278,7 miljard euro, dat kan Duitsland nooit betalen

De schade door de oorlog erbij halen: dat is niet subtiel. En het is ook riskant. Want de steun voor verdere schuldverlichting zal er in Duitsland niet door groeien.

Wees realistisch: vraag het onmogelijke. Dat was in 1968 een van de leuzen van de studentenrevolte in Parijs. Het lijkt nu de strategie te zijn van de Griekse regering in het conflict met Duitsland.

Midden in de crisis over de Griekse schulden, waarbij Athene Duitsland hard nodig heeft om de financiële ondergang af te wenden, legde de Griekse staatssecretaris van Financiën even de rekening voor de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog op tafel: Duitsland is de Grieken nog 278,7 miljard euro aan herstelbetalingen schuldig, meldde hij het parlement.

Dat reusachtige bedrag is becijferd door een commissie van de Griekse rekenkamer, die hiervoor al in 2012 is ingesteld, dus nog onder de vorige regering. Het is de optelsom van onder meer schade aan de infrastructuur van het land, verwoeste koopvaardijschepen, verminderd bruto binnenlands product en een door de nazi’s afgedwongen lening die nooit is terugbetaald. En er zit ook nog 9 miljard aan vorderingen bij vanwege de Eerste Wereldoorlog.

115 miljoen D-mark is er betaald

Niet opgenomen zijn schadevergoedingen voor burgers en militairen die nazi-Duitsland heeft omgebracht. Daarvoor heeft de bondsrepubliek in 1960 een schadeloosstelling van 115 miljoen D-mark aan Griekenland betaald.

De ergernis in Berlijn was groot. Het was „dom”, klaagde minister van Economische Zaken en vicekanselier Sigmar Gabriel, om het debat over extra financiële steun voor de Grieken nu te vermengen met de roep om herstelbetalingen. Die laatste kwestie was politiek en juridisch toch al lang afgesloten? Het zou mooi zijn, smaalde de voorzitter van de buitenlandcommissie van de Bondsdag, als Athene zich met „dezelfde accuratesse en concreetheid zou bekommeren om de noodzakelijke hervormingen in eigen land”. Kortom: don’t mention the war, het werkt averechts, vergeet die herstelbetalingen. Maar dat zijn de Grieken duidelijk niet van plan – hoe wankel de juridische en politieke basis waarop ze hun megaclaim baseren ook is.

Na de Tweede Wereldoorlog wilden vooral de Verenigde Staten voorkomen dat het verslagen Duitsland door hoge herstelbetalingen en nog uitstaande leningen economisch volledig zou doodbloeden. Duitsland moest economisch kunnen opkrabbelen en niet met torenhoge financiële verplichtingen worden opgezadeld, zoals na de Eerste Wereldoorlog was gebeurd – volgens velen met de volgende oorlog tot gevolg. De kwestie van herstelbetalingen en nog uitstaande schulden werd in 1953 bij het Verdrag van Londen doorgeschoven naar de toekomst: naar het moment waarop de beide Duitslanden herenigd zouden worden. Toen die hereniging in 1990 werd voltrokken, met het zogenoemde Twee-plus-Vier-Verdrag, werd de hele kwestie in dat verdrag niet meer genoemd. En daarmee is de zaak volgens Berlijn gesloten.

Juridisch staat Duitsland volgens experts sterk. Bovendien kán Duitsland de claim van de Grieken niet betalen. Het zou een enorme precedentwerking hebben. Ten tijde van de eenwording zei toenmalig kanselier Kohl dat herstelbetalingen een doos van Pandora zouden openen. Gezien de enorme schaal van de misdaden die de nazi’s in Europa hebben begaan, zei hij, zou Duitsland een redelijke vergoeding daarvoor nooit kunnen opbrengen.

En toch geven de Grieken niet op. Is het subtiel? Nee. Is het riskant? Ja. Want de steun voor verdere schuldverlichting zal er in Duitsland niet door groeien. Maar de Griekse regering zit klem tussen haar kiezers en haar schuldeisers. Ze heeft weinig kaarten, maar dit is er één die misschien toch iets oplevert. Want wat de Duitse regering ook zegt, een moreel appèl gebaseerd op de Tweede Wereldoorlog, hoe brutaal ook, kan Berlijn nog altijd niet zomaar negeren.