Moeder laat je niet in wanhoop alleen

In beroep proefpoces opnieuw drie maanden voorwaardelijk geëist tegen zoon die bij zelfdoding hielp.

Overlijden was het diepste verlangen van de 99-jarige moeder van Albert Heringa. Als hij haar niet had geholpen bij haar zelfdoding, zou hij zich voor altijd schuldig hebben gevoeld. Dat van hem verwachten, is in strijd met het Europees recht.

Dit betoogden zijn advocaten gisteren voor het gerechtshof in Arnhem. Heringa onthulde in 2010 in een documentaire dat hij in 2008 zijn stiefmoeder Moek heeft geholpen te sterven. Hij schonk haar zijn overgebleven antimalariapillen. Moek had last van ouderdomskwalen, maar was niet ziek. Ze wilde dood omdat ze haar leven voltooid vond.

Met de documentaire lokte Heringa (72) vervolging uit, gesteund door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Die zou graag zien dat hulp bij zelfdoding door een niet-arts niet langer strafbaar is. Heringa werd in 2013 in eerste aanleg veroordeeld, maar kreeg geen straf opgelegd. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte tekende hoger beroep aan.

Voor Heringa betekende dit gisteren opnieuw een dag vragen beantwoorden over het hoe en waarom van het vervullen van zijn moeders laatste wens. Beheerst zette hij uiteen hoe de huisarts Moek weigerde te helpen, hoe hij zich „wild schrok” toen zijn moeder hem vertelde dat ze medicijnen opspaarde voor zelfdoding en hoe hij tot de keuze kwam te helpen met pillen die zouden werken. „Het enige wat ik deed, was mijn moeder niet alleen laten met haar wanhoop.”

Het OM kon hij niet overtuigen. De advocaat-generaal eiste – opnieuw – drie maanden voorwaardelijke celstraf. „Voorbarig, gestoeld op aannames en met alle risico’s van dien”, noemde zij de keuzes van Heringa. „De verdachte heeft uit gevoelens van compassie, lotsverbondenheid en naastenliefde te snel medewerking verleend en zichzelf in de klem gezet.”

OM en verdediging beriepen zich in het hoger beroep ook op Europees recht. De advocaten vinden dat de vervolging van Heringa in strijd is met artikel 8 van het Europees verdrag inzake de rechten van de mens – het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven. De advocaat-generaal stelt dat het Europees recht zich juist niet verzet tegen vervolging.

Het recht op zelfbeschikking hoort ook bij het private leven zoals dat is beschermd in het Europees recht, stelde advocaat Tim Vis, die door Heringa’s advocaat Willem Anker is gevraagd te helpen bij het hoger beroep. Negeren van de doodswens van zijn moeder zou voor Heringa „een ontoelaatbare beperking van zijn keuzevrijheid als naaste” zijn, zei Vis.

De advocaat vindt dat de Nederlandse strafwet in dit specifieke geval niet kan worden toegepast, omdat die geen onderscheid maakt tussen naasten van de overledene en vreemden. Toch straffen volgens de Nederlandse wet is een „onaanvaardbare”, „klemmende” en „ongeoorloofde” inbreuk op het leven van de verdachte, zei Vis, in een samenleving die daartoe niet de noodzaak ziet.

Ook Heringa benoemde de toegenomen aanhang in de maatschappij voor het zelfgekozen levenseinde. Hij begrijpt niet waarom het OM uit is op straf, in een samenleving waarin hij sinds zijn veroordeling alleen maar meer hoort van mensen die de regie in eigen hand willen houden. „De wijze waarop het OM en de verdediging hierover met elkaar in gesprek zijn, vind ik inefficiënt. Er is weinig uitwisseling van gedachten. Het is een grammofoonplaat.”

Het hof denkt voor een uitspraak twee weken langer nodig te hebben dan gebruikelijk. Die is op 13 mei.