Raúl Castro en Barack Obama: langzaam naar verzoening

De duidelijk geëtaleerde verzoeningsmomenten tussen Cuba en de Verenigde Staten misten hun uitwerking niet.

Naast president Obama schudt Cubaanse leiderCastro de hand van premierRutte, die de Antillen vertegenwoordigde. Foto Reuters

„De Verenigde Staten laten zich niet gevangen houden door het verleden”, zei de Amerikaanse president Barack Obama dit weekend op de zevende top van de Amerika’s in Panama-Stad. „Om eerlijk te zijn ben ik niet geïnteresseerd in het uitvechten van conflicten die voor mijn geboorte plaatsvonden. De Koude Oorlog is allang voorbij.”

Obama doelde in de eerste plaats op de halve eeuw Koude Oorlog tussen de VS en Cuba, een tijdperk dat de landen eendrachtig aan het afsluiten zijn, bleek dit weekend wederom. Want eindelijk kwam het tot de gebeurtenissen waarop door het Witte Huis en de wereldpers al weken werd gezinspeeld: de tweede handdruk en het eerste gesprek tussen Obama en de Cubaanse leider Raúl Castro.

Maar Obama’s uitspraak stond ook voor de houding die hij jegens Latijns-Amerika wil innemen. Niet stilstaan bij het verleden, bij gewelddadig ingrijpen en tot geweld leidende interventies van de VS in de ‘achtertuin’ – dan blijven landen de VS als excuus gebruiken voor hun eigen falende beleid. Obama wil die excuses wegnemen, zei hij, en zich richten op een toekomst van hernieuwde betrokkenheid – al was het maar omdat de economie van de VS de grondstoffen en afzetmarkten van Latijns-Amerika goed kan gebruiken. „Een nieuw tijdperk voor de Amerika’s”, kopte de Mexicaanse krant El Universal alvast.

Zaterdagmiddag spraken Castro en Obama tachtig minuten met elkaar in een historische ontmoeting, de eerste sinds 1958 toen de presidenten Dwight Eisenhower en Fulgencio Batista elkaar – toevallig ook in Panama-Stad - troffen vlak voor de culminatie van de Cubaanse Revolutie, die leidde tot de breuk tussen hun twee landen.

„We zijn nu in de positie om een pad naar de toekomst in te slaan”, zei Obama na het gesprek, dat hij „eerlijk en vruchtbaar” noemde. „We zijn bereid over alles te praten, met geduld”, zei Raúl Castro. „Over sommige dingen zullen we het eens worden en over andere niet.”

Toch bleven concrete stappen uit. Obama kondigde niet aan dat hij Cuba van de lijst met landen zal halen die terrorisme steunen – een besluit dat nabij is en voor zaterdag werd verwacht. Ook openen de landen nog geen ambassades op elkaars grondgebied zolang Cuba Amerikaanse diplomaten niet meer bewegingsvrijheid geeft.

Het verleden van Amerika-haat was nog wel aanwezig in Panama-Stad. Nicolás Maduro, opvolger van de flamboyant socialistische Hugo Chávez in Venezuela, riep in zijn toespraak op de openingssessie: „Ik bewonder u, president Obama, maar ik vertrouw u niet!”. Obama had de zaal al verlaten. En ook Raúl Castro trok ouderwets van leer tegen de VS. Maar hij trok wel de angel uit zijn tirade: hij grapte dat hij 48 minuten mocht spreken omdat hij op de zes toppen waar Cuba niet bij mocht zijn acht minuten spreektijd had moeten missen. En aan het slot schudde Castro de anti-imperialistische gewoonte als het ware af door opeens te verklaren: „Ik heb president Obama uitgelegd dat ik erg emotioneel word als ik over de revolutie praat. Ik bied mijn excuses aan, want president Obama draagt hier allemaal geen verantwoordelijkheid voor.”

Zo raakte Nicolás Maduro geïsoleerd. Geen van de linkse Latijns-Amerikaanse leiders stond lang stil bij de sancties die de VS tegen zeven Venezolanen hebben ingesteld en waarover Maduro woest is. De Venezolaan leek harder te blaffen dan te bijten. Hij bood bijvoorbeeld Obama niet de petitie met miljoenen handtekeningen tegen de sancties aan, zoals hij omstandig had gedreigd. Zijn kennismaking met Obama was kort, maar respectvol. Obama herhaalde dat de VS Venezuela niet als een bedreiging zien.

Ook de ontmoeting van Obama met president Dilma Rousseff van Brazilië stond in het teken van een schone lei. Na afloop bleek dat Rousseff naar Washington zal reizen. Twee jaar geleden zegde ze een staatsbezoek af toen bekend werd dat Brazilië tot de voornaamste doelwitten van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA hoort.