Column

Als een vrouw de draad kwijtraakt

De Stichting Jij heeft in Rotterdam het ‘Jij-huis’, waar mensen met een eetstoornis „in eigen tempo” werken aan herstel onder begeleiding van ervaringsdeskundigen. Zes van hen reizen deze dag met het openbaar vervoer naar een theatervoorstelling in Den Haag, en willen onderweg medepassagiers aanspreken over hun begrip voor eetstoornissen, zoals anorexia, boulimia of eetbui-stoornis. Het evenement maakt deel uit van een breder initiatief om begrip te wekken voor psychische aandoeningen, de Stigmatour.

Het is juist de eerste zomerse zondagmorgen in Rotterdam, en er zijn relatief weinig voorbijgangers op het plein voor Rotterdam Centraal – iedereen lijkt elders, bij de Rotterdam Marathon. Saskia Lagerwaard (44), een van zes in fleurige gele hesjes gehulde vrijwilligers van verschillende leeftijd, laat me blind een kaart met een vraag trekken. Wat ik zou doen als ik zou merken dat iemand in mijn omgeving een eetstoornis zou hebben? „Doorverwijzen naar de huisarts”, zeg ik aarzelend en schaam me meteen – een laf antwoord, dat het gevaar zo vér mogelijk op afstand moet houden. Veel aangesproken voorbijgangers, vertelt Saskia, zeggen iemand te kennen die een eetstoornis heeft.

In de Randstadrail naar Den Haag is het ook zeer rustig, zodat er gelegenheid is om te praten. De zes zijn allen vrouw, en ervaringsdeskundige. De stemming is vrolijk. Zij beschrijven hun eetstoornis niet als een geïsoleerd ziektebeeld, maar als iets wat met de rest van hun levensloop te maken had of heeft. Sanne van Driel (29) heeft de eetstoornis die ze als kind doormaakte, aangegrepen voor haar masterscriptie filosofie, De strijd van het kleine meisje – vol Deleuze, Foucault en Nietzsche. Ute Schlicher (60) vertelt hoe in haar vele jaren psychotherapie haar eetstoornis nooit aan de orde kwam. Eetstoornissen staan nog maar relatief kort op het repertoire van de psychiatrie. Extreem veel of weinig eten – daar kwam je met wilskracht wel overheen.

In het Diamant-theater in Den Haag hebben diverse patiëntenorganisaties in de sfeer van eetstoornis standjes ingericht. Honderdvijftig bezoekers kijken muisstil naar Stillen, een theatervoorstelling van Maartje Wikkerink, die het probleem uit eigen ervaring kent. Voor haar is anorexia niet iets voor domme meisjes, maar heeft het te maken met je ontwikkeling als vrouw, en met hoe je denkt dat de maatschappij naar een vrouw kijkt. De voorstelling is volledig onsentimenteel. Met poppen, tekstborden, clownerieën en komische terzijdes roept Wikkerink niettemin een buitengewoon confronterend beeld op. Als het licht weer aangaat, zijn sommige toeschouwers in tranen.

In onze maatschappij staat de rol van vrouwen voortdurend ter discussie, op elk gebied, bedenk ik aan het eind van de dag. Is het in die carrousel van verwachtingen en ambities zo gek dat af en toe een vrouw de draad kwijtraakt? Als een eetstoornis niet zo slecht was voor je fysieke gezondheid en zoveel leed veroorzaakte, zou je zo’n misverstand nog bijna normaal gaan vinden, peins ik. De verslaggever die wilde zien hoe Stichting Jij voorbijgangers op andere gedachten bracht, is dus zelf tot nieuw inzicht geraakt.