Wij & Ronaldo

Vanavond speelt Real Madrid tegen Atlético Madrid en je zult zien dat we weer hopen dat Ronaldo struikelt, voorspelt Auke Kok.

Het probleem van Cristiano Ronaldo is dat het altijd eerst over die ándere voetballer gaat. Over Lionel Messi natuurlijk, het door iedereen beminde, innemend-guitige mannetje dat in de film Messi naar voren komt zoals we hem graag zien. Maar luister: na afloop van een vertoning op het documentairefestival IDFA werd de Nederlandse trainer Henk ten Cate geïnterviewd. Ten Cate had Messi meegemaakt bij FC Barcelona en hij vertelde hoe de kleine schattige Messi de kleedkamer ooit had vernield toen hij hoorde dat hij niet zou worden opgesteld. Messi was toen nog een tiener en had niets te eisen. Wat een rotjoch!

Het voorval zat niet in de film. Het paste niet in het streven om het publiek te behagen. In Ronaldo zou een dergelijk voorval ongetwijfeld wel zitten. Hoe goed de dertigjarige Cristiano Ronaldo dos Santos Aveiro ook speelt, hoeveel goals hij ook maakt voor Real Madrid, hoeveel wedstrijden hij ook beslist met zijn onnavolgbare passeerbewegingen en formidabele inzet: van hem kun je geen fan zijn. Zeker niet als je een man bent en al helemaal niet als je een volwassen heteroseksuele man in Nederland bent. Integendeel, als beetje man moet je afgeven op zijn gebaartjes, zijn uitdagende blik, zijn glimmende en verzorgde haar, zijn geweldige figuur en schitterende witte tanden. Hij belichaamt de reden waarom lifestyle-bladen hier zo moeilijk mannelijke lezers vinden: voor je het weet ben je homo.

Jonge god van Madeira

Ronaldo kreeg de afgelopen twee jaar de Gouden Bal voor de beste voetballer ter wereld, maar wie hem de beste voetballer ter wereld noemt, heeft iets uit te leggen. Hoe kun je nu houden van iemand die ambitieus én koket is? Aan de jonge God van Madeira valt niets toe te voegen en dan heb je als voetballer een probleem. Was de Portugees maar een bokser geweest, of een basketballer: in zulke sporten worden zelfbewuste atleten als hij op handen gedragen. Hij zou er worden gezien als een oogbedwelmende artiest die de grenzen opzoekt. Maar in de gehandicaptensport die voetbal in wezen is, is volmaaktheid een nadeel. Het onhandige gedoe met voeten, zo ongeschikt voor precisie, maakt van iedere wedstrijd een foutenfestival en dat brengt op de een of andere manier met zich mee dat juist de gebrekkige wordt bemind. Daarom wekt de kleine Messi met zijn altijd weer gememoreerde groeistoornis veel warmte op, ook al is hij lang niet zo vaak beschikbaar voor zijn fans als Ronaldo en geeft hij vrijwel geen interviews.

Om vergelijkbare redenen waren bij ons vroeger de magere Johan Cruijff en de kromme Wim van Hanegem vertederend. De mollige en lichtblonde Ronald Koeman werd in Spanje gekoesterd als Sneeuwvlokje. Ronaldinho met zijn overtbite: helemaal goed! Hoogtepunt in de wereldgeschiedenis was natuurlijk Garrincha uit Brazilië. Klein én krom én benen van ongelijke lengte, een o-been en een x-been, en tragisch ten onder. Ideaal voor gedichten vol smart en nostalgie.

Benijdenswaardige positie

Ronaldo is anders: de anti-Garrincha, de Superman in wie echte mannen geen Clark Kent willen of durven zien. Het verhaal van zijn moeilijke jeugd en zijn drankzuchtige, jong overleden vader hoeft niet te worden verteld: het is kansloos tegen het schijnsel van zijn gel en de blik in zijn ogen, tegen zijn onuitroeibare neiging tot kinderachtig gedrag en al dan niet gespeeld arrogantie.

Kennelijk is het te veel gevraagd om te houden van een speler van één meter 85 die hoger springt dan basketballers en harder loopt dan hardlopers. Die provocerend van zich afbijt met zinnen als: ‘Mensen zijn jaloers op mij omdat ik rijk, knap en een groot voetballer ben.’ Die eruitziet alsof hij vlak voor het betreden van de arena zichzelf een knipoog heeft gegeven in de spiegel. Ook al zou hij daar alle reden toe hebben: zijn benijdenswaardige postuur en het feit dat hij nooit geblesseerd is ondanks eindeloos veel wedstrijden per jaar zijn het gevolg van afzien in de anonimiteit van de gymzaal, iedere dag weer. Niemand die zo voor zijn sport leeft als Ronaldo.

Hij kan nog zoveel nieuwkomers in de spelersselectie op hun gemak stellen en hen wegwijs maken in de club; hij kan tot zijn laatste snik blijven doorgaan met zieke kinderen te helpen op alle continenten: de voetballiefhebbers zien hem lopen en hopen dat hij struikelt. Vanavond bijvoorbeeld, in de Champions League tegen de robuuste, dus echte mannen van Atlético Madrid. Ronaldo is niet slim, vermoedelijk is hij zelfs dom. Hij wil maar niet snappen dat voetballers bescheiden moeten zijn. Gewoon na een doelpunt liegen dat het niet uitmaakt wie er scoort, zo lang de ploeg maar wint, klaar ben je. Ronaldo’s gebrek is onzichtbaar, het zit tussen zijn oren en daarom verdient hij compassie. Zie die nummer zeven van Real nu eens springen en van links naar rechts draven alsof zijn leven ervan afhangt. Hij stelt zich aan uit onmacht, uit een tekort aan sociale intelligentie. Hij weet niet beter. Best sneu.