Ook bezetters Maagdenhuis valt een en ander te verwijten

Heeft het bestuur van de Universiteit van Amsterdam geblunderd door niet een weekendje te wachten met de ontruiming van het Maagdenhuis? 175 medewerkers en hoogleraren van de UvA stelden dit gisteren in een open brief deze krant, met het advies om meteen maar op te hoepelen. Of, vroom geformuleerd: „Wordt het niet tijd voor een nieuw college van bestuur dat met schone lei, onbezoedeld door het verleden, daadwerkelijk kan beginnen met het zo broodnodige vernieuwingsproces?”

Het zwartepieten is begonnen. Wie heeft er wie bezoedeld en wiens lei is er nog schoon? Van een afstand bezien had in een weekendje wachten best wat gezeten. Geen mooiere tolerantie dan repressieve tolerantie, voor machthebbers althans. Bezetters zelf de lentekou zien insjokken met slaapzak en klapkrat was beter geweest dan het tafereel met politiepaarden, hardhandige agenten en huilende studentes dat zaterdag het beeldnieuws domineerde.

De studenten schoten met hun acties immers raak. Onder het universitair personeel hebben zij de onvrede zichtbaar gemaakt. Over een universiteit die uit haar krachten groeit, die worstelt met prestatieafspraken, moet bezuinigen én zich heroriënteren op ‘topsectoren’, terwijl het een slecht onderhouden gebouwenvoorraad beheert. ‘Rendementsdenken’ is het sjibbolet van het protest geworden. Het college stelde zich, tot zijn krediet, constructief op, maakte ruimte voor een student-bestuurder en stelde twee commissies in om het eigen bestuur en de financiën te onderzoeken.

Dat vorige week de maat echter vol was valt óók te begrijpen. De bezetters bleken moeizame gesprekspartners, die telkens de akkoorden die hun afvaardigingen bereikten in massavergaderingen weer verwierpen. Ook het Bungehuis wensten de bezetters destijds niet te verlaten, ook niet na een vonnis van de rechter. Dat herhaalde zich vorige week. De rechter oordeelde expliciet dat de bezetters moesten vertrekken – en dat hun voorgenomen ‘wetenschapsfestival’ niet in het Maagdenhuis mocht worden gehouden. Te onveilig voor eventuele bezoekers, een te korte termijn om veiligheidsmaatregelen te nemen. En, essentieel, de bezetters vormden een onvoldoende homogene groep om afspraken mee te kunnen maken.

Het kan de leiding van de universiteit dan niet kwalijk worden genomen dat ze het vonnis van de rechter liet uitvoeren. De studenten hadden immers het vonnis ook zélf kunnen respecteren en hun festival vrijwillig ergens anders kunnen organiseren. Dat had behalve hun volwassenheid ook hun burgerschap benadrukt. Daarin past namelijk respect voor de rechter. Het is dus onjuist om de ME-ontruiming geheel op het conto van het college te schrijven.