Jazeker, je krijgt echt een pakje boter

Op het Damrak wordt na jaren weer gehandeld in agrarische derivaten.

Foto ANP Foto Remko de Waal/ANP

Een bijzondere dag gisteren op het Damrak: de agrarische termijnhandel keerde na jaren terug op de oudste beurs ter wereld. Beleggers kunnen bij Euronext voortaan handelen in zuivelderivaten voor boter, magere melk- en weipoeder.

1 Waar is dat goed voor?

Derivaten zijn termijncontracten en zorgen voor zekerheid. Met de derivaten leggen partijen vast om voor een x-bedrag, op een x-moment, een x-hoeveelheid boter, magere melk- of weipoeder te verhandelen. Op die manier dekken ze zich in tegen prijsschommelingen. Prettig voor de zuivelbedrijven die de grondstoffen produceren. Prettig voor de bedrijven die boter en melkpoeder verwerken in bijvoorbeeld ijs.

2 Schommelt de prijs dan zo?

Ja, vooral de afgelopen jaren. Per 1 april is bovendien het Europese melkquotum afgeschaft en daardoor worden de zuivelprijzen nog onvoorspelbaarder. „Die prijsschommelingen gaan nooit meer weg”, voorspelt woordvoerder René van Buitenen van de Nederlandse Zuivelorganisatie.

3 Kun je de boter ook echt krijgen?

Dat is wel het idee. Daarom spreek je bijvoorbeeld af dat de boter bij levering in dozen van 25 kilogram zit. In de praktijk zal het nauwelijks voorkomen en gebruiken de betrokken partijen de contracten gewoon als zekerheid. „Al denk ik dat iemand wel een keer gaat proberen om de boter of melkpoeder bezorgd te krijgen om te zien of het systeem betrouwbaar is”, zegt Nicholas Kennedy, bij Euronext verantwoordelijk voor de ontwikkeling van grondstofderivaten.

Dat de onderliggende producten wel geleverd kunnen worden, zorgt volgens Euronext voor het hoofddoel: het creëren van een referentieprijs voor de drie zuivelproducten zodat je net als bijvoorbeeld bij goud kan zeggen wat melkpoeder kost.

Dat is trouwens ook het grote verschil met de concurrerende Duitse zuivelderivaten van Eurex: die zijn niet gekoppeld aan levering van producten en dat maakt de prijs volgens kenners minder betrouwbaar.

4 Waarom in Amsterdam?

Imagotechnisch is de lancering van de oer-Nederlandse derivaten een slimme zet. Vóór de recente beursgangen van NN, Refresco en Bols had het Damrak wat weg van een vreemdelingenlegioen waar zelfs een Angolees bouwbedrijf een notering zocht.

Toch zegt Kennedy dat de introductie van de zuivelderivaten niet als een imago-instrument moet worden gezien. Amsterdam is een logische plek omdat de zuivelhandel typisch Noord-Europees is en via de havens van Hamburg, Antwerpen en Rotterdam loopt. Net zoals het logisch is dat de graanderivaten in Parijs verhandeld worden omdat de fysieke graanmarkt in Frankrijk is.

5 Is hier wel vraag naar?

De Amsterdamse beurs kent een lange geschiedenis met agrarische derivaten. Te beginnen met tulpen in de 16de eeuw. Met het sluiten van de aardappeltermijnmarkt in 2006 verdween de laatste agrarische handel. Daarvoor was ook die voor varkens, biggen en eieren opgedoekt. Allemaal vanwege gebrek aan vraag.

Is die er nu wel? Euronext Parijs bood een aantal jaar geleden derivaten voor mager melkpoeder aan maar dat mislukte. Kennedy: „We waren te vroeg.” De marktprijzen schommelden toen nauwelijks. En volgens Kennedy moet je ook boter en weipoeder verhandelen om de zuivelbranche echt tot dienst te zijn.

Van Buitenen : „Bij de ontwikkeling is het zuivelbedrijfsleven betrokken geweest dus je mag veronderstellen dat er een behoefte is.”

Op de eerste handelsdag bleek dat nog niet. In geen van de drie zuivelderivaten werd gisteren gehandeld, de promotieactie van Euronext om tot 30 juni geen transactiekosten te rekenen ten spijt. Volgens Euronext is het bij de introductie van dit soort contracten „heel gebruikelijk" dat het even duurt voor de handel op gang komt.