Grass was de spiegel van Duitsland

Günter Grass (1927-2015)

Met het grootse en groteske ‘Die Blechtrommel’ werd Grass een ster.

Aan het eind van zijn leven verspeelde de Nobelprijswinnaar zijn morele gezag.

Foto’s MagnumPHOTOS/hh; AFP; EPA/ULRICH PERREY; AFP PHOTO / DPA / HEINZ-JUERGEN GOETTERT; AFP PHOTO / DPA / KAY NIETFELD; DPA; REUTERS/Anders Wiklund

Het trommelende knaapje Oskar Matzerath uit Danzig, dat op zijn derde jaar besloot niet meer te groeien uit protest tegen de hypocrisie van de volwassenen, is een van de grote helden uit de wereldliteratuur. De roman Die Blechtrommel, waarin ‘Oskarchen’ zijn relaas doet over zijn lotgevallen in een gruttersmilieu tijdens de jaren van opkomst en ondergang van de nazi’s, bracht zijn schepper Günter Grass in 1959 dan ook meteen internationale literaire roem. Toen Volker Schlöndorff het boek twintig jaar later verfilmde, konden zelfs zij die nooit een roman lazen niet om de rijke en speelse verbeeldingswereld van Grass heen. Hier was een schrijver aan het woord die in een groteske en surrealistische stijl de geschiedenis van het tijdens de nazi’s ontspoorde Duitsland in literatuur wist te gieten.

Günter Grass, die maandag op 87-jarige leeftijd in het Noord-Duitse Lübeck aan een infectie overleed, wás, om met Harry Mulisch te spreken, de Tweede Wereldoorlog. Hij werd geboren op 16 oktober 1927 in een benepen, kleinburgerlijk gezin in Danzig (het tegenwoordige Gdansk in Polen). Zijn moeder was een etnisch Kasjoebische, zijn vader een lutherse Duitser, die zich uit opportunisme bij de nazi’s aansloot.

Over zijn eigen belevenissen tijdens het naziregime liet Grass zich pas uit in 2006. Aan de vooravond van het verschijnen van zijn autobiografie Beim Häuten der Zwiebel vertelde hij in een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat hij in 1944, nadat hij zich als 15-jarige eerst als vrijwilliger bij een onderzeeboot-eenheid had aangemeld, bij de Waffen-SS had gevochten. Een storm van protest stak op. Want ook al had de jeugdige Grass zich niet aan oorlogsmisdaden schuldig gemaakt, door zijn bekentenis was hij ineens zijn morele gezag kwijt. De intellectueel die decennialang zijn landgenoten verbaal had gegeseld vanwege hun houding tijdens het naziregime bleek zelf niet vrij van smetten te zijn.

Toen Grass ter verdediging van zijn lange zwijgen zei dat hem nu niets meer te verwijten viel, omdat hij zich na 1945 zo voorbeeldig progressief had opgesteld, merkte de conservatieve publicist en Hitlerbiograaf Joachim Fest op dat die bekentenis ‘te laat’ kwam, en dat hij ‘van die man zelfs geen tweedehands auto meer zou kopen’.

Na de oorlog en zijn krijgsgevangenschap volgde Grass een opleiding tot steenhouwer in Düsseldorf. Hier studeerde hij van 1948 tot 1952 ook grafiek en beeldhouwen op de kunstacademie. Vervolgens trok hij naar Parijs, waar hij vanaf 1956 behalve verhalen, gedichten en absurdistische toneelstukken Die Blechtrommel schreef. Sindsdien vormde hij samen met Heinrich Böll en Siegfried Lenz de Grote Drie van de Duitse Nachkriegsliteratur. Ook maakte hij deel uit van de Gruppe 47: geëngageerde schrijvers die de Duitse literatuur nieuw leven wilden inblazen en hun landgenoten democratische ideeën wilden bijbrengen.

Die Blechtrommel was het eerste deel van Grass’ autobiografisch getinte ‘Danziger Trilogie’, waartoe ook de novelle Katz und Maus (1961) en de roman Hundejahre (1963) behoren. Ook hierin belicht hij op een even absurdistische als provocerende wijze de Duitse geschiedenis van de 20ste eeuw.

In Hundejahre doet de bevolking van Danzig Hitler in 1935 een herdershond cadeau, die al gauw de lieveling van de Führer wordt. Aan de hand van de stamboom van die hond bespot Grass de rassenleer van de nazi’s. Tegelijkertijd maakt hij aannemelijk waarom zoveel gewone Duitsers gelovige nazi’s konden worden.

