Foto’s van een grote intimiteit

Arno Nollen, zonder titel, 2002

Kijk je naar één foto van een jong meisje dat is gefotografeerd door Arno Nollen (1964), dan zie je al best veel: hoe het haar hangt, hoe ze haar hoofd kantelt, die ogen die je niet aankijken, die hand die wat ongemakkelijk de jarretelgordel iets naar beneden trekt – alsof ze eigenlijk net iets te bloot is naar haar eigen smaak. Misschien word je wel geraakt door haar ongemakkelijke blik, of door haar jeugdige sensualiteit. Misschien stoort het beeld je en bestempel je het als voyeuristisch. Hang je echter naast die ene foto een bijna identiek beeld van datzelfde meisje, en daarnaast nog een, en nog een, dan gebeurt er wat anders.

Als kijker ga je interpreteren door te vergelijken. Ineens vallen je meer details op. Kijk, in die ene foto is haar houding anders. En daar valt het licht net wat voller op haar heupen. Zie: daar durft ze toch wat uitdagender haar ogen op te slaan. En op een volgende foto is ze bloot, met haar handen bedekt ze haar borsten. De subtiele beweging die we op de opeenvolgende beelden waarnemen stuurt het verhaal dat je er als kijker aan verbindt – er is verleiding, maar geen overgave.

De foto’s van Arno Nollen worden getoond in de expositie Dicht op de Huid die het Fries Museum samenstelde naar aanleiding van de recente schenking van 120 foto’s door verzamelaar en fotoboekenuitgever Willem van Zoetendaal. Het museum maakte er een heldere presentatie van: in de eerste ruimte is een overzicht te zien van alle 120 beelden, aan de hand van een tijdlijn klein op de muur geprint. In de volgende ruimtes wordt een aantal series gepresenteerd: de meisjes van Nollen, de sterk uitvergrote insecten van Harold Strak, de moslimmeisjes van Céline van Balen en de wandeling over de Chinese muur van Ulay. Alleen de foto van de Zuid-Koreaanse Hein- Kuhn Oh hangt er in z’n eentje – maar wie goed kijkt ziet dat ook hier de herhaling is toegepast: in één foto is drie keer hetzelfde schoolmeisje gemonteerd in telkens een net iets andere houding. Stuk voor stuk krachtige beelden die door onderwerpkeuze en uitwerking een grote intimiteit uitstralen.

De presentatie sluit goed aan bij de manier waarop Van Zoetendaal, eerder werkzaam als docent fotografie en galeriehouder, naar fotografie kijkt. Context is voor hem van groot belang: hoe presenteer je een foto, in wat voor omgeving (boek, muur, installatie), zet je er tekst bij of niet, en wat doet die manier van presenteren met de betekenis van een beeld?

Dat het Fries Museum voor deze manier van presenteren koos getuigt volgens hem van een goed gevoel voor hoe je met beeld moet omgaan: „Niet als een op zichzelf staand iets, maar als onderdeel van een geheel. Fotografie heeft de eigenschap zich anders voor te doen in verschillende omgevingen – niet alleen in een andere fysieke ruimte maar ook in relatie tot ander werk.”