Als het aan de vrouwen ligt, komt er nooit een old girls network

Hij heeft de juiste diploma’s, genoeg werkervaring, leuke bijbaantjes gehad, vrijwilligerswerk gedaan. Maar de kandidaat die in aanmerking komt als opvolger voor jouw leidinggevende functie pakt dingen heel anders aan dan jij. Zijn werkstijl en -normen verschillen nogal. Neem je hem dan toch aan?

De Rijksuniversiteit Groningen heeft in samenwerking met NRC Q onderzocht hoe mannelijke en vrouwelijke leidinggevenden hun opvolgers kiezen, om inzicht te krijgen in hoe belangrijk het old boys network is in het toewijzen van banen. Mannen blijken sneller voor een sollicitant te kiezen die op hen lijkt dan vrouwen.

Dat is interessant, gezien de maatschappelijke discussie over hoe je snel meer vrouwen aan de top krijgt. Het zijn er te weinig, en hun aantal stijgt te langzaam, vindt bijvoorbeeld minister Jet Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, PvdA).

Zij probeerde dat te veranderen met een database voor vrouwelijk talent (de Kamer wil daar nu vanaf). In Duitsland werd een vrouwenquotum ingevoerd.

Maar er is ook een omslag in denken nodig, suggereert het onderzoek van de RUG. Daaraan deden 331 leidinggevenden mee, van lager tot topmanagement, van afdelingshoofd tot commissaris in de raad van bestuur dus. In een vragenlijst werd hun gevraagd één van drie mogelijke kandidaten te beoordelen voor opvolging, allen omschreven als competent voor de functie. Het verschil zat in de verdere omschrijving. Eén heeft „veel met jou gemeen”, één „verschilt behoorlijk van jou”, bij de derde werd dat helemaal weggelaten.

Mannen blijken de kandidaat die van hen verschilt negatiever te beoordelen dan de andere twee kandidaten. Vrouwen beoordeelden alle drie de kandidaten even positief. Mannen wegen ‘gelijkenis’ dus mee in hun oordeel, vrouwen niet.

De onderzoekers zeggen daarvoor een verklaring te hebben gevonden. Deelnemers aan het onderzoek werd ook gevraagd hoe ‘machtig’ zij zich binnen de organisatie voelen - dus zelf gepercipieerde macht, niet hun feitelijke positie. Vrouwen schatten die „als gering in”, schrijft onderzoeker Janka Stoker. En daardoor zouden ze niet geneigd zijn iemand die op hen lijkt te bevoordelen. „Ze hebben misschien niet het gevoel dat dat die persoon helpt.” Dat suggereert volgens de onderzoekers ook dat vrouwen, eenmaal aan de top, „niet snel geneigd zijn om een old girls network op te richten en vrouwen te bevoordelen bij bepaalde benoemingen”. Wat in een ideale wereld goed is. Maar lastig als je een old boys network wilt doorbreken.