The Wire op toneel, en nu in Rotterdam

In ‘CODE 010’ ontleedt Sadettin Kirmiziyüz de stad Rotterdam, om te beginnen bij de haven. Tv-serie ‘The Wire’ diende als voorbeeld. „Wie zich in de haven verdiept, komt al snel uit bij smokkel.”

De complete cast van Code 010. Alle acteurs spelen een dubbelrol in het drama over de Rotterdamse haven. Foto Leo van Velzen

De stad moest de hoofdrol spelen, dat stond vast. Net als in televisieserie The Wire. Maar in plaats van Baltimore krijgt een andere havenstad het podium. CODE 010 is het eerste deel van een vierdelige toneelserie, gemaakt door de Nederlands-Turkse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Kirmiziyüz, woonachtig in Amsterdam, debuteert met de serie bij het Rotterdamse Ro Theater.

Sinds september verdiept hij zich uitvoerig in „de enige echte wereldstad die Nederland kent”. De verhalen van Rotterdam wilde hij vertellen, naar model van die veelgeprezen serie die een andere geplaagde stad zo schitterend in de schijnwerpers plaatste. Maar verwacht geen imitatie. Kirmiziyüz: „The Wire is al gemaakt. Dat moet je niet over willen doen.”

Naar voorbeeld van The Wire koos Kirmiziyüz wel vier thema’s die de essentie en de problematiek van de stad Rotterdam raken – de haven, het onderwijs, de lokale media en de gemeentepolitiek. „Ik wilde vanuit de haven steeds dieper de stad intrekken, op naar de Coolsingel.” Elk seizoen brengt hij bij het Ro een ander thema, te beginnen dus bij de haven. „Daar wordt Rotterdam voor een belangrijk deel bepaald; de haven is wat die stad uniek maakt, een toegangspoort tot de wereld.”

De belangrijkste overeenkomst tussen de serie en zijn voorstellingenreeks, zegt Kirmiziyüz, is het conflict tussen onveranderlijke systemen, en het individu. „Ambitieuze of goedwillende burgers die iets willen klaarspelen of veranderen botsen in de serie voortdurend op massieve regelgeving, op cynisme, op dubieuze, verlammende belangen. Steeds probeert weer iemand iets, en dat is mooi, maar het blijft mislukken. Uiteindelijk perverteert het systeem iedereen; ook goedbedoelende burgers raken vermorzeld tussen de krachten. Dat toont The Wire mooi.”

Ook knap aan The Wire: er bestaat geen goed of kwaad. Alles is grijs; idealisme en cynisme trekken samen op. In CODE 010 komt dat gegeven eveneens mooi terug.

Havenarbeider en hoerenmadam

In de eerste voorstelling, met tekstbijdragen van toneelschrijver Simon Weeda, zien we bijvoorbeeld de eenvoudige havenarbeider Hugo (Kaspar Schellingerhout), die zich tegen betaling laat gebruiken door criminelen omdat hij grotere dromen heeft. We zien vakbondsman Harm (Kirmiziyüz) die vergeefs probeert het systeem ten goede te keren, en als dat niet lukt, het platlegt door te staken. Er is rechercheur Marco (Nasrdin Dchar) die zich zo heeft vastgebeten in een zaak dat hij om die op te lossen compleet zijn boekje te buiten gaat. En hoerenmadam Jackie (Alejandra Theus), die haar imperium ziet afbrokkelen en één keer in haar leven een grote slag wil slaan. De verhalen van al die gedoemde, min of meer sympathieke sappelaars grijpen in CODE 010 vernuftig in elkaar. De vijf acteurs spelen elk twee rollen, en becommentariëren als ‘zichzelf’ ook de gebeurtenissen en het lot van hun personages.

Dat is een beproefde methode voor theatermaker/acteur Kirmiziyüz, die vaker als zichzelf op toneel staat. Eerder scoorde hij toneelhits met Somedaymyprincewill.com, over zijn relatie met zijn gesluierde, conservatievere zus, en Jeremia, dat hij maakte met Marjolijn van Heemstra, over reaguurders, vrijheid van meningsuiting en Hans Janmaat.

In het begin van CODE 010 neemt Kirmiziyüz volgens dat bekende recept de toeschouwers mee in de verbijstering die volgde op zijn research in de haven. Hij klimt op een houten pallet, zijn spreekgestoelte, met achter hem een zeecontainer vol knuffelbeesten, en kiepert een paar doosjes om: 140 suikerklontjes verstrooid over het toneel. Elk van die klontjes staat voor 50.000 zeecontainers, vertelt Kirmiziyüz zijn publiek. Zoveel komt er door de Rotterdamse haven: zeven miljoen containers per jaar. Kirmiziyüz: „Die getallen zijn zo immens, dat is simpelweg niet te bevatten. Het grootste containerschip vervoert 15.000 containers. Dat is een schip zo groot als een stad, zeg Almere, met daarop flatgebouwen van containers, van twintig verdiepingen hoog.” Hij houdt één klontje omhoog, dat is wat haven-inspectieteam HARC (het Hit and Run Containers Team) op inhoud kan controleren: 50.000 containers. En de rest? Die kan ongezien door.

