Gijzeling van schuldenaren komt voort uit negentiende-eeuwse dwaalleer

De rechters die geen mensen meer willen gijzelen voor boetes, hebben groot gelijk. Breek met overheidsbeleid dat sociaal zwakkeren steeds minder juridische ruimte geeft. Leer van de geschiedenis, betoogt literatuurwetenschapper August Hans den Boef.

Thomas Piketty en anderen geven aan dat de ongelijkheid in de samenleving zich in de richting van negentiende-eeuwse verhoudingen ontwikkelt. Nu gaat dat in Nederland iets minder snel dan bijvoorbeeld in Engeland, maar wat te denken van onze hedendaagse praktijk om mensen te gijzelen voor boetes?

Vijftien dagen cel voor iemand die zijn boete niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat hij in de schuldsanering zit, of omdat er al beslag gelegd was op zijn uitkering. Juridisch redacteur Folkert Jensma sprak in deze krant al van de debtors’ prison uit de Middeleeuwen’ die lijkt terug te keren.

Nu bestond die destijds inderdaad en zelfs al in het klassieke Athene, maar wie aan de debtors’ prison denkt, ziet toch vooral het negentiende-eeuwse Londen voor zich met Mr. Wilkins Micawber. Een personage van Charles Dickens’ roman uit 1850: The Personal History, Adventures, Experience and Observation of David Copperfield the Younger of Blunderstone Rookery (Which He Never Meant to Publish on Any Account).

In David Copperfield, zoals men het boek meestal noemt, wordt Micawber met zijn gezin als wanbetaler gevangen gezet in de King’s Bench. Maar hij blijft geloven dat ‘something will turn up’. Uiteindelijk komt het inderdaad goed met Micawber en zijn gezin, maar het is typerend hoezeer sympathieke personages in het werk van Dickens altijd uit hun (financiële) problemen worden geholpen door gegoede familieleden, vrienden of kennissen. Nooit door een magistraat die de moreel goede kant van de wet kiest.

Dat is de reden dat vertegenwoordigers van de elite nooit in de King’s Bench belandden als ze geld hadden vergokt of verkeerd hadden belegd. Er was meestal wel een rijk familielid dat om een schandaal te voorkomen een handige advocaat in de arm nam of uiteindelijk gewoon dokte. Micawber is een eerlijk man, die moet sappelen, maar een tikkeltje teveel uitgeeft. Zijn eigen woorden geparafraseerd: jaarinkomen tienduizend euro, uitgaven 9.996 euro, resultaat geluk; uitgaven 10.006 euro, resultaat misère. Beschikt niet over rijke familieleden en kan uiteraard geen advocaat betalen.

Steeds meer mensen in het midden van de negentiende eeuw vonden deze verschillen onaanvaardbaar. Een jaar na David Copperfield bijvoorbeeld verscheen Henry Mayhews aanklacht London Labour & the London Poor. Twee jaar daarvoor, toen Dickens aan zijn roman begon, publiceerden Marx & Engels hun Communistisch Manifest. Later in 1848 vond in Parijs het Juni-Oproer plaats, dat het leven van duizenden arbeiders kostte en baron Haussmann de gelegenheid gaf de infrastructuur van de stad zodanig te verbeteren dat toekomstige opstanden gemakkelijker konden worden bestreden.

De Nederlandse rechters die onlangs verklaarden geen mensen meer te gijzelen voor boetes, hebben groot gelijk. Maar ze zouden die 15 dagen cel in een breder perspectief moeten zien. Namelijk dat van een overheidsbeleid dat sociaal zwakkeren steeds minder juridische ruimte geeft. Denk aan het verhogen van de kosten voor griffierechten en de bezuinigingen op de sociale advocatuur. Sociaal zwakkeren zijn ook degenen die het meest worden getroffen door de bezuinigingen die vormen van zorg naar de gemeentelijke overheden hebben overgeheveld. Zij kunnen moeilijk of niet een advocaat krijgen die hun belangen verdedigt en beschikken niet over een netwerk van gegoede familieleden, vrienden of kennissen.

Overigens, wie de hedendaagse Micawbers in een literaire sfeer wil situeren, zou behalve naar Dickens ook heel goed kunnen verwijzen naar recente dystopieën. George Orwells roman Nineteen Eighty-Four (1949) is daarin een van de eersten.

Jensma gaf het huiveringwekkende voorbeeld van de automatisch verbaliserende computer 404040, die tegenwoordig levende, menselijke ambtenaren vervangt. Fijn dat rechters eisen dat die ambtenaar weer terugkeert, maar hun ontgaat de juridische paradigmawisseling die de digitale overheid belichaamt. De digitale burger is, onder andere door zijn DigiD, in principe schuldig tot hij zelf het tegendeel kan bewijzen. En ook hier zijn het de sociaal zwakkeren die het meest worden getroffen.

Critici hiervan menen dat de overheid, bijvoorbeeld bij de geautomatiseerde inning van boetes, vergeet rekening te houden met de concrete omstandigheden van burgers.

Ik denk dat we al een stap verder zijn. Het overheidsbeleid baseert zich op de negentiende-eeuwse ideologie dat hedendaagse Micawbers hun armoede en de problemen die daaruit voortvloeien in principe aan zichzelf te wijten hebben. Eigen schuld derhalve, in alle betekenissen van het woord.

Een dwaalleer die gemakkelijk wetenschappelijk kan worden weerlegd, maar het zou prettig zijn wanneer ook rechters zich hiertegen zouden keren.