In de jaren zestig ontpopte Grass zich als een politieke moralist, die onder meer met de Ostpolitik van SPD-leider Willy Brandt sympathiseerde. In 1965, 1969 en 1972 ging hij zelfs met de SPD op verkiezingstournee, zonder lid van die partij te zijn. Dat werd hij wel in 1982, al verdampte die liefde tien jaar later, omdat Grass bezwaar had tegen het asielbeleid van de SPD.

Het naziverleden vormt in Grass’ oeuvre de rode draad. In zijn geschriften wemelt het van schuldgevoel en de oproep tot verzoening, vooral ten opzichte van Duitslands Oost-Europese buurlanden.

In de jaren zeventig werd zijn werk abstracter. Zo behandelt hij in de roman Der Butt (1977) de geschiedenis van de mensheid van het Neolithicum tot aan het Gdansk van de Poolse vakbond Solidariteit in 1970. Een van de personages is een mensgrote sprekende vis, die de man tot opstand tegen het matriarchaat heeft aangezet en daarmee tot alle ellende in de wereld. Die vis moet zich verantwoorden voor een feministisch tribunaal. Feministen waren verontwaardigd en beschuldigden Grass van een ‘patriarchale, gewelddadige en typisch seksistische fantasie’.

Zijn roman Die Rättin uit 1986 werd eveneens gefileerd. Critici als Marcel Reich-Ranicki en Hellmuth Karasek noemden het boek ‘een catastrofe’, ‘niet te genieten’, en ‘een persoonlijke nederlaag’. Grass reageerde allesbehalve verbitterd, maar pareerde de kritiek door te zeggen dat de toekomst van de literatuur in het geding was. Want als hij ergens mee bezig was, dan was het wel het zoeken naar nieuwe literaire vormen. Zo riep hij op een internationaal PEN-congres in 1986 op om dwars tegen de tijdgeest in te gaan. Een schrijver moest de absurditeit van het leven laten zien.

Over de DDR, waar zijn boeken tot in de jaren tachtig verboden waren, liet Grass zich gematigd uit. Ook die opstelling werd hem kwalijk genomen, wat bleek toen hij in 1995 zijn grote roman Ein weites Feld over de val van de Muur publiceerde. Opnieuw regende het kritiek. Zo stond Marcel Reich-Ranicki op de cover van weekblad Der Spiegel , terwijl hij het boek in tweeën scheurde.

Ein weites Feld speelt zich af in de DDR en biedt een panorama van de Duitse geschiedenis vanaf 1848 tot aan de Duitse hereniging van 1990. Een van de hoofdpersonages heet Fonty, een verwijzing naar de schrijver Theodor Fontane, wiens roman Effi Briest een rol speelt in Ein weites Feld.

Drie jaar nadat hij in 1999 de Nobelprijs voor Literatuur had gekregen, nam Grass revanche met het aangrijpende Im Krebsgang. In deze roman doorbrak hij opnieuw een taboe: het praten over het oorlogsleed van gewone Duitsers. Grass liep daarmee voorop in een debat dat tot op de dag van vandaag in Duitsland woedt. Im Krebsgang gaat over hospitaalschip de Wilhelm Gustloff, dat op 30 januari 1945 in de Oostzee met tienduizend Duitse vluchtelingen aan boord verging, nadat het door een Russische onderzeeër was getorpedeerd. De roman behoort tot de beste uit zijn oeuvre.

In de nu volgende jaren publiceerde Grass zijn autobiografie: na Beim Häuten der Zwiebel volgde in 2008 Die Box, waarin hij vanuit het perspectief van zijn acht kinderen zijn belevenissen in de jaren zestig tot en met de jaren negentig vertelt. In 2009 verscheen zijn dagboek Unterwegs von Deutschland nach Deutschland. Hierin verwoordt hij zijn twijfels over de Duitse hereniging van 1990. In 2010 verscheen Grimms Wörter, waarin hij het leven van de gebroeders Grimm met het zijne verweeft.

In 2012 veroorzaakte Grass opnieuw een rel toen hij, naar eigen zeggen met zijn ‘laatste inkt’, het kritische gedicht Was gesagt werden muss publiceerde. Hierin gaf hij Israël ervan langs, dat met zijn dreigementen aan Iran de wereldvrede in gevaar zou brengen. In een reactie op dit gedicht weigerde Israël hem nog langer toe te laten tot het land. In de Duitse pers werd hij een antisemiet genoemd.

Niet minder kritisch was Grass in een ander gedicht uit dat jaar, waarin hij Duitsland en andere EU-staten kritiseerde voor hun harde opstelling ten aanzien van Griekenland. Schuldgevoel over het Duitse financiële beleid, maar ook over de nazibezetting van Griekenland voerden er de boventoon. Het is precies dat schuldgevoel en de verwerking ervan waarin Grass zich in zijn hele oeuvre de absolute meester toonde.