De middelmatige economie

De Nieuwe Middelmatigheid, zo noemt directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de vooruitzichten voor de westerse economie. Na het Nieuwe Normaal en de ‘structurele stagnatie’ is dit een nieuwe term voor een verschijnsel dat inmiddels al jaren meegaat. Het herstel van de financiële crisis wil, zeven jaar na dato, niet echt vlotten. Het gaat beter met de economie van de eurozone, en ook met Nederland. Maar de groeivoeten van boven de 2 procent die vroeger normaal waren, worden nu gevierd als pieken.

Het zou kunnen dat onze economie dit jaar die 2 procent inderdaad haalt. Maar dat is vooral te danken aan twee tijdelijke effecten: de sterk gedaalde prijs van ruwe olie en de gekelderde wisselkoers van de euro. En dan is er nog de monetaire stimulans van het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank. De Nederlandsche Bank, die daar begin dit jaar met lange tanden mee akkoord ging, sloot zich gisteren aan in een groeiende rij van economen en instellingen die waarschuwen voor de mogelijke zeepbeleffecten van dit soort beleid – en de risico’s voor de financiële sector.

De structureel lage groei gaat, volgens het IMF, door al deze tijdelijke meevallers en ingrepen niet weg. De oorzaken stammen al van voor de crisis: toenemende vergrijzing, achterblijvende investeringen en te lage productiviteitsstijging zorgen ervoor dat de potentiële groei lager is dan wenselijk. Dat kan betekenen dat schulden moeilijker af te lossen worden of dat er geen optimale werkgelegenheid ontstaat. Het kan ook inhouden dat centrale banken zich in de toekomst vaker gedwongen voelen het onconventionele beleid te voeren waartoe zij de laatste jaren hun toevlucht hebben genomen.

Het probleem beperkt zich niet tot de gevestigde industrielanden. Ook opkomende economieën kunnen te maken krijgen met een langzaam afnemende groeivoet. De inhaalslag ten opzichte van het Westen is al een eind gevorderd, waardoor het tempo van de productiviteitsstijging afneemt naarmate het plafond nadert. China lijkt zich al in dit proces te bevinden.

Hier is geen simpele, alomvattende oplossing voor. Een investeringsimpuls in het Westen, met name in infrastructuur, zou helpen. Een betere internationale beleidscoördinatie ook, zeker als die gericht is op het handhaven van de stabiliteit van de financiële sector – met overheden die met hun financiële huishouding het goede voorbeeld geven. Want de financiële markt en haar bewoners blijven een zorgenkind. Een nieuwe schok kan de wereld op dit moment niet gebruiken. De lange tocht uit het dal van de vorige crisis heeft al offers genoeg gevergd.