Hopen op boost na begrafenisjaar

Nederlandse ploeg smacht naar positief WK in Eindhoven, maar verliest op de openingsdag van Litouwen

De nationale ploeg verloor gisteren in Eindhoven de openingswedstrijd van het WK in eigen huis met 0-1 van Litouwen. Foto Merlin Daleman

De technisch directeur sprak van een „begrafenisjaar”, de bondsvoorzitter waant zich met het Nederlandse ijshockey „in de kelder van de sport”. Wat dat betreft paste het verlies van de nationale ploeg tegen Litouwen (0-1), gisteravond bij de opening van het WK voor ‘B-landen’ in Eindhoven, naadloos in de slechtnieuwsshow van de laatste maanden. Al na elf tellen was het pleit beslecht.

Als één sport in Nederland smacht naar een succesje, dan is het wel het ijshockey. Een WK in eigen land, tussen ruwweg de nummers 22 tot en met 28 op de wereldranglijst, biedt de ideale kans de sport weer eens van zijn mooiste kant te laten zien, zegt oud-international Ron Berteling: spannende wedstrijden, strijd, spektakel, juichende fans op volle tribunes.

Ooit werden hij en zijn medespelers bejubeld op de Nederlandse ijsbanen – in de jaren zeventig en tachtig. Berteling wordt nog steeds herinnerd aan die glorietijd met Jack de Heer, Larry van Wieren, Leo Koopmans, Chuck Huizinga: die legendarische ploeg die, zwaar leunend op een contingent Canadese Nederlanders, de Winterspelen van Lake Placid (1980) haalde.

Eigenlijk is hij er wel klaar mee, zegt Berteling (57). „Je zou het moeten verbieden, praten over 1980. Alles was anders, het spel is enorm veranderd. Wij speelden tegen de Sovjetunie – tegenwoordig zijn dat tien of twaalf landen die op zeer hoog niveau spelen.”

Gebrek aan geld

Nee, het gaat niet goed met het Nederlandse ijshockey: hoge kosten, afhakende sponsors, gekelderde inkomsten. Dit seizoen werd met moeite een eredivisie van vijf clubs samengesteld – één uit België, Herentals. En komend seizoen zoeken nota bene de twee beste Nederlandse clubs hun heil in het buitenland: Heerenveen en Tilburg sluiten aan bij de Oberliga. Op het derde niveau in Duitsland gaan de spelers meer vooruit dan in de kwakkelende Nederlandse competitie, zo klinkt het. „Uiteindelijk wordt het niveau van de Nederlandse ploeg ook hoger als ze in Duitsland spelen”, zegt Berteling.

Maar pijn doet het wel. Uiteindelijk is het allemaal terug te voeren op een schrijnend gebrek aan geld in het Nederlandse ijshockey, met 4.000 leden een minimale sport. „De clubs hebben boven hun stand geleefd, met te veel buitenlandse spelers”, zegt bondsvoorzitter Ruud Vreeman over de teloorgang. „Bestuurders hadden vooral oog voor de korte termijn: even een paar Canadezen halen.”

Het was dezelfde reflex die de Nederlandse clubs kenmerkten in de jaren zeventig en tachtig, toen de nationale ploeg de wereldtop bestookte. Maar ongestraft blijft dat tegenwoordig niet meer. Vreeman: „Al die clubs zijn een keer failliet gegaan. Ondertussen werd de jeugdopleiding verwaarloosd, de buitenlanders waren beter. Maar door alle financiële problemen werd de eredivisie steeds kleiner.”

Bond in de problemen

Het karakter van de sport veranderde compleet: internationals werken of studeren overdag, voordat ze gaan trainen voor hun onbetaalde hobby. Maar ze zijn niet alleen: ook de bond (NIJB) belandde in zwaar weer. Begin dit jaar werd duidelijk dat de begroting van 600.000 euro met 1,5 ton terugmoet. Dat komt hard aan: zo viel vorige week het doek voor de IJshockey Academie, de jeugdopleiding die in 2009 zo ambitieus was gestart. Technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF kwam zelfs over van Papendal voor de eerste face-off.

Maar de sportkoepel gooide het roer om: wie financiële ondersteuning wil zal eerst moeten presteren. Vreeman: „Alle teamsporten zijn daardoor in de problemen gekomen, behalve hockey. Onze subsidie ging terug van 300.000 euro naar 60.000.”

Sindsdien houdt de bond alleen het hoogst noodzakelijke personeel in dienst: 2,5 fte, om precies te zijn. Zelfs bondscoach Chris Eimers, in het dagelijks leven coach van Heerenveen, is ingehuurd voor het WK. Maar de crisis drukte een zware stempel op zijn voorbereiding. Een beoogde stage in Polen moest worden afgezegd, en van de monsterzeges op sparringpartner België werd niemand wijzer.

Het Nederlandse ijshockey kan dus wel een opkikker gebruiken. Deze week spelen ze in Eindhoven nog tegen Zuid-Korea (vanavond), Kroatië, Groot-Brittannië en Estland. Een goed resultaat – handhaving op dit niveau – is alleen al voor de uitstraling van de sport van belang.

En ook al is een doorbraak naar de wereldtop voorlopig niet te verwachten, reden voor wanhoop is er niet, zegt Berteling. „Veel mensen doen heel negatief over ijshockey. Maar in de competitie komen behoorlijk veel mensen kijken, niet alleen bij de finales om de landstitel, maar ook in de eerste divisie. Ik hoop dat dit WK het ijshockey een boost geeft.”

Het zou de bond goed uitkomen. Het nationale vlaggenschip is één van de pijlers onder het nieuwe, sobere beleid. „We moeten op eigen kracht vooruit, steunend op drie pilaren: een spannende competitie, alle aandacht voor de jeugd en een sterke nationale ploeg”, zegt Vreeman. „Daarom is dit zo’n belangrijke week.”