Net een loterij, die overheidsfinanciering van wetenschappelijke onderzoek

Foto ANP / Koen van Weel

Alleen de top valt in de prijzen bij de verdeling van overheidsgeld voor wetenschappelijk onderzoek. Het is beter om veel kleine beurzen toe te kennen dan een paar grote. Dat heeft meer impact en dicht de kloof tussen onderwijs en onderzoek, betoogt onderzoekshoogleraar Eric Schliesser.

Het Nederlands wetenschappelijk beleid is in het nieuws: terwijl de overheid via de Nationale Wetenschapsagenda dat beleid meer elan en draagvlak probeert te geven, rommelt het op de universiteit met protesterende studenten en steeds luider wordende klachten van academici over een te hoge werk druk en demotiverende lage slaagkansen bij onderzoeksaanvragen. Ondertussen blijven volgens het Rathenau Instituut de Nederlandse overheidsuitgaven voor wetenschap structureel dalen.

Wat geen aandacht krijgt is dat het Nederlands wetenschappelijk beleid wetenschappelijk slecht onderbouwd is, en dat het daardoor op termijn Nederland haar relatief vooraanstaande positie in de wetenschappelijke wereld kwijt zal raken. Bij ongewijzigd beleid zullen de onderzoeksactiviteiten van Nederlandse bedrijven en start-ups steeds meer gaan achterblijven bij de internationale concurrentie.

Eerst wat achtergrond: in Nederland wordt het onderzoeksgeld steeds meer centraal via nationale onderzoeksorganisaties onder wetenschappers verdeeld. Dat is een zinnig traject geweest omdat dit het Nederlands onderzoek internationaler en meer meritocratisch heeft gemaakt. De universiteiten fungeren nu hierin als doorgeefluik, en worden vooral aangemoedigd om te specialiseren op gebieden waarin hun medewerkers relatief veel (nationale en Europese) onderzoeksfinanciering binnen halen.

Lees verder (€)

Prof. dr. Eric Schliesser is onderzoekshoogleraar Filosofie & Moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Vanaf 1 september is hij hoogleraar Politieke Theorie aan de Universiteit Van Amsterdam.