De lessen na de gijzeling

Sjaak Rijke is terug in Nederland en hem is de rust gegund die hij prefereert boven rumoer en het feestelijk onthaal dat plaatsgenoten in Woerden voor hem in gedachten hadden. Hij werd bijna drieënhalf jaar als gijzelaar gevangengehouden in Mali. Na 1.299 dagen van angst over zijn lot, over de plannen van zijn ontvoerders, de groepering AQIM, ‘Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb’. Dan wil je wel even bijkomen.

Rijke werd op Tweede Paasdag, 6 april, bevrijd bij een actie van Franse militairen in Noord-Mali, die daar niet specifiek op gericht was. Een verrassing, zei president François Hollande. Een mooie surprise dus voor Rijke, zijn familie en vrienden. In hoeverre het hier echt een toevalstreffer betrof, is niet na te gaan.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders (PvdA), dankte de Franse en Malinese autoriteiten hartelijk voor hun actie. Hij voegde eraan toe dat Nederland zich de afgelopen jaren voortdurend heeft ingespannen om deze ontvoeringszaak tot een goed einde te brengen. Dat mag van de Nederlandse staat ook verwacht worden als een van zijn burgers ergens in het buitenland in benarde omstandigheden terecht is gekomen.

Van die inspanningen heeft de buitenwacht al die jaren niets gemerkt. Dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn geweest; ook na afloop van gijzelingen zwijgt het ministerie erover. Wel zijn er kritische vraagtekens van degenen die slachtoffer zijn geweest van een gijzeling. Rijke heeft zich in een video-opname van 17 november 2014 erover beklaagd, al dan niet vrijwillig, dat hij officieel nooit iets van de Nederlandse regering vernam. Hij vroeg zijn familie en vrienden druk op de regering uit te oefenen. Wat er dan wel en niet achter de schermen gebeurt, onttrekt zich aan de waarneming van iedereen die daar niet bij betrokken is. Het onbevredigende, maar vermoedelijk onvermijdelijke is dat de handelwijze van de regering zich niet laat beoordelen. Inclusief bijvoorbeeld de vraag of het officiële standpunt dat Nederland nooit losgeld betaalt ook officieus geldt.

Er is wel een les te trekken voor toeristen die naar risicogebieden vertrekken, uit verlangen naar avontuur. In 2011 stond in het reisadvies van Buitenlandse Zaken dat „westerlingen, dus ook Nederlanders, een mogelijk doelwit kunnen zijn van acties (met name ontvoeringen) in het noorden van Mali”. Extra waakzaamheid was vereist. Timboektoe, waar Rijke en andere toeristen werden ontvoerd, werd als een van de risicogebieden genoemd waar naartoe het reizen specifiek werd ontraden.

Zo’n advies is er niet voor niets. Voor reizigers geldt in zulke situaties dat ze ook een eigen verantwoordelijkheid hebben en horen te nemen. Om zichzelf én anderen niet in moeilijkheden te brengen.