Kirmiziyüz vermorzelt het suikerklontje onder zijn schoen. Er blijft een hoopje wit poeder over. Want wie zich in de haven verdiept, komt al heel snel uit bij smokkel. Tijdens hun research stuitten de makers eerst op de relatief onschuldige smokkel, vertelt hij, met afgekeurde fairtradeproducten en spulletjes ‘die van de vrachtwagen zijn gevallen’. „Maar algauw kom je dan uit bij duisterder zaken. Zo onderschept de recherche in de haven wekelijks één zeecontainer vol aan wapens.” Kirmiziyüz en de andere acteurs, die de voorstelling samen, deels op basis van improvisaties maken, besloten zich te concentreren op de spannendste en ook lucratiefste zwarte handelswaar: dat witte poeder, cocaïne.

Cocaïne en corruptie

Ter voorbereiding spraken ze met havenarbeiders, vakbondslui, journalisten en een rechercheur die zelf op het slechte pad was geraakt. Heel veel waardevolle informatie kregen ze van een rechtbankverslaggever van RTV Rijnmond, zegt Kirmiziyüz. „Hij wist ons te vertellen dat de smokkel nauwelijks nog via grote criminele organisaties gaat. Het is veel meer versnipperd: meestal krijgt een havenarbeider simpelweg een telefoontje: of hij snel wat geld wil verdienen. Dat is natuurlijk razend verleidelijk. Eén keertje… denken die dan vaak. Ze worden geregeld gepakt, omdat ze opeens in een veel te dikke auto rondrijden. Laatst is in Rotterdam nog iemand gearresteerd die voor 90.000 euro een tuin had laten aanleggen. Dat vind ik ontroerend, zo veel geld, en dan zo’n bescheiden droom, van een mooi tuintje.” Die anekdote verwerkte Kirmiziyüz ook in de voorstelling.

Waar hij tijdens de research het meest van opkeek, zegt hij, is dat smokkel zonder medewerking van iemand van binnenuit niet voorkomt. „On-mo-ge-lijk. De haven is veel te goed beveiligd.” Dus wanneer er sprake is van smokkel, is er altijd ook sprake van een corrupte havenarbeider. Die staat, net als Hugo, bijvoorbeeld tegen betaling zijn toegangspas tot het terrein af aan criminelen. Of hij organiseert een stroomstoring, zodat een bepaalde container kan ‘verdwijnen’.

Ook dat aspect komt terug in CODE 010. Betrokkenen worden gerekruteerd als ze er al werken, vertelt Kirmiziyüz. Criminelen scouten bij de snackbar of de kroeg in de buurt. „Aankomend havenpersoneel wordt altijd onderworpen aan een antecedentenonderzoek. Maar iemand kan natuurlijk altijd later nog corrumperen. We hoorden tijdens de research ook dat onlangs nog een volledig containerteam was opgepakt. Als er eentje een keer een mooie slag slaat, verspreidt het waarschijnlijk snel. Maar ze lappen natuurlijk ook elkaar erbij.”

De goeiige Hugo uit CODE 010 weet overigens niet wat er in de containers zit die hij voor criminelen doorlaat. Dat wil hij ook niet. Want zolang hij het niet weet, stelt hij zichzelf gerust, kan het net zo goed om melkpoeder gaan. Kirmiziyüz: „Dat schijnt dus ook héél veel te worden gesmokkeld.”

Griekse tragedie

Vorig jaar bezocht Kirmiziyüz een studiedag van de UvA die geheel aan The Wire gewijd was. Op die dag werden de verschillende bepalende facetten van de serie ontleed door organisatiedeskundigen, stedenbouwkundigen, architecten, sociologen en een literatuurwetenschapper. Kirmiziyüz: „Elk van die deskundigen beschouwde de serie vanuit zijn of haar vakgebied. Dat vond ik enorm inspirerend. Vanuit al die invalshoeken leer je een stad echt kennen; hoe die beweegt, hoe die ademt, de bevolkingssamenstelling, de dynamiek. Ik heb me op vergelijkbare wijze – hoewel veel bescheidener – ook verdiept in Rotterdam, en heb de stad leren kennen als enorm daadkrachtig en energiek. Als hier aan de straat wordt gewerkt is-ie binnen een paar uur weer dicht, klaar. Altijd als ik hier op het station aankom, krijg ik direct enorme zin om aan het werk te gaan. Ja, ik vraag me geregeld af waarom ik eigenlijk niet in Rotterdam woon.”

Maar ondanks dat Rotterdam in de voorstelling centraal staat, en alle verhalen en personages wortelen in de werkelijkheid, moest CODE 010 uiteindelijk wel gewoon toneel worden, fictie. Want dat is zijn baan, zegt Kirmizyüz. Hij is theatermaker en acteur, geen rechercheur of journalist. „Op die Wire-studiedag van de UvA kwam als laatste een literatuurwetenschapper aan het woord. Die zei: ‘Leuk hoor, alle voorgaande analyses, maar uiteindelijk is The Wire natuurlijk gewoon een Griekse tragedie.’ Zo is het bij ons ook: zodra een personage hoogmoedig wordt, komt hij onherroepelijk ten val. Dat geldt in meer of mindere mate voor hen allemaal. Hoe waarheidsgetrouw ook, in CODE 010 leggen wij realistisch, documentair toneel over de blauwdruk van het Griekse drama.”