Op z’n best als hij mijmert

Wie Brian Wilson (72) anno 2015 een genie wil noemen, moet met de mantel der liefde bedekken dat de belangrijkste man van de Beach Boys al lang geen briljante plaat meer heeft gemaakt. Na het meesterwerk Pet Sounds (1966) sleepte de band zich door de jaren met albums waarop Wilson een ondergeschikte rol speelde. Met Mike Love aan het hoofd en zonder hun reisschuwe leider hielden de Beach Boys zich decennialang op in het lucratieve oldies-circuit. De verloren gewaande Smile-sessies, die in 2011 eindelijk het licht zagen, lieten 44 jaar na dato horen hoe briljant Wilson de Beach Boys kon laten klinken.

Een nieuw soloalbum brengt geen grote ommekeer.

In de zorgvuldig vormgegeven liedjes wemelt het van clichés over zwoele zomernachten, zonsondergangen boven de oceaan en wrakhout op het strand. Het hoornintro van ‘One Kind Of Love’ is een nauwgezette pastiche van ‘God Only Knows’ en ‘Sail Away’ bevat zoveel verwijzingen naar oude nummers dat het bijna een persiflage is. De hereniging met Beach Boy Al Jardine in twee liedjes levert de enige briljante momenten op. In hun understatement brengen ‘Whatever Happened’ en ‘Tell Me Why’ een echo van alles wat de groep op hun best zo subtiel en gelaagd maakte. Door hun bitterzoete weemoed springen ze eruit op een album dat te nadrukkelijk probeert een naïef en contemporain popgevoel op te roepen. De Beach Boys die blijmoedig met hun surfplank naar het zonovergoten strand lopen bestaan niet meer. Brian Wilson klinkt veel oprechter als hij mijmert over voorbije tijden, met muziek die door een flets zonnetje wordt beschenen.