Weg is haar scherpe tong en het activisme

De presidentskandidate maakt flinke kans – en die ambitie zat er bij de gedreven, vechtlustige Clinton al vroeg in.

Boven: Hillary Clinton als student aan Wellesley (links) en alsgouverneursvrouw in Arkansas.Onder: als minister metNelson Mandela (links) en vorige maand bij een toespraak voorIerse Amerikanen. Foto’s: Lee Balterman/Getty, Andrew Gombert/EPA, Jacquelyn Martin/AP, AFP

Wie Hillary Rodham Clinton de afgelopen maanden aan het werk heeft gezien, krijgt een versie van haar te zien die geen recht doet aan haar persoonlijkheid. Weg zijn de scherpe randjes, het activisme en de scherpe tong. „Ze is moederlijk geworden. Nee: grootmoederlijk”, merkte een goede vriend van haar onlangs op tijdens een spreekbeurt.

Als er iets progressief aan Hillary Clinton is, dan is dat het feit dat ze de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten kan worden. Op die boodschap zijn haar presentaties de laatste tijd gebouwd. Dat vooruitzicht kan haar tot een tweede Barack Obama maken: de verpersoonlijking zijn van een veranderend Amerika.

Maar de ietwat brave, no drama-versie van zichzelf die Clinton acteert, lijkt niet erg op de activistische, sociaal bewogen vrouw die ze decennialang was. Hillary Clinton is van oudsher een door en door progressief politicus, gedreven en vechtlustig. Ze heeft diepgewortelde overtuigingen over gelijke rechten voor vrouwen en over rassenverhoudingen.

Ook in macht heeft ze altijd geloofd, als middel om die idealen te verwezenlijken. Waar haar man Bill als president instinctief en impulsief handelde, is Hillary Clinton intellectueel en berekenend, schreef haar biograaf Carl Bernstein in A Woman in Charge (2003). „Een conservatief hoofd en een progressief hart” – zo formuleerde ze het als jongvolwassene tegenover een studiegenoot.

Bill had haar discipline nodig

De vorming van Hillary Clinton als politicus ligt in haar studietijd – eerst aan de privéuniversiteit Wellesley College (tot 1969), en daarna aan Yale, waar ze Bill Clinton ontmoette. Ze was opgegroeid in een conservatief, Republikeins gezin in Illinois. Ze voerde in 1964 nog campagne voor de radicaal Barry Goldwater. Op Wellesley drongen de oorlog in Vietnam, de moord op Martin Luther King en de grote sociale onrust bij haar door. Hillary studeerde er af op het gedachtengoed van de linkse denker Saul Alinsky. Hij geloofde in grote sociale verandering, maar ook in pragmatisme en macht om dat te bereiken. Die les bleef haar de rest van haar carrière bij.

Sinds ze vanaf 1971 omging met Bill Clinton, kreeg ze politieke ambities. Vrienden zagen in de twee vanaf het begin een power couple. Bill was charismatisch en energiek, Hillary analytisch en rationeel. In haar autobiografie Living History (2003) schrijft ze nauwelijks over de gevoelens die ze destijds voor Bill had. Ze schrijft alleen dat hij mooie handen heeft: „smalle polsen, en taps toelopende, behendige vingers, als een pianist.”

Bill wilde trouwen, maar Hillary stelde een huwelijk keer op keer uit. Uiteindelijk gaf ze toe, en ze begon Bills politieke ambities in het zuidelijke staatje Arkansas te steunen. Ooit, zeiden ze, zouden ze het samen gaan maken in Washington.

De alliantie met Bill was van begin af aan een zegen én een last. Hij had haar discipline nodig, zij zijn enthousiasme. Maar ze moest ook omgaan met zijn affaires. Het vreemdgaan zelf vergaf ze hem aanvankelijk – „er zijn ergere dingen”, zei ze. Maar wat haar echt stak, schrijft Carl Bernstein, was dat ze haar man nooit heeft kunnen bijsturen. Dat botst met haar wereldbeeld dat iedereen te veranderen is.

Toen Bill Clinton in 1992 campagne voerde voor het presidentschap, combineerden ze hun talenten. Terwijl hij zalen inpakte, leidde zij het team dat op alle schandalen moest anticiperen. Ze kreeg de ondankbare taak haar man uit de wind te houden toen affaires met vrouwen naar buiten kwamen. In een gezamenlijk tv-interview zei Hillary: „Ik zit hier niet als een ‘Stand by your man’-vrouwtje, zoals Tammy Wynette.” Niet alleen countryzangeres Wynette was boos. Ze kreeg juist ook kritiek uit feministische hoek. Hoe kan de vrouw die zo voor emancipatie strijdt, zich zo vergevingsgezind gedragen?

Rechts haatte haar

Het antwoord volgde een paar maanden later: Bill Clinton won, en Hillary werd First Lady. Haar activisme keerde terug. Ze werd politieker dan al haar voorgangsters, en werkte aan een (mislukte) verplichte zorgverzekering. Rechts haatte haar, en voerde een jarenlange campagne tegen haar. Ze vond de aanvallen onterecht, maar erkende dat ze ambities had. De laatste jaren hield ze zich rustig, ook om Bill, geplaagd door de Lewinsky-affaire, niet verder in de problemen te helpen.

Toch voedden de acht tropenjaren in het Witte Huis haar ambities. Ze stelde zich kandidaat voor de Senaat in 2000, en ze merkte dat campagnevoeren haar lag. Het besluit om de eerste vrouwelijke president te worden had ze toen al genomen. Ze maakte als senator haar grootste inschattingsfout, zei ze later, door in 2002 in te stemmen met de oorlog in Irak. Ze bedoelde moreel onjuist, maar ook politiek berokkende het haar zes jaar later schade. Obama had tegengestemd, en kon haar hierop aanvallen in de race om de Democratische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen in 2008.

Die mislukte voorverkiezing was haar eerste grote nederlaag. Het ministerschap van Buitenlandse Zaken, aangeboden na een verzoening met Obama, bood een nieuwe kans. Ze kon, ver weg van het gedoe in Washington, uitgroeien tot een politieke rockster. Haar eerdere activisme was al grotendeels verdwenen. Hillary Clinton was in deze rol geen wereldverbeteraar, maar eerder iemand die concrete resultaten wilde bereiken.

In verschillende rollen heeft Hillary Clinton om het presidentschap heen gedanst. Ze weet wat het vak inhoudt, en weet welke fouten haar voorgangers maakten. Vertrouwelingen vertelt ze dat ze het anders wil doen dan haar man: haar man was een chaoot, te aardig, en te ongedisciplineerd. Je hebt pas wat aan je progressieve ideeën, vindt ze, als je ze met discipline kunt verwezenlijken.