Veel geklaag, maar doorbijten – ho maar

De leden van de PvdA waren dit weekend somberend bijeen. Partijleider Samsom koos voor de aanval.

Een vrouwelijk PvdA-lid is hevig verontwaardigd. Waarom zijn de stoelen op de eerste rij gereserveerd voor Kamerleden en ministers en niet voor gewone leden? „We zijn toch allemaal gelijk?” Meteen biedt vicepremier Lodewijk Asscher haar zijn stoel aan – tot groot vermaak van de zaal. Maar de vrouw blijft zitten.

Het was illustratief voor de stemming op de ledenraad die de PvdA zaterdag hield in Nieuwegein. Daar werd besproken hoe het verder moet na de derde dramatische nederlaag op rij, ditmaal bij de Provinciale Statenverkiezingen. Er werd veel geklaagd – maar doorbijten deden de leden niet.

Dat kwam vooral door de opstelling van partijleider Diederik Samsom. Hij koos voor de aanval. In plaats van deemoedig het hoofd te buigen voor de mopperende leden, hield hij hun voor dat de grote hervormingen van het kabinet-Rutte II in de zorg, op de arbeidsmarkt en de woningmarkt allemaal in het PvdA-verkiezingsprogramma stonden – en dat ze daar massaal ja tegen gezegd hadden. „Onze eigen voornemens worden nu weggezet als neoliberaal beleid. Het kan verkeren.” Niemand die hem weersprak.

Voorafgaand aan de ledenraad was er het nodige rumoer geweest. Verontruste PvdA-leden publiceerden manifesten waarin ze pleitten voor een koerswijziging naar links en een duidelijkere profilering ten opzichte van het kabinet. Zo bekritiseerden Nijmeegse PvdA’ers het „ontbreken van een eigen ideologische visie en politieke agenda” onder Samsom en riepen ze op tot „duurzame en progressieve samenwerking”.

In Nieuwegein werd veel gesomberd. Partijvoorzitter Hans Spekman constateerde dat de PvdA „onvoldoende herkend [wordt] op z’n idealen” en dat partij „te veel met zichzelf bezig” is. De opsteller van een van de manifesten bespeurde „angst en onzekerheid in onze partij”. Een ander lid vond dat de PvdA inmiddels „allesbehalve een sociaal-democratische partij” was geworden. Samsom kreeg harde persoonlijke kritiek. Een van de aanwezigen noemden hem „de kapitein van het spookschip de Vliegende Hollander”. Iemand anders vroeg zich af: „In welke wereld leeft Samsom?”

Verschillende leden pleitten voor het opblazen van de coalitie met de VVD. „Moeten we als burgemeester in oorlogstijd dit regeringsbeleid blijven uitvoeren? Nee.”

Er was ook steun voor Samsom. Een lid beklaagde zich over de neiging tot „nestbevuiling” van PvdA’ers: „Samsom krijgt kritiek, maar hij staat er. Hij heeft lef.” Een PvdA’er uit Vlaardingen kreeg luid applaus toen hij zijn partijgenoten voorhield: „Wees verdorie eens trots op wat we hebben bereikt in het kabinet in plaats van altijd maar te sikkeneuren. Op deze manier denken mensen toch nooit: dit is een leuke partij om bij te horen?”

En toen kwam Samsom met zijn offensieve verhaal. Hij hield zijn partijgenoten niet alleen een spiegel voor – hij betoogde ook dat de PvdA-fractie inmiddels doet waar iedereen om smeekt: een duidelijker profiel zoeken in de coalitie. Zie het protest tegen de salarissen bij ABN Amro, het verzet tegen het trans-Atlantisch handelsverdrag TTIP en Samsoms eigen aanval op de „beheerszucht en bureaucratie” van de zorgverzekeraars.

Aan het begin van de dag gooiden bokkige leden het programma om, tegen de zin van Spekman. In plaats van de nederlaag eerst in groepjes te evalueren, wilden ze meteen plenair praten over hoe het verder moest. Toch kwam er geen fundamenteel gesprek over „het voortbestaan van de sociaal-democratie”, zoals een van de leden met aplomb had aangekondigd. De discussie schoot alle kanten uit: gasboringen, pgb-houders, asielbeleid, flexwerk en autoloze zondagen.

Zo werd het geen afrekening met de partijtop, maar een oefening in collectieve rouwverwerking. De conclusie: ja, er is een vertrouwensbreuk met de kiezer, en ja, de PvdA staat er niet florissant voor. Maar de coalitie met de VVD moet door. Wéér een rapport over hoe het anders moet, zoals vertrekkend senator Adri Duivesteijn betoogde? Dat zagen de leden niet zitten. Aangespoord door Kamerlid Lutz Jacobi schaarden ze zich unaniem achter een oproep met de VVD-achtige titel: ‘Niet lullen maar poetsen’.