DNB: verzekeraars moeten oppassen

De Nederlandsche Bank slaat alarm over de verzekeringssector. Als een verzekeraar omvalt, treft dat de hele economie.

Verzekeraars, dat zijn eigenlijk de nieuwe banken. Ze kunnen zomaar omvallen. En de risico’s voor de economie zijn dan groot. De Nederlandsche Bank (DNB) slaat alarm: door de problemen van verzekeraars kan de „financiële stabiliteit in gevaar komen”, schrijft de toezichthouder in een gisteren verschenen rapport. Verzekeraars zijn zo verweven met de economie dat een faillissement „besmettingsrisico’s” met zich meebrengt.

Het is de scherpst getoonzette waarschuwing van toezichthouder DNB tot dusver aan de verzekeringssector, waarover zij zich al een paar jaar bezorgd uitlaat. De verzekeraars moeten van DNB hun bedrijfsmodel aanpassen en terughoudend zijn met het uitkeren van dividend.

De belangrijkste reden om in het zogeheten Overzicht Financiële Stabiliteit de verzekeraars centraal te stellen, is de extreem lage rente. Die raakt juist verzekeringsmaatschappijen hard, vooral bedrijven die veel levensverzekeringen aanbieden (verzekeringen voor uitvaart, overlijdensrisico of aanvullend pensioen).

De hoogte van de uitkeringen aan polishouders ligt in levensverzekeringen vaak vast: verzekeraars hebben garanties gegeven voor later. Maar die verplichtingen worden nu steeds kostbaarder, omdat de kapitaalpositie van verzekeraars verslechtert. Beleggingen, zoals obligaties, leveren door de lage rente minder op.

DNB noemt niet de namen van de verzekeraars die haar zorgen baren. De grootste levensverzekeraars zijn Aegon, Nationale-Nederlanden (NN), Achmea, Reaal en Delta Lloyd. Onlangs bleek dat Reaal (omgedoopt tot Vivat) diep in het rood staat. Achmea boekt amper nog winst. Vorig jaar bleek uit een Europese stresstest dat Nederlandse verzekeraars in een lagerentescenario fors werden geraakt: ze verloren 10 procent van hun vermogen. DNB wijst erop dat de rente inmiddels nóg lager ligt dan in het scenario van de stresstest.

Bedonderd met woekerpolissen

De lage rente is vooral het gevolg van beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Niet alleen staat de ECB-rente al een tijd historisch laag, ook drukt haar geldverruimingsprogramma de rentes op staatsobligaties. Het beleid is bedoeld om de economie aan te jagen, maar er zijn ook neveneffecten, schrijft DNB: „Een langdurig lage rente heeft vergaande gevolgen voor de winstgevendheid en de buffers van Nederlandse financiële instellingen.”

Ook de pensioenfondsen lijden onder de lage rente. Maar zij kunnen daar makkelijker op inspelen dan verzekeraars. Ze kunnen bijvoorbeeld de premies verhogen of uitkeringen verlagen. Aan eenmaal afgesloten levensverzekeringen is vaak niet meer te morrelen. Bijkomend probleem voor verzekeraars is dat minder mensen nieuwe levensverzekeringen afsluiten. De premie-inkomsten lopen terug. Veel consumenten zijn sceptisch geworden: nog niet zo lang geleden werden ze bedonderd met woekerpolissen.

Toch maar dividend

DNB heeft de afgelopen jaren vooral de toon opgevoerd en niet ingegrepen bij verzekeraars. Nu stelt zij onder meer de uitkering van dividend aan aandeelhouders ter discussie. DNB kan dit in het uiterste geval blokkeren en in verholen taal dreigt zij hier ook mee: op basis van een EU-verzekeringsrichtlijn, die in 2016 in werking treedt, zal DNB „beoordelen of dividenduitkeringen verantwoord zijn”. Opvallend is dat NN en Aegon onlangs nog ruimte zagen voor de uitkering van extra dividend.

In een reactie zegt het Verbond van Verzekeraars dat de waarschuwing van DNB „niet nieuw” is. Verzekeraars werken hard aan kostenbesparingen, onder meer met forse reorganisaties. „En maatschappijen zoeken nieuwe inkomsten, bijvoorbeeld op de pensioenmarkt”, aldus een woordvoerder. Hij kaatst de bal ook een beetje terug. „Het is geen goede zaak dat de ECB weinig aandacht heeft voor de impact van het rentebeleid op bepaalde sectoren”. DNB heeft toch een zetel in de ECB? „Vandaar ook dat wij dit zeggen”.