Iedereen verdient een derde kans

nrc.next interviewt zeven weldoeners. Yasmina Ouass (23) bezoekt de gevangenen: als vrijwilliger begeleidt ze gedetineerden bij hun terugkeer in de maatschappij.

Yasmina Ouass. Foto Lars van den Brink Foto Lars van den Brink

De eerste keer dat ze tegenover een ex-gedetineerde zat, was wel even wennen. De man zat onderuitgezakt op z’n stoel, luisterde niet, nam midden in het gesprek z’n telefoon op. „Hij kon alleen maar over zichzelf praten. Het was een narcistische man. Althans... zo kwam hij op mij over.”

Yasmina Ouass (23) kiest haar woorden zorgvuldig. Soms valt ze even stil en kun je de telefoons in de omliggende kamers horen rinkelen. Hier, op de bovenste verdieping van het kantoor van Humanitas Amsterdam, een statig pand aan de Sarphatistraat, krijgen mensen een nieuwe kans. Hier is Een Nieuwe Start gevestigd, een project dat mensen met een detentieverleden ondersteunt.

Yasmina belandde er twee jaar geleden, toen ze in het kader van haar opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening vrijwilligerswerk moest doen. Ze begon bij het wekelijkse inloopspreekuur, waar ex-gedetineerden – ‘cliënten’, heten ze bij Humanitas – begeleiding en informatie kunnen krijgen op het gebied van wonen, werk, schulden, zorg en identiteitspapieren. Het afgelopen jaar begeleidde ze een 47-jarige vrouw met schulden bij haar terugkeer in de maatschappij. Ook doet ze vrijwilligerswerk binnen de muren van de gevangenis. Iedere donderdag spreekt ze met gevangenen in de penitentiair inrichting – de ‘PI’ – in Heerhugowaard.

Het werkveld veiligheid en criminaliteit heeft haar altijd getrokken, zegt Yasmina. Vroeger wilde ze bij de politie. Ze meldde zich aan voor de politieacademie, maar werd afgewezen. Te jong. „Ik was 17, ze vonden me een meisje-meisje.” Is ze dat dan niet? Ze glimlacht. „Ik zie er misschien lief en schattig uit, maar mensen die me beter kennen weten dat ik heel vastberaden ben. Als ik iets wil, dan ga ik er ook voor. Ik stop pas als ik mijn doel bereikt heb.”

Nemen je cliënten een 23-jarige wel serieus?

„In het begin twijfelde ik daar weleens over. Zouden ze dingen van me aannemen? Al gauw merkte ik dat het niet uitmaakt hoe oud je bent, of hoe je eruitziet. Deze mensen missen nu eenmaal kennis die ik wel heb. In het begin is er vaak een afstand, maar op een gegeven moment breekt er iets. Dan komen de persoonlijke verhalen, en dan weet je: diegene vertrouwt me. Het zit in kleine dingen. Dan vraagt iemand bijvoorbeeld: ‘Zullen we samen een kop koffie drinken?’”

Waar help je deze mensen mee?

„Met praktische dingen zoals het aanvragen van een uitkering. Daarnaast heb je bijzondere gevallen, bijvoorbeeld iemand die z’n kinderen wil zien en dat niet mag. Dan ga ik met hem langs Jeugdbescherming om een omgangsregeling af te spreken. Ik help ze door in Jip en Janneketaal alles uit te leggen. Je moet je voorstellen: sommige mensen zitten al zo lang vast dat ze geen idee hebben wat DigiD is.”

Wordt er weleens misbruik gemaakt van je goede bedoelingen?

„Ja. Sommige gedetineerden of ex-gedetineerden vertonen shopgedrag. Dan is iemand bijvoorbeeld z’n paspoort kwijt omdat het is ingenomen door Justitie en lukt het hem niet om het via de normale weg terug te krijgen. Vervolgens komt-ie bij mij en denkt: zij gaat het wel even voor me regelen. Maar zoiets voel ik inmiddels wel aan.”

Wat doe je in zo’n situatie?

„Dan zeg ik: je kunt zelf toch ook wel bellen? Ondertussen kijk ik: waarom wil die persoon niet? Wat is de reden? Durft-ie niet? Of weet-ie niet wat hij moet zeggen? Een opmerking die ik vaak hoor is: ‘Ik kan het wel zelf, maar ik weet nu al dat ik ruzie ga maken.’ Veel mensen die ik begeleid zijn gefrustreerd, boos op het systeem. In zo’n geval ga ik erbij zitten, zet ik de telefoon op luidspreker en gaan we het samen doen.”

Hoe combineer je dit met je opleiding en je sociale leven?

„Er zijn momenten geweest waarop ik dacht: nu wordt het me allemaal een beetje te veel. Met het werk buiten de gevangenis heb ik niet zoveel moeite, maar als ik drie diensten achter elkaar draai in de PI en als het ware een hele dag opgesloten zit, dan is dat weleens zwaar. Er zijn zoveel mensen die aan je trekken. Als ik weer buiten sta, moet ik mezelf er echt toe zetten alles achter me te laten. Gelukkig kun je bij Humanitas duidelijk je grenzen aangeven. Ik heb er altijd voor gekozen dit werk en mijn privéleven zoveel mogelijk gescheiden te houden. Ik geef bijvoorbeeld niet mijn privénummer of mijn privémail. Ook mijn achternaam zeg ik nooit. Alleen als het echt moet.”

Welk inzicht heb je opgedaan?

„Dat de doelgroep het waardeert. En dat het nodig is: voor een persoon die nog nooit in aanraking is gekomen met justitie is het al moeilijk om aan een baan te komen, laat staan voor iemand die wel een strafblad heeft. Het is heel belangrijk dat er iemand is die naar ze luistert, zonder te oordelen. Zonder te willen weten wat diegene heeft gedaan.”

Vraag je daar naar?

„Nee, nooit.”

Waarom niet?

„Omdat het mij niet uitmaakt. Ik ben geen rechter, ik hoef iemand niet te veroordelen. Ik ben er voor heel andere dingen. Mensen hebben vaak meteen een oordeel klaar over gedetineerden. ‘Die persoon heeft iets gestolen, dus dat is een dief.’ Ik denk: ja, maar hij steelt niet zomaar iets. Wat zit erachter?”

Blijf je in de toekomst met gedetineerden werken?

„Het liefst zou ik casemanager willen worden, dat betekent dat je in de gevangenis verantwoordelijk bent voor een paar gedetineerden. Ik zou graag in een jeugdgevangenis werken, daar valt volgens mij veel te halen. Ik heb gemerkt dat jongeren minder gemotiveerd zijn om weer het juiste pad op te gaan dan volwassenen, omdat ze eigenlijk nog niet inzien wat ze fout hebben gedaan. Je kunt ze dus echt wakker schudden.”

En tot die tijd?

„Voorlopig blijf ik dit werk doen. Sommige mensen verklaren me voor gek. ‘Dat je dit kan’, zeggen ze dan. ‘Dat je dit durft!’ Dan denk ik: dat ik dit durf? Waar heb je het over? Je hoort vaak dat iedereen een tweede kans verdient. Bij mij verdient iemand ook een derde of een vierde of een vijfde. Mijn deur zal altijd openstaan.”