Zoals The Wire, maar dan in de Rotterdamse haven

CODE 010 is het eerste deel van een vierdelige toneelserie van theatermaker Sadettin Kirmiziyüz over Rotterdam. Net als in de tv-serie The Wire is er in het stuk geen goed of kwaad: alles is grijs. En de stad speelt de hoofdrol.

De vijf acteurs van CODE 010. V.l.n.r. Nasrdin Dchar, Alejandra Theus, Kaspar Schellingerhout, Marieke Giebels en Sadettin Kirmiziyüz. Foto Leo van Velzen

De stad moest de hoofdrol spelen, dat stond vast. Net als in televisieserie The Wire. Maar in plaats van Baltimore krijgt een andere havenstad het podium. CODE 010 is het eerste deel van een vierdelige toneelserie, gemaakt door de Nederlands-Turkse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Kirmiziyüz, woonachtig in Amsterdam, debuteert met de serie bij het Rotterdamse Ro Theater.

Sinds september verdiept hij zich uitvoerig in „de enige echte wereldstad die Nederland kent”. De verhalen van Rotterdam wilde hij vertellen, naar model van die veelgeprezen serie die een andere geplaagde stad zo schitterend in de schijnwerpers plaatste. Maar verwacht geen imitatie. Kirmiziyüz: „The Wire is al gemaakt. Dat moet je niet over willen doen.”

Naar voorbeeld van The Wire koos Kirmiziyüz wel vier thema’s die de essentie en de problematiek van de stad Rotterdam raken – de haven, het onderwijs, de lokale media en de gemeentepolitiek. „Ik wilde vanuit de haven steeds dieper de stad intrekken, op naar de Coolsingel.” Elk seizoen brengt hij bij het Ro een ander thema, te beginnen dus bij de haven. „Daar wordt Rotterdam voor een belangrijk deel bepaald; de haven is wat die stad uniek maakt, een toegangspoort tot de wereld.”

De belangrijkste overeenkomst tussen de serie en zijn voorstellingenreeks, zegt Kirmiziyüz, is het conflict tussen onveranderlijke systemen en het individu. Steeds probeert weer iemand iets, en dat is mooi, maar het blijft mislukken. Het systeem perverteer iedereen; ook goedbedoelende burgers raken vermorzeld tussen de krachten. Dat toont The Wire mooi.”

Ook knap aan The Wire: er bestaat geen goed of kwaad. Alles is grijs; idealisme en cynisme trekken samen op. In CODE 010 komt dat gegeven eveneens mooi terug.

Verhalen van verdoemde sappelaars

In de eerste voorstelling, met tekstbijdragen van toneelschrijver Simon Weeda, zien we bijvoorbeeld de eenvoudige havenarbeider Hugo (Kaspar Schellingerhout), die zich tegen betaling laat gebruiken door criminelen omdat hij grotere dromen heeft. We zien vakbondsman Harm (Kirmiziyüz) die vergeefs probeert het systeem ten goede te keren, en als dat niet lukt, het platlegt door te staken. Er is rechercheur Marco (Nasrdin Dchar) die zich zo heeft vastgebeten in een zaak dat hij compleet zijn boekje te buiten gaat. En hoerenmadam Jackie (Alejandra Theus), die haar imperium ziet afbrokkelen en één keer in haar leven een grote slag wil slaan. De verhalen van al die gedoemde, min of meer sympathieke sappelaars grijpen in CODE 010 vernuftig in elkaar. De vijf acteurs spelen elk twee rollen, en becommentariëren als ‘zichzelf’ ook de gebeurtenissen en het lot van hun personages. Een beproefde methode voor theatermaker/acteur Kirmiziyüz, die vaker als zichzelf op toneel staat.

In het begin van CODE 010 neemt Kirmiziyüz volgens dat bekende recept de toeschouwers mee in de verbijstering die volgde op zijn research. Hij klimt op een houten pallet, zijn spreekgestoelte, met achter hem een zeecontainer vol knuffelbeesten, en kiepert een paar doosjes om: 140 suikerklontjes verstrooid over het toneel. Elk van die klontjes staat voor 50.000 zeecontainers, vertelt Kirmiziyüz zijn publiek. Zoveel komt er door de Rotterdamse haven: zeven miljoen containers per jaar. Kirmiziyüz: „Die getallen zijn zo immens, dat is simpelweg niet te bevatten. Het grootste containerschip vervoert 15.000 containers. Dat is een schip zo groot als een stad, zeg Almere, met daarop flatgebouwen van containers, van twintig verdiepingen hoog.” Hij houdt één klontje omhoog, dat is wat haven-inspectieteam HARC (het Hit and Run Containers Team) kan controleren: 50.000 containers. En de rest? Die kan ongezien door.

