Kanonnen bulderen door in Oekraïne

Rusland en Oekraïne beloven de terugtrekking van „nog meer wapens”, terwijl de gevechten oplaaien.

Oekraïense vrijwilligers worden militair getraind voor inzet bij Donetsk.

Het overleg gisteravond in Berlijn tussen Oekraïne en Rusland over het bestandsakkoord in Oost-Oekraïne was niet alleen uiterst moeizaam, het was ook „zeer controversieel”. Dat zei de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier vannacht na afloop van vijf uur taai onderhandelen tussen de twee landen in het bijzijn van Frankrijk en Duitsland.

Het belangrijkste waar Oekraïne en Rusland het over eens werden is dat na de zware wapens, nu ook de iets minder zware wapens moeten worden teruggetrokken.

Op de inwoners van Sjyrokyne, een voorstad van het strategisch belangrijke Marioepol aan de Zee van Azov, en de bewoners van de wijken rond het vliegveld van Donetsk noordelijker, moet deze afspraak een vervreemdende indruk maken. Zij worden sinds eind vorige week getrakteerd op aanhoudend kanongebulder alsof er helemaal geen bestandsakkoord is. Ook vanochtend, na het bekend worden van de uitkomst van ‘Berlijn’, denderde het geschut door. Op veel plaatsen zijn de zware wapens helemaal niet teruggetrokken, zoals afgesproken in het Minsk 2-akkoord.

Dat is het bestandsakkoord dat in februari onder leiding van Duitsland en Frankrijk tussen Oekraïne en Rusland tot stand kwam. Het omvat onder andere een staakt-het-vuren, terugtrekking van zware wapens, instelling van een bufferzone tussen de strijdende partijen en uitwisseling van krijgsgevangen. Hoewel er sinds februari voortdurend schendingen zijn geweest van het bestand, waren de gevechtshandelingen de afgelopen maanden inderdaad afgenomen. Sinds eind vorige week is de strijd echter opgelaaid. De ministers van Buitenlandse Zaken erkenden in Berlijn dat de recente escalatie „zorgelijk” is.

Oekraïne wil vredesmacht

Het bestand staat onder toezicht van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Maar uit verslagen van de OVSE van de afgelopen dagen blijkt dat de internationale waarnemers vaak helemaal geen toegang krijgen tot de gevechtszone, zoals het afgelopen weekeinde het geval was in Sjyrokyne. Oekraïne wil daarom dat de waarnemersmissie een echte vredesmacht wordt. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin zei in Berlijn dat snel duidelijk zal worden of het een vredesmacht wordt van de Europese Unie of van de Verenigde Naties. Zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov reageerde daarop dat Duitsland en Frankrijk zo’n vredesmacht helemaal niet zien zitten. Op dit punt is, volgens de Rus, „ geen enkele beweging”.

De ministers zijn het wel eens geworden over een versterking van de OVSE-waarnemingsmissie. Ook besloten zij tot de instelling van vier werkgroepen op het gebied van veiligheidskwesties, de voorbereiding van lokale verkiezingen in de omstreden gebieden, gevangenenruil en economische ontwikkeling.

De strijd in Oost-Oekraïne barstte ongeveer een jaar geleden los, na de annexatie van de Krim door Rusland. Gevechten tussen door Moskou gesteunde separatisten en Oekraïense eenheden van het leger en zelfstandig opererende bataljons, hebben sindsdien zeker 6.000 levens geëist.