Bolwerk van autoritaire premier begint te barsten

Bij tussentijdse verkiezingen verloor Orbán zondag wéér een zetel. Zijn kring vertrouwelingen krimpt.

Een ‘erezaak’ had premier Orbán de uitslag van een tussentijdse verkiezing zondag in het West-Hongaarse Tapolca genoemd. Een nederlaag bevestigde de negatieve spiraal waarin zijn rechts-conservatieve Fidesz-partij is beland.

De nipte overwinning van het extreem-rechtse Jobbik met 35 procent van de stemmen is een nieuwe opsteker voor die partij. Maar het is vooral de laatste in een reeks tegenslagen voor de autoritaire premier.

Orbán concentreerde de afgelopen jaren een buitengewone hoeveelheid macht rond zichzelf en zijn partij, met behulp van haar tweederdemeerderheid. Bij de parlementsverkiezingen wist Fidesz die vorig jaar net te behouden, na het herschrijven van het kiesstelsel in eigen voordeel. Maar bij een eerdere tussenverkiezing in februari ging ze alsnog teloor. Intussen krijgt Fidesz in de peilingen steun van slechts een kwart van de bevolking, de laagste score in twee jaar.

De terugval begon eind 2014. Een inmiddels afgevoerd plan voor internetbelasting en aantijgingen over corruptie bij de belastingdienst leidden toen tot massademonstraties.

Tegelijk veroordeelden oude partijprominenten de „flamboyante levensstijl” van de dertigers en veertigers die Orbán om zich heen verzamelde. Hun opzichtige woningen en gepronk met Gucci-tassen en Rolex-horloges zouden de partij schaden.

Sperma

„Orbán perkt zijn kring vertrouwelingen steeds verder in”, zegt Ferenc László, journalist voor weekblad HVG. Dat frustreert de rest van de partij.

Zelfs zakenman Lajos Simicska, een van Orbáns oudste vrienden, wiens bedrijven tot de voornaamste begunstigden van staatsfondsen behoorden, raakte van hem vervreemd. Zijn media- en advertentie-imperium werd tot voor kort gezien als steunpilaar van de partij. Maar na een uit de hand gelopen rel over een nieuwe advertentiebelasting maakte hij de premier uit voor ‘sperma’, een in het Hongaars zeer beledigende term. Ook suggereerde hij dat Orbán informant was geweest voor de communistische geheime diensten.

Hongaarse analisten vragen zich af of het vooral om een machtsdispuut gaat of dat bij de anti-Russische Simicska ook onvrede meespeelt over Orbáns goede banden met Vladimir Poetin. Orbán noemde Rusland een inspiratiebron in de Hongaarse zoektocht naar „een illiberale staat”.

Boven op het geruzie kwamen nog meer ongeliefde maatregelen, zoals de zondagssluiting van grote supermarkten, en schandalen rond fraude bij bankroete makelaarshuizen waar zowel gewone Hongaren als lokale en nationale overheden geld hadden belegd.

Regeringswissel

Het ongenoegen bij de kiezers baant de verdere weg voor de opkomst van extreem-rechts. Viel Jobbik eerst vooral op met geüniformeerde marsen, antisemitische en anti-Roma-retoriek en nostalgie naar het veel omvangrijkere Hongarije van voor 1920, nu probeert het zichzelf te verkopen als „radicaal-patriottische” volkspartij. „Plots hoor je niets meer over Joden of zigeuners, maar gaat het op Jobbik-bijeenkomsten alleen nog over pensioenen, gezondheidszorg en overheidscorruptie”, zegt András Kósa, die schrijft voor nieuwswebsite VS.hu.

De partij zou nu een kwart van de stemmen kunnen krijgen, wijst een peiling uit. Vorig jaar behaalde Jobbik nog 20 procent van de stemmen. „Hongarije is toe aan een regeringswissel”, zei Jobbik-leider Gábor Vona, keurig in pak en das, zondag tegen zijn feestende achterban in Tapolca.

Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen, zegt László. Als de economische groei op peil blijft tot 2018, zal Fidesz ook dan de grootste blijven, zegt hij. „Maar door de zwakke linkse oppositie kan Jobbik wel de belangrijkste uitdager worden.” Voor de verkiezingen in Tapolca haalde Orbáns kabinetschef, Janós Lázár, nog hard uit naar het ‘fascistische’ karakter van Jobbik. Op de Hongaarse kiezer, zegt László, maken dergelijke waarschuwingen geen indruk meer. „De thesis van het glazen plafond voor extreem-rechts is inmiddels gesneuveld.”