Want wie zich in de haven verdiept, komt al heel snel uit bij smokkel. Tijdens hun research stuitten de makers eerst op de relatief onschuldige smokkel, vertelt hij, met afgekeurde fairtradeproducten en spulletjes ‘die van de vrachtwagen zijn gevallen’. „Maar algauw kom je dan uit bij duisterder zaken. Zo onderschept de recherche in de haven wekelijks één zeecontainer vol aan wapens.” Kirmiziyüz en de andere acteurs, die de voorstelling samen en deels op basis van improvisaties maken, besloten zich te concentreren op de spannendste en ook lucratiefste zwarte handelswaar: dat witte poeder, cocaïne.

Ter voorbereiding spraken ze met havenarbeiders, vakbondslui, journalisten en een rechercheur die zelf op het slechte pad was geraakt. Heel veel waardevolle informatie kregen ze van een rechtbankverslaggever van RTV Rijnmond, zegt Kirmiziyüz. „Hij wist ons te vertellen dat de smokkel nauwelijks nog via grote criminele organisaties gaat. Het is veel meer versnipperd: meestal krijgt een havenarbeider simpelweg een telefoontje: of hij snel wat geld wil verdienen. Dat is natuurlijk razend verleidelijk. Eén keertje… denken die dan vaak. Ze worden geregeld gepakt, omdat ze opeens in een veel te dikke auto rondrijden. Laatst is in Rotterdam nog iemand gearresteerd die voor 90.000 euro een tuin had laten aanleggen. Dat vind ik ontroerend, zo veel geld, en dan zo’n bescheiden droom, van een mooi tuintje.” Die anekdote verwerkte Kirmiziyüz ook in de voorstelling.

Smokkel gebeurt altijd met hulp

Waar hij tijdens de research het meest van opkeek, zegt hij, is dat smokkel zonder medewerking van iemand van binnenuit niet voorkomt. „On-mo-ge-lijk. De haven is veel te goed beveiligd.” Dus wanneer er sprake is van smokkel, is er altijd sprake van een corrupte havenarbeider. Ook dat aspect komt terug in CODE 010. Betrokkenen worden gerekruteerd als ze er al werken, vertelt Kirmiziyüz. Criminelen scouten bij de snackbar of de kroeg in de buurt.

De goeiige Hugo uit CODE 010 weet overigens niet wat er in de containers zit die hij voor criminelen doorlaat. Dat wil hij ook niet. Want zolang hij het niet weet, stelt hij zichzelf gerust, kan het net zo goed om melkpoeder gaan. Kirmiziyüz: „Dat schijnt dus ook héél veel te worden gesmokkeld.”

Vorig jaar bezocht Kirmiziyüz een studiedag van de UvA die geheel aan The Wire gewijd was. Verschillende facetten van de serie werden ontleed door organisatiedeskundigen, stedenbouwkundigen, architecten, sociologen en een literatuurwetenschapper. Kirmiziyüz: „Elk van die deskundigen beschouwde de serie vanuit zijn of haar vakgebied. Dat vond ik enorm inspirerend. Vanuit al die invalshoeken leer je een stad echt kennen; hoe die beweegt, hoe die ademt, de bevolkingssamenstelling, de dynamiek. Ik heb me op vergelijkbare wijze – hoewel veel bescheidener – ook verdiept in Rotterdam, en heb de stad leren kennen als enorm daadkrachtig en energiek. Als hier aan de straat wordt gewerkt is-ie binnen een paar uur weer dicht, klaar. Altijd als ik hier op het station aankom, krijg ik direct enorme zin om aan het werk te gaan.”

Maar ondanks dat Rotterdam in de voorstelling centraal staat, en alle verhalen en personages wortelen in de werkelijkheid, moest CODE 010 uiteindelijk wel gewoon toneel worden, fictie. Want dat is zijn baan, zegt Kirmizyüz. Hij is theatermaker en acteur, geen rechercheur of journalist. „Op die Wire-studiedag van de UvA kwam als laatste een literatuurwetenschapper aan het woord. Die zei: ‘Leuk hoor, alle voorgaande analyses, maar uiteindelijk is The Wire natuurlijk gewoon een Griekse tragedie.’ Zo is het bij ons ook: zodra een personage hoogmoedig wordt, komt hij onherroepelijk ten val. Hoe waarheidsgetrouw ook, in CODE 010 leggen wij realistisch, documentair toneel over de blauwdruk van het Griekse drama.”