Laat dat College zitten, ik wil geen anarchie

De nieuwe universiteit is vooral de oude universiteit. Han van der Maas vreest een periode van impasse.

illustratie nate beeler

De actievoerders in Amsterdam schetsen een beeld van de Universiteit van Amsterdam waarin ik mij nauwelijks kan vinden. De universiteit is in mijn ogen een nogal anarchistische organisatie. Het College van Bestuur heeft opvallend weinig te vertellen. We onderzoeken en bestuderen waar we zin in hebben. Veel beleid van het College wordt door lagere bestuurslagen vakkundig geneutraliseerd. Vrijwel alle majeure veranderingen in het onderwijs en onderzoek vinden of autonoom plaats, van onderaf, of worden bepaald door krachten buiten de universiteit. Een goed voorbeeld is de werkdruk. De selectiecommissies voor belangrijke onderzoeksbeurzen zullen voor UvA-onderzoekers geen lagere criteria hanteren omdat de UvA besloten heeft dat haar medewerkers maar 38 uur per week mogen werken.

De Universiteit van Amsterdam bestaat uit vele groepen met botsende belangen. Meer geld voor de masterfase betekent minder geld voor de bachelorfase. Meer geld voor de kleine studies betekent minder geld voor de grote studies. We hebben vaste, tijdelijke, rijke en arme, alfa-, bèta- en gamma-onderzoekers. En dan hebben we nog het belangenconflict tussen onderzoek en onderwijs. Kortom het is niet wij tegen zij (bestuur), het is één groot kippenhok. Eén illustratie van tegengestelde belangen binnen de UvA is het gebrek aan solidariteit met de geesteswetenschappen. Minder studenten is minder geld. De andere faculteiten leggen de uitvoering van deze zure maar onontkoombare maatregel graag bij het College van Bestuur. Nog een voorbeeld. Men roept op tot minder tijdelijke contracten. Probleem is dat we met teveel vaste contracten niet meer kunnen inspelen op fluctuaties in studentenaantallen en in de tweede/derde geldstroom, wat kan leiden tot pijnlijke reorganisaties. Alternatief is het ontslagrecht voor vaste werknemers te versoepelen en daar ligt weer een stevig belangenconflict.

Het verbaast me ook dat mensen roepen dat het zo slecht gaat met de Universiteit van Amsterdam. Het gaat volgens mij beter dan ooit. Het onderzoek is kwalitatief en kwantitatief enorm verbeterd in de laatste dertig jaar. Het is niet overdreven te stellen dat het wetenschappelijk personeel twee of drie keer zo goed presteert (qua artikelen in toptijdschriften, wetenschappelijke en maatschappelijke impact) als enkele decennia terug. Ook het onderwijs is enorm verbeterd. Er zit veel meer lijn in onderwijsprogramma’s, die ook veel beter georganiseerd zijn. Docenten zijn beter geschoold, trekken zich veel meer aan van het studentenoordeel en ook het onderwijsmateriaal is beter. En dat alles met minder geld per student dan vroeger, maar dat is een (democratisch) genomen besluit van de centrale overheid.

Ooit was er een tijd dat de UvA democratisch was. Studenten beslisten over tentameneisen en de keuze van hoogleraren, staf vergaderde vier uur per dag, iedereen bevocht iedereen, niemand studeerde en van onderzoek was bijna geen sprake. Sinds de invoering van de medezeggenschap kunnen studenten en met name staf zich bezig kunnen houden met primaire processen, met onderwijs en onderzoek. Dat is één van de redenen van het succes van de UvA. Ik heb ook niet de indruk dat we zoveel management hebben. Mijn faculteit heeft maar een zeer beperkt bureau en wordt grotendeels geleid door mensen die ook onderzoek doen en onderwijs geven. Ook het College van Bestuur bestaat volledig uit hoogleraren met onderwijs- en onderzoekservaring.

Tot slot over dat verafschuwde rendementsdenken. Rendement speelt geen overdreven rol in het onderwijsbeleid. Er is ruimte voor kleine vakken en kleine opleidingen. Inhoudelijke overwegingen winnen het vaak van financiële. Maar er zijn grenzen. Als een vakgebied geen eerste geldstroom aantrekt wegens gebrek aan studenten en bovendien geen tweede of derde geldstroom aantrekt, houdt het een keer op. Dat is ook niet perse erg. Het onderzoek en onderwijsaanbod aan universiteiten moet dynamisch zijn.

Ben ik het op dus alle punten met het bestuur eens en moeten we niets veranderen? Ik ben het op veel punten oneens met het universitaire beleid. Ik ben tegen centralisering, ik wil een ander wetenschappelijk integriteitsbeleid, ben tegen financiële kortingen die wij krijgen als studenten te lang studeren, ben geen voorstander van de fusie met de Hogeschool van Amsterdam– en zo kan ik nog wel even doorgaan. Anderzijds begrijp ik dat het bestuur keuzes maakt en ben ik ook blij dat ik het niet hoef te doen. Een voorbeeld daarvan is het huisvestingsbeleid. Die taak is de UvA door de overheid opgedrongen. De uitvoering daarvan is niet ideaal, maar de keuze voor vier hoofdlocaties is lang geleden genomen en niet onlogisch. De oproep om onmiddellijk alle herhuisvestingsplannen stil te leggen, lijkt mij onverstandig. Ik ben wel geïnteresseerd in goede alternatieve ideeën, maar die heb ik nog niet vernomen.

Moet er dus niets veranderen? Ten eerste, de UvA is een zeer dynamische complexe organisatie in voortdurende verandering. Niets veranderen is überhaupt geen optie. Ten tweede, veel van onze nieuwe actievoerders roepen juist op tot stilstand. De nieuwe universiteit is vooral de oude universiteit. Geen nieuwe huisvesting, geen nieuwe opzet van de geesteswetenschappen, terug naar oude bestuursvormen, etc. Ten derde, gegeven alle tegengestelde belangen worden we het niet zo snel eens over de veranderingen. Ik ben voor mijn veranderingen!

Ik vrees een periode van bestuurlijke impasse en ruzie over de verdeling van geld en de inrichting van het universitaire bestuur. Ik hoor graag over goede plannen om de kosten van huisvesting te verlagen. Ik zie ook graag een goed transparant model voor de verdeling van de universitaire financiën tegemoet. Ook een goed plan over een transparanter besturingsmodel is van harte welkom. Maar laten we er wel ons verstand bij houden. Ik steun de oproep van mijn collega’s tot het aftreden van het College van Bestuur daarom niet. Dat wordt me iets teveel anarchie.