Hommage maakt Van Vliet jonger

Vooruitlopend op zijn tachtigste werd groot kleinkunstenaar Paul van Vliet gisteravond geëerd op het Amsterdams Kleinkunstfestival.

De hommage door Liselore Gerritsen, Brigitte Kaandorp, Howard Komproe, Erik van Muiswinkel, Frits Spits en Freek de Jonge aan groot kleinkunstenaar Paul van Vliet. Foto Robin Utrecht

„De Haagse haan heeft de orkaan doorstaan”, zong het ensemble dat zo’n twintig jaar geleden op tournee was met de musical My fair lady, waarin Paul van Vliet toen 336 keer de hoofdrol van professor Higgins speelde. Hun tekst vertoonde enkele kleine aanpassingen, ter gelegenheid van de hommage die gisteravond voor Van Vliet werd georganiseerd – vooruitlopend op zijn tachtigste verjaardag in september. „Jongens van tachtig”, zong Freek de Jonge dan ook, als passende bewerking van Van Vliet glansliedje Meisjes van dertien.

De hommage aan een groot kleinkunstenaar vormt jaarlijks de opening van het Amsterdams Kleinkunstfestival, waarin vanavond de finale van het AKF-cabaretconcours plaatsvindt en zondag de uitreiking van de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het jaar.

„God bewaar me, wat een avond”, zei de bejubelde Paul van Vliet gisteravond rond half twaalf, na een lang programma met een Who's who van de Dutch Comedy, zoals presentator Erik van Muiswinkel het formuleerde. Ooit oogstte Van Muiswinkel succes met een absurde sketch over een Chinese Paul van Vliet-imitator die nergens op leek. Dat nummer bleef nu geheel onbesproken, maar wel bleek Van Muistevens een echt gelijkende Van Vliet-imitatie ten beste te kunnen geven.

De sterrenparade leek eindeloos. Herman van Veen zong zijn collega een gelegenheidslied toe dat begon met de woorden: „Als je ongeveer zo oud bent als de langste oorlog ooit...” Jeroen van Merwijk speelde een gloednieuwe versie van Van Vliets toptype Majoor Kees, waarin het leger bleek te zijn verkocht aan „de hoogst biedende” en dus in Russische en Chinese handen was gekomen. Howard Komproe speelde met succes de klassieke sterfscèneparodie die ooit op Van Vliets repertoire stond en Brigitte Kaandorp vatte de levenslessen die ze ooit van haar held had gehad, samen in de spreuk: „Zo lang je maar niet dood gaat, is er niks aan de hand”.

Extra bijzonder was het optreden van ex-tv-presentatrice Judith Bos die ruim vijftig jaar geleden één seizoen meespeelde in het door Van Vliet geleide cabaretgroepje Pepijn – tot ze wegens overbodigheid werd ontslagen: „Ik ben huilend afgedropen”. Nu droeg ze een uiterst gracieus gedichtje over die tijd voor. En het meest stijlvolle moment van de avond kwam toen de veel jongere Jochem Myjer, staande op het toneel van een vol theater Carré, op het projectiescherm verscheen om zijn slotapplaus aan Paul van Vliet cadeau te doen. Waarna er een ovationeel applaus van Carré naar DeLaMar ging.

Zelf verwees Van Vliet in zijn slotwoord naar een advies dat hij ooit van Simon Carmiggelt kreeg: „Kijk uit jongen, als ze je gaan huldigen, is dat het begin van het einde”. Maar deze hommage had hem, zei hij, juist jonger gemaakt: „Ik voelde me vanavond opgetild tot 21”.

Dit najaar speelt hij, op veler verzoek, weer zeven zondagmiddagen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.