Het einde van de twintigste eeuw

Bij leven geselde Günter Grass de Duitsers met zijn moralisme, na zijn dood wordt hij met opvallende welwillendheid herdacht. „De laatste grote verteller” wordt op dezelfde hoogte als Goethe geplaatst.

Een deel van de krijgsgevangenenverklaring van Grass uit mei 1945

Voor iemand die zijn hele leven zo omstreden was, zo verguisd werd en zo scherp polemiseerde als Günter Grass, zijn de reacties in Duitsland na zijn dood opvallend vergevingsgezind. „Günter Grass heeft als geen ander de naoorlogse geschiedenis in Duitsland met zijn kunstzinnige, zijn maatschappelijke en zijn politieke engagement begeleid en gevormd”, verklaarde bondskanselier Angela Merkel (CDU).

Volgens de voorzitter van de Bondsdag, Merkels partijgenoot Norbert Lammert, zocht Grass altijd de controverse „als hij dat nodig vond”. Sigmar Gabriel, de leider van de SPD, de partij waarmee Grass een haat-liefdeverhouding had, noemde Grass „een strijder voor democratie en vrede”.

Allemaal zullen ze Grass in het verleden wel eens hebben verfoeid. „Grass kon zaken op de spits drijven”, zei de intendant van de Berliner Staatsoper, Jürgen Flimm, gisteren, „vaak tot grote ergernis van deze of gene.”

Bijvoorbeeld toen hij in 1966 probeerde ‘zijn’ SPD af te houden van een grote coalitie met de christen-democraten, en toen hij vele jaren later de partij de rug toekeerde uit protest tegen wat hij beschouwde als een onmenselijk asielbeleid. Toen hij vond dat de Duitse eenheid na de val van de Muur veel te vroeg kwam, en de vraag durfde te stellen of Duitsland na Auschwitz eigenlijk nog wel recht had op hereniging. Toen hij een interview met het weekblad Der Spiegel terugtrok uit onvrede over een omslag waarop de vermaarde criticus Marcel Reich-Ranicki zijn nieuwe roman (Ein weites Feld) verscheurde. Toen hij een paar jaar geleden Israël kritiseerde als een land dat met zijn atoomwapens en oorlogszuchtige taal een bedreiging vormde voor de wereldvrede. En toen hij, met een verwijzing naar de moord op Duitse krijgsgevangenen, zei dat de Holocaust niet de enige misdaad in de Tweede Wereldoorlog was.

Zelfs over het verzwijgen van zijn oorlogsverleden wordt in de meeste beschouwingen in Duitse media nu relatief mild geoordeeld. Toen Grass in 2006 onthulde dat hij in de nadagen van de oorlog als 17-jarige soldaat lid was geweest van de Waffen-SS, ging er een schok door Duitsland. Weken duurde het voordat de literaire en maatschappelijke storm ging liggen. Hoe kon uitgerekend de man die het Duitse geweten keer op keer langs de meetlat legde, die vond dat het land met zijn geschiedenis in het reine moest zien te komen, zelf zo lang zijn mond hebben gehouden? Grass had in de ogen van velen afgedaan als moralist.

Een welwillend oordeel

De welwillendheid waarmee dat verleden nu wordt beoordeeld, gaat veel verder dan de wens om over de doden niets dan goeds te schrijven. De Duitse kranten vinden daarvoor allemaal andere woorden. Sommige herinneren eraan dat Grass het als jonge auteur wel tegen zijn naasten en tegen bevriende schrijvers zou hebben gezegd. Andere herhalen, bijna liefdevol, wat Grass er in 2006 zelf over heeft gezegd: „Das musste raus, endlich” – het moest er eindelijk eens uit. Als het al veel eerder bekend zou zijn geweest, zou Grass nooit de morele instantie hebben kunnen worden die Duitsland nodig had, klinkt het ter verdediging.

Jochen Hieber, literatuurredacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ), denkt dat Grass het decennialange zwijgen met „nachwachsender Scham” – voortwoekerende schaamte – heeft gedragen. Hoe langer hij wachtte, hoe moeilijker het werd. Daarmee leefde Günter Grass „ein exemplarisches deutsches Leben”, zoals Jochen Hieber het noemt – een typisch Duits leven. Of, in de woorden van de Duitse bondspresident Joachim Gauck, in een brief aan Grass’ weduwe Ute: „Zijn werk is een indrukwekkende spiegel van ons land.”

Het verleden van een generatie

Het verleden van Grass is het verleden van een generatie Duitsers. Allemaal kennen ze de pijn van het zwijgen, allemaal ook de angst voor de bekentenis. Het maakt Grass voor Duitsland herkenbaar in zijn dubbelzinnigheid. Enerzijds het morele appel op zijn landgenoten om de schuld op zich te nemen en tegelijkertijd de schaamte over het eigen gedrag: Grass was ‘Der Deutsche’, zoals de kop boven de necrologie in de Süddeutsche Zeitung luidt die met twee woorden Grass’ leven samenvat.

In Die Welt wordt de filosoof Hermann Lübbe aangehaald, die ooit de stelling verdedigde dat voor velen juist het zwijgen over het naziverleden het ontwaken van de democratie mogelijk heeft gemaakt.

Misschien is het ook een leeftijdskwestie. Je weet het natuurlijk niet zeker, maar in de reacties op de online necrologieën lijkt een andere generatie aan het woord: „De man was domweg een arrogante vlerk”, schrijft iemand in de FAZ, „met zijn morele superioriteit en zijn ‘verheven’ wereldbeeld”. En iemand anders: „Vanuit mijn perspectief wordt Grass volledig overgewaardeerd. Hij zat gevangen in de tijdgeest tussen het verwerken van de Hitler-dictatuur en het daaropvolgende linkse mainstream sentiment.”

In Israël, dat hem in 2012 tot persona non grata had verklaard, is vooral de kritiek op het land blijven hangen. Hoe durfde iemand met zo’n verleden Israël te veroordelen? Herzl Chakak, voorzitter van de vereniging van Hebreeuwse schrijvers, sprak gisteren tegen het Duitse persbureau DPA weliswaar zijn waardering uit voor Grass als schrijver, maar ook de nog steeds gevoelde verontwaardiging over diens „moderne kruistocht” tegen Israël. Waarom heeft Grass nooit berouw getoond, vroeg Chakak zich af. „Als hij dat had gedaan, dan had hij de sporen van het hakenkruis op zijn kleding enigszins kunnen uitwissen.”

Dat is de vrees van de criticus van Der Tagesspiegel. De Duitse kranten plaatsen Grass vandaag in de reacties nog op gelijke hoogte met Goethe. Hij wordt „de laatste verteller” genoemd. Zijn dood betekent „het einde van de twintigste-eeuwse literatuur”. Maar, vraagt Der Tagesspiegel zich af, zal de persoon van Günter Grass, de man die de Duitse samenleving fileerde, uiteindelijk de schrijver Günter Grass in de schaduw stellen? Ontnemen alle controverses het zicht op de literatuur? Zou het niet heel erg zijn als Grass straks alleen nog wordt herinnerd als de schrijver van Die Blechtrommel?