Ontzettend níét zoals de Angels

De leden van de Dutch Veterans Bikers Association zien er ruig uit. Zij voelen een diepe verbondenheid met elkaar. „Hier hoef je niets uit te leggen als het even minder gaat.”

Leden van de Dutch Veterans Bikers Association (DVBA) tijdens een toertocht – met stops – door Flevoland.

De Dutch Veterans Bikers Association (DVBA) is geen motorclub. Of althans, geen motorclub met verplichtingen en een hiërarchische structuur. Wil dat ook nadrukkelijk niet zijn, al zien de leden van de DVBA met hun jassen vol emblemen en hun ronkende motoren er wel degelijk zo uit. „Wij hebben vanaf het begin gezegd: zo’n club als de Hells Angels, dat zijn wij heel bewust, ongelofelijk niet”, aldus Hans Dolstra, de voorzitter van de DVBA.

Dolstra richtte de DVBA in 2011 op en er zijn nu 246 leden. Er bestond al een motorclub voor veteranen, de MC Veterans, maar net als andere motorclubs is die club niet vrijblijvend. „Ik merkte dat er onder veteranen een grote behoefte was om motor te kunnen rijden, zonder lid te worden van een club met allerlei verplichtingen en een strenge hiërarchie.”

De DVBA heeft geen clubhuis en geen chapters (afdelingen). Ook de termen die ze gebruiken, mogen niet overeenkomen met andere motorclubs. „Ik ben chief, geen president zoals de voorzitter bij een MC heet. Wij willen onder geen beding een look-a-like te zijn.” En dus ook geen colours, de onderscheidingstekens die motorclubs die zichzelf MC noemen, wel dragen. In plaats daarvan prijken op de borst van de leden de emblemen van hun uitzendingen en de organisaties waarvoor ze vochten. Bosnië, Afghanistan, Libanon. NAVO-logo’s, VN-logo’s, landmacht, luchtmacht, marine. Op de rug een gouden V, het ereteken van oorlogsveteranen. Alleen uitgezonden militairen kunnen lid worden, en hun partners. Dat zijn er nu zo’n vijftien.

Het gedeelde militaire verleden is wat de veteranen bindt. Uitleg over de route klinken bij de DVBA als een militaire briefing. Staccato, luid en duidelijk; als instructies voor een militaire operatie. Maar voor de leden is het ontspanning. Hier wordt de taal van vroeger gesproken. Van samen aanschouwd menselijk lijden, van kameraadschap en van avontuur.

Volgens Dolstra zijn motorrijden en een soldatenverleden nauw met elkaar verbonden. „Als militair ben je veel weg, met veel verantwoordelijkheid voor personeel en materieel. Beslissingen hebben ernstige consequenties. Motorrijden heeft ook die vrijheid en een stukje risico. Dat opzoeken van avontuur, dat hangt nauw samen met wat je ook in je werk ervaart.”

Tijdens de ritten gaan de gesprekken vooral over motoren. Het blijven stoere mannen onder elkaar. Maar volgens de leden gaat de band onbewust dieper. Hier hoeft niemand uit te leggen hoe het is om in een oorlogssituatie te zitten. Een aantal leidt aan een posttraumatische stress-stoornis. Dolstra: „De meesten rijden voor de gezelligheid, maar voor een aantal is het een vorm van therapie. Zij maken tijdens het rijden hun hoofd leeg. Bovendien hoef je hier niets uit te leggen als het even minder gaat.”