dan voor als jihadstrijder om indruk te maken. Als hij met een vrouw in gesprek raakte, probeerde hij haar zover te krijgen dat ze zich ontkleedde. Volgens de advocaat zou een jihadist zich nooit zo gedragen. B. was niet al te snugger en had nooit gedacht dat zijn gefantaseer hem op de terroristenafdeling zou doen belanden.

B. ontkende de chatgesprekken niet. „Het waren geen serieuze gesprekken”, zei hij daarover.