‘Die Oranjes zijn stuk voor stuk stuntelaars’

‘Dwazen, ijdeltuiten, gereformeerde onnozelaars.” In het zaaltje in Leuven wordt het muisstil als de Nederlandse schrijver Atte Jongstra tijdens zijn voordracht een octaaf hoger gaat.

Thema van de avond: wat als Nederland en België samen waren gebleven? Het had gekund, volgens Jongstra, „als men niet de historische fout had gemaakt een ‘oranje’ prins tot koning te benoemen”. De Oranje-Nassaus zijn, volgens de schrijver, „perverten en stuntelaars, stuk voor stuk!”

Het wordt de andere hoofdgast, de Leuvense burgemeester Louis Tobback, nu echt te gortig. „Ik ben niet blij met hoe hier over de Oranjes wordt gesproken”, bast hij vanaf het podium.

In de zaal wordt wat ongemakkelijk op stoelen geschoven. Dit zou toch een gezellige avond worden?

Dit jaar wordt met tal van evenementen herdacht hoe precies twee eeuwen geleden Willem Frederik van Oranje koning Willem I van de Lage Landen werd. Dat het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden maar vijftien jaar standhield, tot de Belgische opstand in 1830, doet er niet toe. In het bovenzaaltje van Museum M in Leuven wordt de verjaardag gevierd, níét de scheiding.

En dan komt deze Jongstra, met z’n Friese tongval, hier de Oranjes belachelijk maken en de sfeer bederven? Burgemeester Tobback vindt het maar niks.

De Vlaamse nestor van de politiek is een uitgesproken aanhanger van het ‘orangisme’: het gedachtengoed van de beweging die na de opstand trouw bleef aan koning Willem I. Hedendaagse orangisten als Tobback dromen van een Hérenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Goed idee?

„Jullie zijn echt een ander volk”, zei een Vlaamse collega en ervaringsdeskundige me onlangs: jarenlang werkte ze in Nederland als correspondent voor de Vlaamse omroep.

De clichés zijn bekend en ze zijn allemaal raak. Wij: luidruchtig en altijd een mening; zij: zachtjes draaiend om de pot. Wij: gefixeerd met orde, ‘want zo hoort het’; zij: laat maar waaien, je m’en fou.

Eén dag hier in Brussel in de voetsporen van een Nederlandse en Belgische EU-diplomaat en je weet genoeg: twee menstypes. Plompe zelfmanifestatie versus behendige terughoudendheid – staart van een pauw of van een kat.

Desondanks zien orangisten het helemaal zitten: gezellig weer samen in één rijk. En Tobback is niet alleen – de beweging lééft! Zelfs de voorzitter van het Belgische parlement, Vlaams-nationalist Siegfried Bracke, is overtuigd orangist.

‘Willem bedankt!’, heet het comité in Gent, waar binnenkort een standbeeld van de Nederlandse koning verrijst. In een Gents atelier staat Willem I al trots te wachten, nu nog slechts in was. Het comité zamelt geld in, want gieten in brons is een kostbare zaak.

In de Leuvense Museum M-zaal staat het zweet op de voorhoofden van schrijver Jongstra en burgemeester Tobback. „We zouden op het wereldtoneel weer meetellen”, zegt orangist Tobback die het Herenigde Koninkrijk al een vaste plaats aan de G7-tafel toedicht. Trots vertelt hij vervolgens hoe de Belgische koningin Mathilde en de Nederlandse Máxima samen het lint knipten bij de opening van ‘zijn’ M.

Oranje-basher Jongstra kan zijn dedain nauwelijks verhullen: „Die Máxima hebben wij moeten importeren om Willem-Alexander de Onnozelaar nog enige geloofwaardigheid te geven.” Tobback fronst de wenkbrauwen en stelt de Leuvenaren in het publiek gerust. „Jongstra gebruikt gewoon te veel nederwiet. Iedere dag groeien Nederland en België een beetje meer naar elkaar toe. Heb nog wat geduld.”