Bij NWO waait er maar één wind en dat is de bètawind

Illustratie Angel Boligan

Er bestaan bij de Nederlandse organisatie voor Wetenschapelijk Onderzoek (NWO) grote verschillen in de slagingskans van onderzoeksvoorstellen. Een van de grote frustraties onder wetenschappers is wanneer een uitstekend beoordeeld voorstel toch geen financiering krijgt omdat de middelen te beperkt zijn om al het uitstekende onderzoek te belonen. Als het systeem competitie aanmoedigt, zou die competitie wel eerlijk moeten zijn. Maar is er wel een level playing field?

Op basis van officiële cijfers van NWO kunnen we nagaan wat de slagingskans is bij verschillende NWO-vakgebieden. Wat blijkt is dat de bètawetenschappen een structureel grotere kans hebben om een aanvraag gehonoreerd te zien dan de sociale wetenschappen. De hoogste slagingskans is te vinden onder hersen- en cognitiewetenschappers. In dat vakgebied kreeg in 2009-2013 61 procent van de voorstellen subsidie. Dan is er een grote middengroep van verschillende bètawetenschappen met een slagingskans van 24-35 procent. Onderaan bungelen de Maatschappij- en Gedragswetenschappen, met een schamele 16 procent. Dit NWO-onderdeel bedient onder andere economie, rechten, sociologie, politicologie, geografie en psychologie; vakgebieden waarin het grootste deel van hoger opgeleiden van Nederland is opgeleid. Hun docenten verkrijgen veel moeilijker onderzoeksfinanciering dan hun collega’s in de natuurkunde, scheikunde en wiskunde. We moeten ons afvragen of de herallocatie van middelen van universiteiten naar NWO, ingezet door Plasterk, de frustratie onder wetenschappers niet onnodig heeft vergroot. Of de centralisatie van NWO de kansen verbetert voor de sociale wetenschappen is zeer de vraag. Als er één wind waait bij NWO is het wel de bètawind, met enorme Zwaartekrachtprogramma’s en Topsectoren, instrumenten die voor de sociale wetenschappen nauwelijks interessant zijn. Uiteindelijk is slagingskans een functie van de kwaliteit van voorstellen en de totale hoeveelheid middelen die beschikbaar is voor een vakgebied. De vraag hoe NWO tot gekozen verdeling komt, zou eerst beantwoord moeten worden voordat de weg van verdere centralisatie wordt ingeslagen. Hoe motiveert NWO eigenlijk dat er te weinig middelen naar de sociale wetenschappen gaan? Toch niet op basis van de relatieve sterkte van de vakgebieden in de wereld. De sociale wetenschappen aan Nederlandse universiteiten staan hoger op de internationale ranglijsten dan de bètawetenschappen.

Hoogleraar sociologie UvA