Motel Mozaïque maakt van R’dam popstad

Zingen in kerken en bouwputten, dansen op het schouwburgplein: Rotterdam was voor de 15de keer een bruisende festivalstad

Purity Ring (grote fotorechts) tijdens een optreden op het Motel Mozaïque festival in Rotterdam afgelopen weekeinde. Daar traden ook op, links van bovenaf:Will Butler, Menace Beach enGhostpoetFoto Andreas Terlaak

De verbazing oproepende, steeds groter groeiende, bewegende ‘blob’ van performer Connor Schumacher in de hal van de Schouwburg. Een heel buitenplein dat in minder dan geen tijd gabbert op een spontaan beukende houseparty met ‘dansers’ in kleding van ontwerpster Nada van Dalen.

De nadruk mag dan op popmuziek liggen op het tweedaagse Rotterdamse festival Motel Mozaïque, waar het culturele leven van de stad centraal staat. Maar dit weekeinde kleurden ook onverwachte theaterperformances en architectuurroutes de beleving. Zoals de bouwputtentocht van Parfum de BoemBoem die voerde langs toekomstige muzikale hotspots in de stad. Diep in de bouwput die het nieuwe podium Annabel nu nog is, gaf zanger Douwe Bob een akoestisch solo-optreden.

Motel Mozaïque 2015 was spannend en dynamisch. Ondanks de afzeggingen die deze editie op het laatste ogenblik teisterden, waarvan de annulering van de razend snel gegroeide hoofdact Ibeyi (wegens keelontsteking) de grootste domper was, was het aanbod sterk. Het Rotterdamse Schouwburgplein was als Plaza Mozaïque vooral vrijdag in de stralende lentezon het centrum waar tussen de kunstinstallaties en eettentjes de terugkomst van de grote concerttent gevierd werd. Verder was het fietsen tussen dertien verschillende locaties, van Rotown tot het bijna sluitende nachtwalhalla Perron.

Deze vijftiende editie had niet veel uitgesproken headliners, maar er leek wel beter te zijn nagedacht waar artiesten het beste tot hun recht zouden komen; er waren minder rijen en minder overvolle zalen. The Mysterons waren sterke debutanten, Alamo Race Track speelde hard en gesmeerd. De soloconcerten van zanger Jake Isaac en cellist Maarten Vos sprongen eruit in de Paradijskerk. Op gitaar, kickdrum en aan de piano had Isaac maar weinig nodig om te imponeren: zijn stem was alomvattend en trof diep. „Je mag je ogen sluiten als je wilt”, gaf hij mee. Maar dat het publiek in de banken muisstil was bij zijn rock’n’soul was weer bijna beangstigend, merkte hij verlegen op. Om midden in het gangpad met gitaar te ontroeren met zijn Cold Stone Hear. Ook cellist Maarten Vos riep een serene sfeer op in de kerk. Verlengde, langgestreken noten vormen een echoënd klankbeeld. Hij zette alles in elektronische loops: vaak ritmische korte strijkjes, met daarover heen een lang golvende melodie. Steeds werden de soundscapes steviger tot doffe dreunen in de kerkflanken.

De Britse artiesten Ghostpoet en Kate Tempest toonden de kracht van spoken word. Waar Ghostpoet wat bleef hangen in lome stromen tekst, was het optreden van Tempest gloedvol en fris. Nonchalant trekkend aan haar T-shirt, met een intens vertrokken jonge-meisjesgezichtje, was ze een liefdesprediker op zalige retrobeats door twee drummers, toetsenist en een mc. Zoetigheid lag op de loer, ze vond het zelf even ook wel een „fucking acceptance Oscarspeech” worden. Maar dit talent toonde zich ook een hartverwarmende activiste die weemoedige bitterheid in haar betogen nadrukkelijk stond te voelen.

Sterk waren de recht-toe-recht-aan optredens van Rotterdamse bands als Rats on Rafts en Halfway Station, de visitekaartjes van de bloeiende Rotterdamse popscene. De jonge Låpsley gaf in De Gouvernestraat twee stemmen indrukwekkend een plek. Haar hoge wat schrille stem was een mooi contrast met haar lage vervormde stem door een tweede microfoon. De Villagers gaven een huiskamerconcert tussen schemerlampen. Hun folkachtige intimiteit bleef echter aan de zachtmoedige kant. Nee, dan de trekker, de van Arcade Fire losgezongen Will Butler, die zijn neiging tot exuberantie de vrije loop liet als in smoking gestoken discodandy. Het was vrolijke aanstellerij, met twee appetijtelijke vocalisten op keyboards. Purity Ring imponeerde tot slot vooral visueel, als groeiende slotact. Het Canadese electropopduo pakte uit in een aantrekkelijk symmetrische lichtshow met kubussen, en een serie lantaarns waarop producer Corrin Roddick zo hard sloeg dat zijn catchy beats licht gaven.