De romance doet Crowe definitief de das om

Het regiedebuut van de Australische acteur Russell Crowe biedt genoeg momenten waaruit blijkt dat hij regietalent heeft. Zo heeft The Water Diviner een aantal van bovenaf gefilmde beelden, wat memorabele composities oplevert. En het spreekt voor zich dat hij acteurs weet te inspireren tot goed spel. Zo kreeg de Turkse acteur Yilmaz Erdogan afgelopen januari de prijs voor beste bijrolspeler van de Australian Academy of Cinema and Television Arts (AACTA). The Water Diviner werd door de AACTA zelfs gekozen tot beste Australische film van het jaar, samen met horrorhit The Babadook. Die bekroning is iets te veel eer voor een film die uiteindelijk geen maat weet te houden en in de tweede helft jammerlijk uit de bocht vliegt.

Dat The Water Diviner in Australië bekroond werd, zou wel eens te maken kunnen hebben met het onderwerp: de dit jaar precies honderd jaar geleden, desastreus verlopen slag om het schiereiland Gallipoli tijdens de Eerste Wereldoorlog. Daar kwamen 40.000 soldaten om, van wie bijna 9.000 Australiërs. In Australië wordt deze traumatische gebeurtenis sinds 1916 herdacht als Anzac-dag (25 april), waarbij Anzac staat voor het Australian and New Zealand Army Corps.

Russell Crowe speelt een weduwnaar die in 1919 naar Turkije reist om op Gallipoli de lijken van zijn drie zoons op te halen die zich in 1914 zoals zovelen geestdriftig aanmeldden bij het leger. Hij komt terecht in een bureaucratisch en nationalistisch mijnenveld, met belangrijke rollen voor hautaine Britten, trotse Turken en heetgebakerde Grieken – Crowe schuwt geen enkel cliché over nationaliteiten.

Crowe is bruut in de steek gelaten door zijn scenaristen die een exotisch Turkije vol kleurrijke bazaars, ‘rare’ gewoontes (gearrangeerde huwelijken, salades als ontbijt) en onderdrukte vrouwen opvoeren. Ook splitsen ze Crowe een romance in de maag die The Water Diviner definitief de das omdoet. Hier faalt Crowe als acteur en regisseur en druipt het valse sentiment van het doek. Volgende keer beter.